iddeleeuwen
M
500 - 1000
Kenmerkende aspecten
De verspreiding van het christendom in geheel Europa.
9
10 Het ontstaan en de verspreiding van de islam.
11 De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een
zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
12 Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
, 3.1 Leenheren, leenmannen en horigen
Kenmerkende aspecten
1 De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een
1
zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
12 Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
Een agrarische samenleving
In de laat-Romeinse tijd was er grote economische achteruitgang. Er was een groeiende
onveiligheid en daardoor werd reizen moeilijker en nam de handel (vooral over grote
afstand) af. Dit zorgde er weer voor dat het inwonersaantal van steden verder terugliep. Er
was in de zevende eeuw nu een grotendeels agrarische samenleving.
Boeren gebonden aan grond
ok met het platteland ging het niet goed. Veelpachtboerenraakten in de laat-Romeinse
O
tijd in de schulden door hoge belastingen, waardoor ze hun akkers in de steek lieten. De
landbouwproductie daalde en daarom verboden de Romeinse keizers de pachtboeren om
hun grond te verlaten, ze kwamen onder gezag van grootgrondbezitters te staan. Deze
grootgrondbezitters hadden echter ook hun afzetmarkt verloren en daarom waren zij ook al
bezig om hun eigen grond te verpachten aan slaven die die grond altijd al bewerkten om zo
toch inkomsten uit hun landgoederen te halen. Zo werden pachtboeren en slaven langzaam
één groep: onvrije pachtboeren. Deze groep werd later aangevuld met vrije boeren met
eigen grond. Door de groeiende onveiligheid gaven zij namelijk hun grond af aan een
edelman of klooster in ruil voor bescherming. Ze bleven er wel op wonen, maar moesten er
nu pacht voor betalen (soms herediensten). Deze hele groep die gebonden was aan de
grond wordthorigengenoemd.
Het domein
en landgoed dat wordt beheerd via hethofstelselheet eendomein. Een domein was
E
eigenlijk een soort klein dorp. Horigen waren gebonden aan de grond van het domein. Het
hofstelsel is een systeem waarbij het ene deel van een domein direct door de heer wordt
gebruikt (hetvroonland) en het andere deel wordtverpacht aan horige boeren.
Vroegmiddeleeuws koningschap
e Germanen die in de late Oudheid het Romeinse Rijk binnendrongen, werden aangevoerd
D
doorkrijgsheren. Er waren eerst niet vaak echte koningen,maar later kwamen er wel
Germaanse koningen, maar daar was veel gedoe mee. In800lietKarel de Grotezich echter
in Rome door de paus tot keizer kronen.
Feodale verhoudingen
ermaanse vorsten probeerden instellingen van het Romeinse bestuur te behouden. Echter
G
lukte dit vaak niet, omdat hun macht beperkt was: er waren geen echte hoofdsteden en er