ANATOMIE & FYSIOLOGIE VAN
HET ENDOCRIENE STELSEL
INLEIDING
Exocriene klieren: - scheiden hun product af ah extern milieu
vocht + zout + eiwit/vet
- beschikken over afvoergang
Endocriene klieren: - scheiden hun product af ah bloed
hormoon
- beschikken nt over afvoergang
CHEMISCHE STRUCTUUT VN HORMONEN
Obv chemische structuur kunnen hormonen in 3 groepen worden verdeeld:
Derivaten vn aminozuren: lijken op aminozuur qua structuur
bv. adrenaline, dopamine, melatonine, …
Peptidehormonen: ketens vn aminozuren
bv. ADH, oxytocine, groeihormoon, …
grootste groep
Derivaten vn vetten: - lijken op cholesterol: steroïden
bv. oestrogeen, cortisol, …
- lijken op vetzuren: eicosanoïden
bv. prostaglandines
wateronoplosbaar !!
HORMONEN: BOODSCHAPPERMOLECULEN
Aangemaakt door endocriene klieren oiv adequate stimulus
Vrijgegeven ih bloed
Werken op afstand vd klier in op doelwitcellen
‘target cells’
Brengen respons teweeg thv target cells met eventueel weerslag op bloedsamenstelling
Respons heft stimulus op
= negatieve feedback
, VERSCHIL TSS ENDOCRIEN & ZENUWSTELSEL
Endocrien systeem: - langzame, chronische signaaloverdracht
- gebruikt bloedsomloop om grotere afstanden te overbruggen
- boodschapperstoffen zijn hormonen
Zenuwstelsel: - zeer snelle signalering
- gebruikt zenuwbanen ter overbrugging
- boodschap tss cellen wordt doorgegeven door neurotransmitters thv synapsen
ENKELE VOORNAME FUNCTIES VN HORMONEN
Regulering vd eetlust + spijsvertering
onderlinge samenwerking spijsverteringsorganen
Regulering vd stofwisseling
katabolisme: bij vasten & chronische stress
anabolisme: postprandiaal
Regulering vn membraantransport & vn uitscheiding
pH-waarde
water & elektrolytenhuishouding
Regulering vd groei & maturatie
Regulering vd vruchtbaarheid & voortplantingsdrift
In samenwerking met zenuwstelsel
acute stress respons
HORMONEN BEÏNVLOEDEN ELKAAR
Antagonisme: hormonen werken mekaar tegen
heffen mekaars werking op = neutraliseren elkaar
bv. insuline >< glucagon
Synergisme: hormonen versterken elkaar
bv. steroïdhormonen onderling
Permissief: ene hormoon moet aanwezig zijn opdat het 2e effect zou hebben
bv. adrenaline heeft GN effect op energieverbruik tenzij schildklierhormoon ook
aanwezig is
Integratief: hormonen hebben verschillende maar complementaire effecten
bv. calcitriol & parathyroïdhormoon zijn beiden betrokken bij calciumstofwisseling
HET ENDOCRIENE STELSEL
INLEIDING
Exocriene klieren: - scheiden hun product af ah extern milieu
vocht + zout + eiwit/vet
- beschikken over afvoergang
Endocriene klieren: - scheiden hun product af ah bloed
hormoon
- beschikken nt over afvoergang
CHEMISCHE STRUCTUUT VN HORMONEN
Obv chemische structuur kunnen hormonen in 3 groepen worden verdeeld:
Derivaten vn aminozuren: lijken op aminozuur qua structuur
bv. adrenaline, dopamine, melatonine, …
Peptidehormonen: ketens vn aminozuren
bv. ADH, oxytocine, groeihormoon, …
grootste groep
Derivaten vn vetten: - lijken op cholesterol: steroïden
bv. oestrogeen, cortisol, …
- lijken op vetzuren: eicosanoïden
bv. prostaglandines
wateronoplosbaar !!
HORMONEN: BOODSCHAPPERMOLECULEN
Aangemaakt door endocriene klieren oiv adequate stimulus
Vrijgegeven ih bloed
Werken op afstand vd klier in op doelwitcellen
‘target cells’
Brengen respons teweeg thv target cells met eventueel weerslag op bloedsamenstelling
Respons heft stimulus op
= negatieve feedback
, VERSCHIL TSS ENDOCRIEN & ZENUWSTELSEL
Endocrien systeem: - langzame, chronische signaaloverdracht
- gebruikt bloedsomloop om grotere afstanden te overbruggen
- boodschapperstoffen zijn hormonen
Zenuwstelsel: - zeer snelle signalering
- gebruikt zenuwbanen ter overbrugging
- boodschap tss cellen wordt doorgegeven door neurotransmitters thv synapsen
ENKELE VOORNAME FUNCTIES VN HORMONEN
Regulering vd eetlust + spijsvertering
onderlinge samenwerking spijsverteringsorganen
Regulering vd stofwisseling
katabolisme: bij vasten & chronische stress
anabolisme: postprandiaal
Regulering vn membraantransport & vn uitscheiding
pH-waarde
water & elektrolytenhuishouding
Regulering vd groei & maturatie
Regulering vd vruchtbaarheid & voortplantingsdrift
In samenwerking met zenuwstelsel
acute stress respons
HORMONEN BEÏNVLOEDEN ELKAAR
Antagonisme: hormonen werken mekaar tegen
heffen mekaars werking op = neutraliseren elkaar
bv. insuline >< glucagon
Synergisme: hormonen versterken elkaar
bv. steroïdhormonen onderling
Permissief: ene hormoon moet aanwezig zijn opdat het 2e effect zou hebben
bv. adrenaline heeft GN effect op energieverbruik tenzij schildklierhormoon ook
aanwezig is
Integratief: hormonen hebben verschillende maar complementaire effecten
bv. calcitriol & parathyroïdhormoon zijn beiden betrokken bij calciumstofwisseling