Verschillen tussen de Grondwet, andere wetten in formele zin, algemene
maatregelen van bestuur en verordeningen
- Grondwet: Dit is de hoogste wet van het land en legt de fundamentele
principes en structuren van de regering vast. Het wijzigen van de Grondwet is
een ingewikkeld proces dat tweemaal goedkeuring vereist van de Eerste en
Tweede Kamer, met een verkiezing ertussenin.
- Wetten in formele zin: Dit zijn wetten die zijn aangenomen door zowel de
Eerste als de Tweede Kamer en die zijn goedgekeurd door de koning(in).
Deze wetten kunnen op elk gebied van het recht betrekking hebben, zolang
ze maar niet in strijd zijn met de Grondwet of met internationale verdragen.
- Algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): Dit zijn besluiten van de
regering (dus zonder goedkeuring van de Eerste en Tweede Kamer) die
algemene regels bevatten. AMvB's worden vaak gebruikt om technische of
gedetailleerde regels te stellen die in een wet in formele zin niet goed zouden
passen.
- Verordeningen: Dit zijn lokale wetten die zijn aangenomen door een
gemeenteraad, provinciale staten of het algemeen bestuur van een
waterschap. Verordeningen mogen niet in strijd zijn met hogere wetgeving,
zoals de Grondwet, wetten in formele zin of AMvB's.
WPO.1.02
De Nederlandse rechtsgang (basiskennis van: soorten gerechten,
functies en functionarissen en kennis van de rechtsgang)
Rechtbanken: Dit zijn de eerste gerechten waar de meeste zaken worden
gehoord. Er zijn 11 rechtbanken in Nederland, en ze behandelen een breed scala
aan zaken, waaronder strafzaken, civiele zaken en bestuurszaken.
Gerechtshoven: Er zijn 4 gerechtshoven in Nederland, en ze behandelen
voornamelijk beroepen tegen beslissingen van de rechtbanken.
Hoge Raad: Dit is het hoogste gerecht in Nederland. De Hoge Raad behandelt
geen feitelijke kwesties, maar beoordeelt of de wet correct is toegepast in
eerdere beslissingen.
Daarnaast zijn er ook nog gespecialiseerde gerechten zoals de Centrale Raad van
Beroep, de Raad van State, het College van Beroep voor het bedrijfsleven, en de
militaire kamers in Arnhem.Functies en functionarissen
Rechters: Rechters zijn degenen die recht spreken in zaken die voor hen worden
gebracht. Er zijn verschillende soorten rechters, waaronder enkelvoudige
rechters (die alleen zitting hebben), meervoudige kamers (bestaande uit drie
rechters) en raadsheren (rechters bij de gerechtshoven en de Hoge Raad).
Officieren van Justitie: Dit zijn de aanklagers in strafzaken. Ze zijn
verantwoordelijk voor het onderzoeken van strafbare feiten en het vervolgen van
verdachten.
Griffiers: De griffiers zijn verantwoordelijk voor de administratie van het gerecht
en het bijhouden van de processen-verbaal van de zittingen.
Advocaten: Advocaten vertegenwoordigen en adviseren cliënten in juridische
zaken.
De rechtsgang
Aanvang van de zaak: Een zaak begint meestal met het indienen van een
vordering of aanklacht bij de rechtbank.
Voorbereidende fase: Partijen wisselen stukken en bewijs uit en bereiden hun
zaak voor.
,Zitting: De zaak wordt voorgelegd aan de rechter, die de zaak hoort,
bewijsmateriaal beoordeelt en een beslissing neemt.
Uitspraak: De rechter doet een uitspraak, die schriftelijk wordt vastgelegd in een
vonnis of arrest.
Hoger beroep: Als een van de partijen niet tevreden is met de uitspraak, kan
deze in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. Het gerechtshof zal de zaak dan
opnieuw beoordelen.
