College Voet
Toetsmatrijs: De student kan:
1. De verschillende spieren en spiergroepen van de voet en hun bijbehorende functies beschrijven.
Bij het bekijken van de anatomie van de voet kan er onderscheid gemaakt worden tussen de voetrug
en de voetzool. De spieren van de voet worden gevormd door de dorsale voetspieren, die op de
voetrug (dorsum pedis) lopen, en de plantaire voetspieren, die in de voetzool (planta pedis)
liggen.
Dorsale spieren
De dorsale spieren, die gedeeltelijk bedekt zijn door de pezen van de m. extensor digitorum longus
en de m. peroneus tertius, worden oppervlakkig bekleed door de fascia dorsalis pedis, zoals te
zien in het onderstaande plaatje. Deze fascie is aan de mediale en de laterale voetranden vastgehecht
en vormt een voortzetting van de fascia cruris van het onderbeen.
Plantaire spieren
De plantaire musculatuur van de voet kan onderverdeeld worden in vier spierlagen. De eerste
spierlaag is de meest oppervlakkige, en de vierde laag is de meest diepgelegen laag.
1. 1e Spierlaag; Innervatie door nervus plantaris med./lat.
- Abductor digiti minimi
O = Tuberositas calcanei, aponeurosis plantaris, intermusculaire septa.
I = Proximale phalanx dig. 5
- Flexor digitorum brevis (= insertie flexor digitorum superficialis hand)
O = Idem boven, (med).
I = Mid phalanx 2-5.
- Abductor hallucis.
O = Idem boven, (med).
I = Proximale phalanx dig. 1.
,2. 2e spierlaag: Innervatie door nervus plantaris med./lat.
- Quadratus plantae
O = Tuber calcanei med./lat.
I = Pees flexor digitorum longus.
- Lumbricali
O = Pees flexor digitorum longus.
I = Extensor hood med. 2-5.
- Flexor hallucis longus
- Flexor digitorum longus
- Tibialis posterior
- Tibialis anterior
3. 3e spierlaag:
- Flexor hallucis brevis
O = Cuboid; cuneiforme laterale
I = Proximale phalanx dig. 1, sesambeentjes.
- Adductor hallucis
Schuine spierbuik:
O = Metatarsale 2-5 en lig. Plantare longum
I = Proximale phalanx dig. 1.
Transversale spierbuik:
O = MTP gewricht 2-5e teen.
I = Proximale phalanx dig. 1.
- Flexor digiti minimi
O = Metatarsale 5
I = Proximale phalanx dig. 5.
4. 4e spierlaag:
- Interossei
Plantare (3)
O = Metatarsale 3-5 schacht med.
I = Proximale phalanx digiti 3-5.
Dorsale (4)
O = Metatarsale 1-5 schacht aangrenzend.
I = 1st Proximale basis mediale zijde,
2-4 proximale phalanx basis laterale zijde.
Gerangschikt rond 2e teen
- Peroneus longus
- Tibialis posterior
- Sesambeentjes
,2. De functionele anatomie van de diverse gewrichten van de voet beschrijven.
De voetbotten
Voetbogen en voetvorm
Zoals te zien in de afbeelding hieronder is bij het plantaire aanzicht een driehoek in het wit getekend.
Dit illustreert een koepel met drie steunpunten, namelijk de calcaneus, caput metatarsale I en
caput metatarsale V. Deze drie steunpunten geven de voet vorm. En elke witte lijn illustreert een
voetboog; de mediale, laterale en voorste voetboog.
Ligamenten en voetbogen
De ligamenten die ondersteuning geven bij de voetvorm zijn onder andere:
Lig. Calcaneonaviculare plantare (sprongbandje)
o Dit is een onderdeel van het OSG.
o Het is bekleed met stevig kraakbeen
Lig. Calcaneocuboideum
Lig. Plantare longum
Teven is er een musculaire ondersteuning van de voetbogen. Diverse
spieren zijn hierbij actief, namelijk de tibialis anterior, de tibialis posterior, de
peroneus longus en de flexor hallucis longus.
, 3. De kinesiologie van en in de voet beschrijven; biomechanische aspecten van het staan en het
gaan kunnen daarbij worden aangegeven.
Bewegingsassen
Interindividuele (ook intra-) variatie.
Leeftijdsvariatie
Tijdens bewegingen enige verplaatsing momentane rotatieassen ( verandering
vrijheidsgraden).
Bewegingen zijn veelal gecombineerde bewegingen rondom de assen.
Bewegingen zijn veelal bewegingen in de gehele voet.
As BSG = As plantairflexie / dorsaalflexie is eigenlijk niet recht, zie afbeeldingen.
As OSG = As pro-/supinatie
De talus heeft geen musculaire aanhechtingen, dit gewricht heeft wel een
Longitudinale rotatie as.
Inversie / eversie
- Beweging in de voet zelf
- Inversie C, D en E, naar binnen keren voetzool.
- Eversie A, B, naar buiten keren voetzool.
Gewricht van Chopart
- Schuine as voor dorsaal- en plantair flexie middenvoet.
- Longitudinale rotatie as voor inversie en eversie middenvoet.
Gewricht van Lisfranc
- Geringe dorsaalflexie
- Ca 15 graden plantairflexie
- Grote samenhang met aangrenzende botten.
- Voornamelijk translatoire bewegingscomponent.
- 2e straal meest ‘opgesloten’ relatieve stijfheid.