Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 9 pages
Summary

Samenvatting AFP samengevat

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 9 pages

Een samenvatting van de lessen en de stof van AFP

Content preview

AFP

Les 3 – Cel en weefselleer
Dinsdag 04 september

Osmose:
(Het aantrekken van water door de celwand door stoffen die niet door de celwand heen
kunnen maar het evenwicht proberen te realiseren door vocht aan te zuigen)
Vocht gaat wel door de celwand heen maar de andere stoffen niet, er wordt een soort
evenwicht gerealiseerd.
Diffusie:
Stoffen gaan door celwand door concentratie verschillen aan de andere kant
Verplaatsing langs het concentratiegradiënt van een hoge concentratie naar een lage
concentratie. Zuurstof gaat naar de cel en 02 naar buiten. Semi permeabel.
Filtratie:
Selectief doorlaten vaan stoffen door drukverschillen.
Actief membraan transport:
Door filtratie en druk. Dit kost energie, komt voor bij uitwisseling van stoffen via bloedvaten
in de nieren. (ATP pomp)
Passief membraantransport:
Door osmose en diffusie. Kost geen energie gaat op basis van concentratie verschillen aan de
andere kant.
Intracellulair
In de cel.
Intercellulair
Ruimte tussen de cellen in. Het vocht tussen de cellen in.
Extracellulair
Bloed, lymfe, en intercellulair (daar zit het vocht).
Colloïd osmotische druk (eiwitten)
Het drukverschil binnen en buiten het bloedvat ten gevolge van osmose. De vaatwand is wel
permeabel voor water maar niet voor grotere moleculen zoals eiwitten.
Normaal; COD = 25 mm hg de aanzuigende kracht (trekken water aan)
RR = 35 mm Hg de druk die op de vaatwand wordt uitgeoefend.
Het vocht gaat uit de bloedbaan. De colloid osmotische druk is dus niet hoog genoeg om het
vocht vast te houden.
COD = 35 mm Hg
RR = 15 mm Hg
Dus het vocht wordt dan weer aangetrokken.
Aan het begin is het filtratie, daarna resorptie.

, AFP periode 1

Les 4 – Cel en weefselleer en weefseltypen

Kenmerken van verschillende soorten weefseltypes;
Er zijn verschillende weefseltypen:
• Epitheel: oppervlakteweefsel (beschermen en klierfunctie), bloedvaten;
• Spierweefsel: glad, skelet- en hartspierweefsel;
• Skeletspierweefsel is willekeurig
• Hart- en gladspierweefsel is onwillekeurig
• Zenuwweefsel: doorgeven impulsen
• Bindweefsel: kraakbeen-, been-, vet- en bindweefsel in engere zin.


EPITHEEL WEEFSEL
Bescherming van ziektes van buitenaf. Zijn de cellen die de bovenste laag van de huid of
slijmvliezen vormen. Epitheel cellen sluiten met heel weinig intercellulaire stof op elkaar aan
zodat moleculen niet of nauwelijks tussen de epitheelcellen door kunnen. Doormiddel van
actief transport kunnen bepaalde moleculen toch langs de epitheel cellen heen. Dit soort
cellen bevinden zich in de darmwand en de nier.
Epitheelcellen kunnen allerlei vormen aannemen.

SPIERWEEFSEL
Spierweefsel is elastisch weefsel, dat het vermogen heeft dmv prikkels te veranderen. Als
brandstof om samen te trekken gebruiken de spieren als brandstof glucose. In de spiercellen
kan glucose in de vorm van glycogeen tijdelijk worden opgeslagen. Glucose wordt door
zuurstof verbrand tot koolzuurgas en water à vindt plaats in de mitochondriën. Dit zorgt
ervoor dat we de spier kunnen samentrekken en dat het lichaam warmer wordt.
De samentrekking van ingewandsspieren komt langzaam tot stand en blijft langere tijd
bestaan. Samentrekken van de skeletspieren gebeurd snel en kortdurend. De cellen van
skeletspieren zijn dwarsgestreept en cellen van ingewandsspieren worden gladde spiercellen
genoemd. Uitzondering van de hartspier, die zijn dwarsgestreept.
Het endoplasmatisch reticulum van de spiervezel noemt men sarcoplasmatisch reticulum.
Het bestaat uit membranen, die zeer regelmatig gerangschikt zijn in de lengterichting van de
spiervezel, tussen de myofibrillen. Myofibrillen zijn draadvormige organellen (celorgaantjes)
die het vermogen hebben zich samen te trekken. Myofibrillen vertonen dwarse strepen, in
lichte en donkere banden. Tussen de myofibrillen in liggen enkele mitochondria. De
dwarsgestreepte spiervezel bevat verder vele celkernen, die op regelmatige afstanden in het
verloop van de spiervezel liggen. Omdat de spiervezel helemaal gevuld is met myofibrillen,
worden de kernen tegen het sarcolemma (celmembraan) aangedrukt.

ZENUWWEEFSEL
De belangrijkste functies zijn; het generen, overdragen en verwerken van info in de vorm
van actiepotentialen.
We kunnen de cellen van het zenuwstelsel onderverdelen in neuronen en gliacellen.
Neuronen: de meeste neuronen kunnen zich niet meer delen.
- Perifere sensibele neuronen: gaat van het lichaam af
- Perifere motorische neuronen: naar de spieren toe.

Document information

Study
Uploaded on
January 16, 2024
Number of pages
9
Written in
2023/2024
Type
Summary
$4.16

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
2
Last sold
-


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions