Sociale Psychologie
maandag 2 november 2020 13:29
Inleiding
Sociale psychologie -> technieken om inzichten te verwerven over covert gedrag?
Bestuderen vooral 'normaal' gedrag (acceptabel binnen de grenzen)
Psychologie: sociale invloed op individueel gedrag + gedrag individuen met/tegen/voor
elkaar
→ Overt gedrag = gedrag voor iedereen rechtstreeks waarneembaar
→ Covert gedrag : elke vorm v gedrag dat slechts waarneembaar is voor wie gedrag vertoont
Vb: opinies, gedachten, gevoelens
Onderzoekers moeten oplossing zoeken om dit gedrag te kunnen bestuderen
Fundamentele Social Psycho = zoeken naar algemene principes v sociaal gedrag of v sociale
invloeden op individueel gedrag (theoriegericht)
Toegepaste Sociale Psycho = gebruiken de inzichten uit de fundamentele psychologie om
individuele/maatschappelijke problemen op te lossen en onderzoeken of ze de gewenste
effecten hebben (praktijkgericht)
VERSCHIL WETENSCHAPPELIJKE STUDIE MET INTUÏTIEVE MENSENKENNIS
→ Niet noodzakelijk motieven v kennisverwerving + inhoud
→ Wel in manier v kennisverwerving: Afgesproken methodes onderzoek
• Conceptuele/operationele definitie variabelen
• Vaststellen v verband tssvariabelen
• Onderzoek is uitgevoerd obv spelregels met heldere variabelen.
→ Reflectie op kennisverwerving: spelregels + geldigheid + dialoog met anderen + kritiek +
zorgvuldig argumenten v anderen onderzoeken
HST 1: Methodes v sociaalpsychologisch onderzoek
1.1 Observatie
Observatieonderzoek: observeren v gedrag.
VD
• Ecologische validiteit is gegarandeerd
-> de mate waarin onderzoek conclusies toelaat over het 'natuurlijk' voorkomende
gedrag v mensen in situaties die ze 'in het echte leven' ook tegenkomen
ND
• Onderzochte gedragingen soms vrij zeldzaam
-> lang wachten voor je die kan observeren
• Moeilijk om conclusies te trekken over oorzaken v waargenomen gedrag
1.2 Zelfbeschrijving
Gebruikt bij onderzoek over:
• Coverte gedragingen = wat er zich afspeelt in onze hersenen, je kan er wel vermoedens
Sociale psychologie Pagina 1
, • Coverte gedragingen = wat er zich afspeelt in onze hersenen, je kan er wel vermoedens
over hebben maar geen 100% zekerheid want ze zijn niet waar te nemen
○ <=> Overt gedrag = open en zichtbaar
• Coverte gedragsmechanismen
• Zeldzaam gedrag, zeldzame omstandigheid
VD:
• Vragen stellen over eender wat -> altijd interessant als bron v inspiratie, om ideeën te
krijgen over de opbouw ve theorie: hypothesen genereren
• Weinig arbeidsintensief (relatief!)
• Uitvoering uitbesteed- en automatiseerbaar
• Soms is de zelfbeschrijving het onderzochte gedrag -> verbale communicatie =
waardevol om te bestuderen wat mensen over zichzelf en anderen beweren
• Minder kans op vertekening wnr
○ Minder in geheugen graven
○ Vraagstelling & antwoorden beter toegespitst op inhoud
○ Er over de vraag geen uitgesproken sociale normen bestaan -> eerder
waarheidsgetrouwe antwoorden
ND: 3 voorwaarden
1. Ondervraagde moet gedrag of de reden kunnen beschrijven
○ Geheugen
2. Ondervraagde moet de gelegenheid krijgen
○ Vraagstelling moet de kans geven
○ Meerkeuze vragen -> beperkte antwoordmogelijkheden
3. Ondervraagde moet gedrag willen beschrijven
○ Sociaal wenselijkheid beïnvloed zelfbeschrijvingen
○ Uitgesproken sociale normen
Voorbeeld: morele normen & keuzes
• Welke waarden & normen koesteren mensen?
Welke prioriteit daarbinnen?
• Allerlei waardenvragenlijsten
• Vaststelling: centraal in menselijke interactie
○ Anderen geen schade berokkenen
○ Anderen in nood helpen
Voorbeeld 1:
Trolly dilemma footbridge dilemma
Spoorwissel v 5 nr 1 persoon iemand vd brug duwen
Spoorwissel: meeste 'ja' Footbridge: meeste 'neen'
groep > enkeling enkeling > groep
=> belang v enkeling vs belang v grotere groep
FeldmanHall, Mobbs, Evans, …
Problemen vragenlijsten & interviews:
1. Ecologogische validiteit: in hoeverre kan een onderzoeksmethode resultaten opleveren die
iets zinvol vertellen over hoe mensen zich in "gewone" omstandigheden gedragen
Ecologisch niet-valide onderzoeken leiden tot…
• Irrelevante 'inzichten'
• Vertekeningen door ± subtiele kenmerken vraag
○ Mensen proberen toch te antwoorden op een vraag ookal hebben ze er nooit eerder
over nagedacht -> clues afleiden uit de vraag => vragen met lage ecologische
Sociale psychologie Pagina 2
, over nagedacht -> clues afleiden uit de vraag => vragen met lage ecologische
validiteit hebben clues om de vraag te sturen in bepaalde richtingen
○ Bij trolly w er groepsgevoel gecreëerd waardoor groep belangrijker lijkt
○ Bij bridge w enkeling apart voorgesteld , 1 slachtoffer staat centraal
2. Ethiek:
Vragen staat niet altijd vrij... want vraag kan
• Herinnering oproepen aan nare ervaring
• Valse herinnering opwekken
• Confrontatie met slechte eigenschappen v jezelf
=> niet omdat je alles kan vragen dat je alles mag vragen
3. Problematische aannames
• Veronderstelling
1. dat ze weten wat ze doen
2. waarom ze dat doen
3. Dat ze willen meedoen
=> probleem: bij 1 & 2 geheugen / aandacht, bij 3 sociale wenselijkheid
2 technieken
Event Sampling:
• Mensen een smartphone geven -> aangeven wat àh doen & hoe leuk?
• Duur, onpraktisch, moeilijk organiseerbaar
Day Reconstruction Method:
• Vorige dag beschrijven, begin & einde, wat, waar, wie & hoe leuk?
• Eenvoudiger, praktischer
Sociale wenselijkheid spelen bij beide niet echt een rol, want dit zijn concrete beschrijvingen.
Sociale wenselijkheid heeft eerder een invloed op grotere algemenere vragen
Zelfbeschrijvingen ≠ Event Sampling ~ Day Reconstruction Method
1.3 Correlationeel onderzoek
= methode om verbanden tss gegevens te bestuderen
berekent in hoeverre 2 of meer variabelen positief of negatief samenhangen
Correlatiecoëfficiënt: [-1,1]
-1 = perfect negatief verband
1= perfect positieve samenhang
0 = 0 geen verband
Werkwijze
• 2 of meer variabelen meten
• Berekenen of ze samen variëren
• Kans berekenen dat samenhang toevallig is
VD:
• Gebruikt natuurlijke variatie (ethiek)
• Correlaties tss eender welke metingen
Correlatie zegt
• Iets over de sterkte vh verband
• NIETS over de aard vh verband
ND:
Sociale psychologie Pagina 3
, ND:
=> gevolg: onderzoekers geneigd om vastgestelde samenhang causaal te interpreteren ->
misleidende conclusies
1. Invloed v A op B
2. Invloed v B op A
3. Invloed v C op A&B
Wnr wel causale conclusies
• Longitudinaal onderzoek
• Experimenteel onderzoek
Kogut (2011, Study 1 — relevante elementen)
1.4 Experiment
= manier op geg te verzamelen waarvan de analyse uiteindelijk causale conclusies toelaat
Doel: toetsen v type oorzaak -> gevolg
Redenering:
• Variatie , aanpassing in de oorzaak -> variatie in het gevolg
• Als gevolg effectief varieert = causaal verband op voorwaarde dat er geen andere
oorzaken zijn vr de verandering in het gevolg
Manipuleren = de oorzaak variëren, de verandering
Onafhankelijke variabele OV= oorzaak
Afhankelijke variabele AV = gevolg
Condities = ≠ niveaus, situaties
Significant = groot genoeg verschil tss condities
VD:
• Kleine steekproeven volstaan om tot zinvolle conclusies te komen
1 Alle andere invloeden op afhankelijke variabele gelijk houden
2 Statistische technieken houden rekening met steekproefgrootte
3 Onderzoeksvraag vraagt naar invloed niet nr hoe het in hele sml voorkomt
• Daadwerkelijk gedrag w onderzocht niet zelfbeschrijvingen
• Inzicht mogelijk in tussenliggende processen
○ Als meerdere metingen -> mediatie-analyse
▪ = procedure die toelaat kans daarop te schatten als je relevante concepten
gemeten hebt
ND:
• Kunstmatige omstandigheden: onmogelijk iets te kunnen zeggen over 'echte' gedrag v
mensen in 'echte' situaties
○ Mundane realism = alledaags realisme ligt vaak laag
Kan een VD zijn -> garandeert dat alle dns in = omstandigheden
Sociale psychologie Pagina 4
maandag 2 november 2020 13:29
Inleiding
Sociale psychologie -> technieken om inzichten te verwerven over covert gedrag?