Cassatie: Als een partij het niet eens is met de uitspraak van het gerechtshof,
kan deze naar de Hoge Raad stappen. De Hoge Raad beoordeelt de zaak echter
niet opnieuw, maar kijkt alleen of de wet juist is toegepast.Grondwet
WPO.1.03
Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10)
Artikel 10 van de Nederlandse Grondwet beschermt het recht op eerbiediging van
de persoonlijke levenssfeer. Dit is een fundamenteel recht dat van groot belang
is voor de bescherming van de privacy van individuen. Het artikel luidt als volgt:
- Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht
op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer.
- De wet stelt regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in
verband met het vastleggen en verstrekken van persoonsgegevens.
- De wet stelt regels inzake de aanspraken van personen op kennisneming van
over hen vastgelegde gegevens en van het gebruik dat daarvan wordt
gemaakt, alsmede op verbetering van zodanige gegevens.
WPO.1.04
Onaantastbaarheid menselijk lichaam (art. 11)
Dit betekent dat iedereen het recht heeft om te beslissen wat er met zijn of haar
eigen lichaam gebeurt. Niemand mag worden onderworpen aan medische of
wetenschappelijke experimenten zonder hun geïnformeerde toestemming, en
niemand mag worden gedwongen om medische behandeling te ondergaan tegen
hun wil.
Dit artikel is een belangrijk onderdeel van het recht op persoonlijke autonomie
en zelfbeschikking. Het betekent dat mensen controle moeten hebben over hun
eigen lichaam en over wat er met hun lichaam gebeurt.
Net als bij andere grondrechten, kan het recht op onaantastbaarheid van het
lichaam echter worden beperkt als er een wettelijke basis is om dit te doen en
als de inbreuk noodzakelijk en evenredig is in een democratische samenleving.
Bijvoorbeeld, in sommige gevallen kan de overheid bepaalde medische
behandelingen verplicht stellen om de volksgezondheid te beschermen, zoals
vaccinaties. Echter, zelfs in deze gevallen moet de overheid de rechten en
vrijheden van individuen zoveel mogelijk respecteren.WPO.1.05
Huisrecht (art. 12)
Dit is het recht om niet zonder toestemming van de bewoner in een woning te
worden binnengedrongen
Het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is alleen
geoorloofd in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald, door hen die daartoe
bij of krachtens de wet zijn aangewezen.
Voor het binnentreden overeenkomstig het eerste lid zijn voorafgaande
legitimatie en mededeling van het doel van het binnentreden vereist, behoudens
bij de wet gestelde uitzonderingen.
Aan de bewoner wordt zo spoedig mogelijk een schriftelijk verslag van het
binnentreden verstrekt. Indien het binnentreden in het belang van de nationale
,veiligheid of dat van de strafvordering heeft plaatsgevonden, kan volgens bij de
wet te stellen regels de verstrekking van het verslag worden uitgesteld. In de bij
de wet te bepalen gevallen kan de verstrekking achterwege worden gelaten,
indien het belang van de nationale veiligheid zich daartegen verzet.
WPO.1.06
Brief- en telefoongeheim (art. 13)
Het briefgeheim is onschendbaar, behalve in de gevallen bij de wet bepaald, op
last van de rechter.
Het telefoon- en telegraafgeheim is onschendbaar, behalve in de gevallen bij de
wet bepaald, door of met machtiging van hen die daartoe bij de wet zijn
aangewezenWPO.1.07
Verlening rechtsbijstand (art. 18)
Iedereen heeft recht heeft op juridische en administratieve beroepshulp.
Daarnaast bepaalt het dat er wetten zullen worden opgesteld om rechtsbijstand
te bieden aan mensen met minder middelen.
Onrechtmatigheid: Dit kan een schending van een recht zijn, een handelen of
nalaten in strijd met een wettelijke plicht, of een handelen of nalaten in strijd
met wat volgens ongeschreven recht in de maatschappij toelaatbaar is.
Toerekenbaarheid: De onrechtmatige daad moet toerekenbaar zijn aan de dader.
Dit betekent dat de dader schuld heeft aan de daad of dat de daad binnen zijn
risicosfeer valt.
Schade: De wet geeft geen specifieke definitie van schade, maar het specificeert
wel dat de te vergoeden schade bestaat uit 'vermogensschade en ander nadeel'.
