Meer dan onderwijs – Hoofdstuk 3
‘Hoe kinderen leren’
Meer dan onderwijs
,H3 – Hoe kinderen leren
3.1 Inleiding en definitie
Definitie van leren= we zeggen dat iemand leert of iets heeft geleerd wanneer we een
relatief stabiele verandering in zijn of haar gedrag of in gedragsdisposites constateren, die
het gevolg is van leeractiviteiten en een zekere mate van wendbaarheid heeft.
Onopzettelijk v.s. opzettelijk (intentioneel) leren.
Transfer= het vermogen om het geleerde in andere situaties te gebruiken.
Transferbevordering via meta-leren= na een gebeurtenis nog even napraten (reflecteren) en
bepaalde gebeurtenissen, ervaringen enzovoort benoemen waardoor het kind het geleerde
een volgende keer makkelijker terug kan halen en toepassen.
Passende leeromgevingen
Leeractiviteit= een verzameling van handelingen die tot een bepaald doel leiden.
Een leeractiviteit is complexer dan een handeling.
Het doel van onderwijzen is het bewerkstelligen van leerprocessen.
Onderwijsleersituaties: iemand die zorgt voor het leren, iemand die leert, iets wat wordt
geleerd.
3.2 Spel en verhalen
, 3.2.1 Spel
Langeveld: ‘Het spel is de meest wezenlijke bezigheid (spel) van het veilige kind (lichamelijk
goed voelen en veilig en geborgen voelen) met een wereld die nog alles kan blijken te zijn
(gebruiken voor andere doeleinden en dus andere betekenis krijgen).’
Buytendijk: ‘Spel is altijd spelen mét iets, interactie tussen kind en spelobject.’
In de onderbouw is spel de leidende activiteit voor het leren en in de midden- en bovenbouw
is dit onderzoek.
Van Oers: ‘Verbreding van de visie op het spel, waardoor het leren van kinderen in de
midden- en bovenbouw ook kenmerken van spel vertonen. De mens is een homo ludens.’
Huizinga: ‘Ook adolescenten, volwassenen en bejaarden spelen.’
Homo ludens= spelende mens.
Spel leidt evenals leren tot kennis en is dus een vorm van kennisproductie.
Definitie spel: de deelname is op vrijwillige basis (intrinsiek gemotiveerd) uitgesproken en
niet uitgesproken regels spelen een belangrijke rol, er is tegelijkertijd ruimte voor vrijheid van
handelen.
Zone van de actuele naaste ontwikkeling
Natuurlijke leervorm
Piaget: ‘Het spel is kenmerkend voor jonge kinderen. Het spel is vooral oefenspel en
rollenspel.’
Huizinga: ‘Spel is een vrijwillige handeling of bezigheid, die binnen zekere vastgestelde
grenzen van tijd en plaats wordt verricht naar vrijwillig aanvaarde doch volstrekt bindende
regels, met haar doel in zichzelf, begeleid oor een gevoel van spanning en vreugde, en door
het besef van ‘anders zijn’ dan het gewone leren.’
Een van de belangrijkste dynamische kenmerken van spel is volgens Huizinga competitie.
Vygotsky: ‘In het spel wordt de zone van de naaste ontwikkeling gecreëerd. Het belang van
spel is dat het kind daarbinnen de eigen wensen kan realiseren.’
Meta-cognitief bewustzijn= het besef van een kind dat het kan spelen en het gevoel van
vrijheid wanneer hij bijvoorbeeld speelt dat hij groot is.
El’konin: ‘Leidende activiteiten: overgang van rollenspel naar meer regelgeleid spel.
Regelgeleid spel wordt vooral ingezet voor kennisverwerving en is als zodanig een
leeractiviteit.’