Bestuderen vooral 'normaal' gedrag (acceptabel binnen de grenzen)
Psychologie: sociale invloed op individueel gedrag + gedrag individuen met/tegen/voor
elkaar
→ Overt gedrag = gedrag voor iedereen rechtstreeks waarneembaar
→ Covert gedrag : elke vorm v gedrag dat slechts waarneembaar is voor wie gedrag vertoont
Vb: opinies, gedachten, gevoelens
Onderzoekers moeten oplossing zoeken om dit gedrag te kunnen bestuderen
Fundamentele Social Psycho = zoeken naar algemene principes v sociaal gedrag of v sociale
invloeden op individueel gedrag (theoriegericht)
Toegepaste Sociale Psycho = gebruiken de inzichten uit de fundamentele psychologie om
individuele/maatschappelijke problemen op te lossen en onderzoeken of ze de gewenste
effecten hebben (praktijkgericht)
VERSCHIL WETENSCHAPPELIJKE STUDIE MET INTUÏTIEVE MENSENKENNIS
→ Niet noodzakelijk motieven v kennisverwerving + inhoud
→ Wel in manier v kennisverwerving: Afgesproken methodes onderzoek
• Conceptuele/operationele definitie variabelen
• Vaststellen v verband tssvariabelen
• Onderzoek is uitgevoerd obv spelregels met heldere variabelen.
→ Reflectie op kennisverwerving: spelregels + geldigheid + dialoog met anderen + kritiek +
zorgvuldig argumenten v anderen onderzoeken
HST 1: Methodes v sociaalpsychologisch onderzoek
1.1 Observatie
Observatieonderzoek: observeren v gedrag.
VD
• Ecologische validiteit is gegarandeerd
-> de mate waarin onderzoek conclusies toelaat over het 'natuurlijk' voorkomende
gedrag v mensen in situaties die ze 'in het echte leven' ook tegenkomen
ND
• Onderzochte gedragingen soms vrij zeldzaam
-> lang wachten voor je die kan observeren
• Moeilijk om conclusies te trekken over oorzaken v waargenomen gedrag
1.2 Zelfbeschrijving
Gebruikt bij onderzoek over:
• Coverte gedragingen = wat er zich afspeelt in onze hersenen, je kan er wel vermoedens
Sociale psychologie Pagina 1
, • Coverte gedragingen = wat er zich afspeelt in onze hersenen, je kan er wel vermoedens
over hebben maar geen 100% zekerheid want ze zijn niet waar te nemen
○ <=> Overt gedrag = open en zichtbaar
• Coverte gedragsmechanismen
• Zeldzaam gedrag, zeldzame omstandigheid
VD:
• Vragen stellen over eender wat -> altijd interessant als bron v inspiratie, om ideeën te
krijgen over de opbouw ve theorie: hypothesen genereren
• Weinig arbeidsintensief (relatief!)
• Uitvoering uitbesteed- en automatiseerbaar
• Soms is de zelfbeschrijving het onderzochte gedrag -> verbale communicatie =
waardevol om te bestuderen wat mensen over zichzelf en anderen beweren
• Minder kans op vertekening wnr
○ Minder in geheugen graven
○ Vraagstelling & antwoorden beter toegespitst op inhoud
○ Er over de vraag geen uitgesproken sociale normen bestaan -> eerder
waarheidsgetrouwe antwoorden
ND: 3 voorwaarden
1. Ondervraagde moet gedrag of de reden kunnen beschrijven
○ Geheugen
2. Ondervraagde moet de gelegenheid krijgen
○ Vraagstelling moet de kans geven
○ Meerkeuze vragen -> beperkte antwoordmogelijkheden
3. Ondervraagde moet gedrag willen beschrijven
○ Sociaal wenselijkheid beïnvloed zelfbeschrijvingen
○ Uitgesproken sociale normen
Voorbeeld: morele normen & keuzes
• Welke waarden & normen koesteren mensen?
Welke prioriteit daarbinnen?