Causaliteit: Dit betreft de relatie tussen de oorzaak (de onrechtmatige daad) en
de daaruit voortvloeiende schade.
Relativiteit: De geschonden norm moet bedoeld zijn om het geschonden belang
te beschermen.Burgerlijk Wetboek
WPO.1.08
De begrippen en de relatie tussen de begrippen aansprakelijkheid,
onrechtmatige daad, toerekenbaarheid, causaal verband en schade
Onrechtmatige daad: Volgens artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek is iemand
die een onrechtmatige daad pleegt, verplicht om de schade die de ander
dientengevolge lijdt, te vergoeden. Er zijn vijf vereisten voor een onrechtmatige
daad: onrechtmatigheid, toerekenbaarheid, schade, causaliteit en relativiteit.
Onrechtmatigheid: De wet maakt onderscheid tussen drie handelingen die een
onrechtmatige daad opleveren: een inbreuk op een recht, een doen of nalaten in
strijd met een wettelijke plicht en een doen of nalaten in strijd met hetgeen
volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
Toerekenbaarheid: De onrechtmatige daad moet kunnen worden toegerekend
aan de dader. Er is sprake van toerekenbaarheid als de dader schuld heeft aan
zijn gedraging of als de onrechtmatige daad binnen zijn risicosfeer valt.
Schade: De wet geeft geen definitie van het begrip schade. Wel is opgenomen
dat de schade die op grond van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding
moet worden vergoed, bestaat uit 'vermogensschade en ander nadeel'.
Causaliteit: Het causale verband betreft het verband tussen de oorzaak (de
onrechtmatige handeling) en het gevolg van de schade. Het is in beginsel de
benadeelde die moet stellen en zo nodig aannemelijk maken dat dit verband
bestaat.
Relativiteit: Het relatieve aspect van de onrechtmatigheid wil zeggen dat de door
de dader overtreden norm moet zijn geschreven ter bescherming van het
,geschonden belang.
Aansprakelijkheid: Iemand is aansprakelijk als hij of zij verantwoordelijk wordt
gehouden voor de schade die is ontstaan door een onrechtmatige daad. De
aansprakelijkheid komt voort uit het plegen van een onrechtmatige daad die aan
de dader kan worden toegerekend en die schade veroorzaakt waar een causaal
verband mee kan worden aangetoond.WPO.1.09
Onrechtmatige daad (boek 6: art 162 lid 2 BW)
Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een
doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens
ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander
behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond".
WPO.1.10
Einde van de arbeidsovereenkomst (boek 7: art. 667686 BW)
Werknemers zijn beschermd tegen willekeurig en onverwacht ontslag door de
wetgeving.
WPO.1.11
Betreden niet afgesloten erf waarbij niet kenbaar is gemaakt dat
betreden verboden is (boek 5: art. 22 BW)
Artikel 5:22 BW geeft aan dat eenieder zich
op een erf dat niet is afgesloten mag begeven,
tenzij de eigenaar schade of hinder kan
ondervinden van het verblijf of op een duidelijke
manier heeft kennisgegeven dat het verboden is zonder zijn toestemming het erf
te betreden.
WPO.1.12
Verzekeringsovereenkomst en de mededelingsplicht van de verzekerde
aan de verzekeraar (boek 7: art.
928 BW)
De verzekerde is verplicht om vóór het sluiten van de verzekeringsovereenkomst
aan de verzekeraar alle feiten mede te delen die hij kent of behoort te kennen en
waarvan hij weet of behoort te begrijpen dat deze van belang zijn voor de
beoordeling van het te verzekeren risico door de verzekeraar.
De mededelingsplicht is van groot belang omdat het de verzekeraar in staat stelt
om een juiste inschatting te maken van het risico dat hij bereid is te verzekeren
en de premie en polisvoorwaarden hierop af te stemmen. Als de verzekerde
bepaalde relevante informatie achterhoudt of onjuiste informatie verstrekt, kan
dit leiden tot problemen bij het afhandelen van eventuele schadeclaims.Wet justitiële en
strafvorderlijke gegevens
WPO.1.13
Procedures aangaande civiel- en strafrecht zoals omschreven in de Wet
op de rechterlijke organisatie, de Wet justitiële en strafvorderlijke
gegevens (art. 1, lid a, b, en j, art. 4 lid 1 en 4, art. 6 lid a en b, art. 28).
Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO):
Artikel 1, lid a: Dit lid definieert de rechterlijke macht als de gerechten die de
rechtspraak uitoefenen, waaronder de Hoge Raad, gerechtshoven, rechtbanken
en andere gespecialiseerde gerechten.
Artikel 1, lid b: Dit lid geeft aan dat het bestuur van de rechterlijke macht wordt
uitgeoefend door de Raad voor de rechtspraak.
Artikel 1, lid j: Dit lid bepaalt dat een rechter een onafhankelijke en onpartijdige
rechterlijke ambtenaar is die belast is met de beslechting van geschillen.
, Artikel 4, lid 1 en 4: Deze bepalingen geven de taken en bevoegdheden van de
Raad voor de rechtspraak weer, zoals het bevorderen van de kwaliteit van de
rechtspraak en het voeren van overleg met gerechten en andere betrokkenen.
Artikel 6, lid a en b: Deze bepalingen behandelen de benoeming en ontslag van
rechters, waarbij onder andere wordt bepaald dat rechters worden benoemd bij
koninklijk besluit voor het leven.
Artikel 28: Dit artikel regelt de procedure voor hoger beroep, waarbij wordt
bepaald dat hoger beroep kan worden ingesteld tegen uitspraken van
rechtbanken en andere lagere gerechten.
WPO.1.14
Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering
Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (afgekort als Rv) regelt de
procedures die gevolgd moeten worden in civiele zaken in Nederland.
algemene bepalingen: Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevat
algemene bepalingen die van toepassing zijn op alle procedures, zoals de
bevoegdheid van de rechter, de termijnen voor het instellen van een vordering
en de beginselen van een eerlijk proces.
Dagvaardingsprocedure: Een veelgebruikte procedure in civiele zaken is de
dagvaardingsprocedure. Deze procedure begint met het uitbrengen van een
dagvaarding, waarin de eiser zijn vordering kenbaar maakt aan de gedaagde.
Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevat regels met betrekking tot de
inhoud van de dagvaarding, het betekenen ervan aan de gedaagde, het voeren
van verweer en de verdere verloop van de procedure.Kort geding: Het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering voorziet ook in een
kortgedingprocedure, waarin spoedeisende zaken snel kunnen worden
behandeld. Deze procedure is bedoeld voor zaken waarin onmiddellijke actie
nodig is, zoals een voorlopige voorziening of het verkrijgen van een tijdelijk
verbod.
Bewijsrecht: Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevat regels met
betrekking tot het leveren van bewijs in civiele zaken. Het beschrijft de
verschillende manieren waarop bewijs kan worden geleverd, zoals
getuigenverklaringen, schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten. Daarnaast
regelt het wetboek ook de bewijslastverdeling en de mogelijkheden om
tegenbewijs te leveren.
Executie en beslag: Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevat regels
met betrekking tot de tenuitvoerlegging van vonnissen en andere rechterlijke
beslissingen. Het regelt onder andere de mogelijkheid tot het leggen van beslag
op goederen van de schuldenaar, de verkoop van in beslag genomen goederen
en de bevoegdheid van de deurwaarder bij executie.
Algemene verordening gegevensbescherming
WPO.1.15
UAVG: art 1, 2, 4, 5, 6, 7, 10
De afkorting "UAVG" staat voor de Uitvoeringswet Algemene Verordening
Gegevensbescherming. Deze wet implementeert de Europese Algemene
Verordening Gegevensbescherming (AVG) in de Nederlandse wetgeving en regelt
de verwerking van persoonsgegevens.
Artikel 1 UAVG: Dit artikel geeft definities van belangrijke termen die in de UAVG
worden gebruikt, zoals persoonsgegevens, verwerking,
verwerkingsverantwoordelijke en verwerker. Deze definities zijn van belang om
een duidelijk kader te scheppen voor de bescherming van persoonsgegevens.