• Allerlei waardenvragenlijsten
• Vaststelling: centraal in menselijke interactie
○ Anderen geen schade berokkenen
○ Anderen in nood helpen
Voorbeeld 1:
Trolly dilemma footbridge dilemma
Spoorwissel v 5 nr 1 persoon iemand vd brug duwen
Spoorwissel: meeste 'ja' Footbridge: meeste 'neen'
groep > enkeling enkeling > groep
=> belang v enkeling vs belang v grotere groep
FeldmanHall, Mobbs, Evans, …
Problemen vragenlijsten & interviews:
1. Ecologogische validiteit: in hoeverre kan een onderzoeksmethode resultaten opleveren die
iets zinvol vertellen over hoe mensen zich in "gewone" omstandigheden gedragen
Ecologisch niet-valide onderzoeken leiden tot…
• Irrelevante 'inzichten'
• Vertekeningen door ± subtiele kenmerken vraag
○ Mensen proberen toch te antwoorden op een vraag ookal hebben ze er nooit eerder
over nagedacht -> clues afleiden uit de vraag => vragen met lage ecologische
Sociale psychologie Pagina 2
, over nagedacht -> clues afleiden uit de vraag => vragen met lage ecologische
validiteit hebben clues om de vraag te sturen in bepaalde richtingen
○ Bij trolly w er groepsgevoel gecreëerd waardoor groep belangrijker lijkt
○ Bij bridge w enkeling apart voorgesteld , 1 slachtoffer staat centraal
2. Ethiek:
Vragen staat niet altijd vrij... want vraag kan
• Herinnering oproepen aan nare ervaring
• Valse herinnering opwekken
• Confrontatie met slechte eigenschappen v jezelf
=> niet omdat je alles kan vragen dat je alles mag vragen
3. Problematische aannames
• Veronderstelling
1. dat ze weten wat ze doen
2. waarom ze dat doen
3. Dat ze willen meedoen
=> probleem: bij 1 & 2 geheugen / aandacht, bij 3 sociale wenselijkheid
2 technieken
Event Sampling:
• Mensen een smartphone geven -> aangeven wat àh doen & hoe leuk?
• Duur, onpraktisch, moeilijk organiseerbaar
Day Reconstruction Method:
• Vorige dag beschrijven, begin & einde, wat, waar, wie & hoe leuk?
• Eenvoudiger, praktischer
Sociale wenselijkheid spelen bij beide niet echt een rol, want dit zijn concrete beschrijvingen.
Sociale wenselijkheid heeft eerder een invloed op grotere algemenere vragen
Zelfbeschrijvingen ≠ Event Sampling ~ Day Reconstruction Method
1.3 Correlationeel onderzoek
= methode om verbanden tss gegevens te bestuderen
berekent in hoeverre 2 of meer variabelen positief of negatief samenhangen
Correlatiecoëfficiënt: [-1,1]
-1 = perfect negatief verband
1= perfect positieve samenhang
0 = 0 geen verband
Werkwijze
• 2 of meer variabelen meten
• Berekenen of ze samen variëren
• Kans berekenen dat samenhang toevallig is
VD:
• Gebruikt natuurlijke variatie (ethiek)
• Correlaties tss eender welke metingen
Correlatie zegt
• Iets over de sterkte vh verband
• NIETS over de aard vh verband
ND:
Sociale psychologie Pagina 3
, ND:
=> gevolg: onderzoekers geneigd om vastgestelde samenhang causaal te interpreteren ->
misleidende conclusies
1. Invloed v A op B
2. Invloed v B op A
3. Invloed v C op A&B
Wnr wel causale conclusies
• Longitudinaal onderzoek
• Experimenteel onderzoek
Kogut (2011, Study 1 — relevante elementen)
1.4 Experiment
= manier op geg te verzamelen waarvan de analyse uiteindelijk causale conclusies toelaat
Doel: toetsen v type oorzaak -> gevolg
Redenering:
• Variatie , aanpassing in de oorzaak -> variatie in het gevolg
• Als gevolg effectief varieert = causaal verband op voorwaarde dat er geen andere
oorzaken zijn vr de verandering in het gevolg
Manipuleren = de oorzaak variëren, de verandering
Onafhankelijke variabele OV= oorzaak
Afhankelijke variabele AV = gevolg
Condities = ≠ niveaus, situaties
Significant = groot genoeg verschil tss condities
VD:
• Kleine steekproeven volstaan om tot zinvolle conclusies te komen
1 Alle andere invloeden op afhankelijke variabele gelijk houden
2 Statistische technieken houden rekening met steekproefgrootte
3 Onderzoeksvraag vraagt naar invloed niet nr hoe het in hele sml voorkomt
• Daadwerkelijk gedrag w onderzocht niet zelfbeschrijvingen
• Inzicht mogelijk in tussenliggende processen
○ Als meerdere metingen -> mediatie-analyse
▪ = procedure die toelaat kans daarop te schatten als je relevante concepten
gemeten hebt
ND:
• Kunstmatige omstandigheden: onmogelijk iets te kunnen zeggen over 'echte' gedrag v
mensen in 'echte' situaties
○ Mundane realism = alledaags realisme ligt vaak laag
Kan een VD zijn -> garandeert dat alle dns in = omstandigheden
Sociale psychologie Pagina 4