Sociologie
1- OP ONTDEKKINGSTOCHT DOOR EEN BEKEND GEBIED?.....................................3
1-1- Het dagelijkse leven door de bril van de socioloog......................................3
1-2- Niemand is een eiland, zeker niet in tijden van corona................................5
1-3- Een stap verder: een sociologische blik doet beter begrijpen......................6
1-4- Een eerste definitie van sociologie...............................................................7
2- DE SAMENLEVING IS EEN VELD VAN TEGENGESTELDE KRACHTEN.....................7
2-1- Individu en samenleving: een strijd van goed tegen kwaad........................8
2-2- De samenleving: een vat vol mogelijkheden en beperkingen......................8
2-3- Solidariteit versus strijd............................................................................... 8
2-4- Ongelijkheid versus gelijkheid......................................................................8
3- WELK NUT HEEFT DE SOCIOLOGIE VOOR WIE GEEN SOCIOLOOG WIL WORDEN?
............................................................................................................................... 9
3-1- De sociologie, een wetenschap als (g)een ander?.......................................9
3-2- Er is meer wetenschap onder de zon dan enkel natuurwetenschap............9
4- DE ENE ZIJN BRIL IS DE ANDERE NIET..............................................................11
4-1- We dragen allemaal een bril! Over selectieve waarneming.......................11
4-2- Referentiekaders, pygmalion en stereotypes.............................................11
4-3- Het breekpunt tussen common sense en wetenschap...............................12
5- EENHEID IN VERSCHEIDENHEID, VERSCHEIDENHED IN EENHEID.....................13
5-1- Eenheid in verscheidenheid: de empirische cyclus....................................15
5-2- Verscheidenheid in eenheid.......................................................................15
5-3- Het symbolisch interactionisme.................................................................17
5-4- De sociale ruil............................................................................................ 18
5-5- Het structuurfunctionalisme.......................................................................19
5-6- Het conflictsociologische paradigma..........................................................19
6- BLOKKEN UIT DE SOCIOLOGISCHE BLOKKENDOOS...........................................20
6-1- Sociaal handelen........................................................................................ 20
6-2- Interactie en communicatie.......................................................................21
6-3- Sociale relaties en posities, sociale rol en status.......................................21
6-4- De sociale rol............................................................................................. 22
6-5- Rolattributen en statussymbolen...............................................................23
7- EEN NETWERK IS GEEN GROEP........................................................................24
7-1- Sociale netwerken...................................................................................... 24
7-2- Groepen..................................................................................................... 26
1
, 7-3- Referentiegroepen..................................................................................... 26
7-4- Groepen tussen conflict en solidariteit.......................................................27
7-5- Het ‘maatschappelijk middenveld’.............................................................27
7-6- Sociale bewegingen................................................................................... 27
8- MODERNE SAMENLEVINGEN ZIJN ALTIJD MULTICULTUREEL...............................28
8-1- Door de ogen van anderen.........................................................................28
8-2- Waarvoor staat cultuur?............................................................................. 28
8-3- Cultuur is een patroon................................................................................ 28
8-4- De ene cultuur is de andere niet: verschillen binnen culturen...................32
8-5- Instituties en institutionalisering................................................................36
9- LEVENSLANG LEREN – OM IN HET GAREEL TE LOPEN?.....................................39
9-1- Cultuur wordt aangeleerd..........................................................................39
9-2- De januskop van socialisatie......................................................................39
9-3- Primaire, secundaire en tertiaire socialisatie..............................................40
9-4- Differentiële socialisatie............................................................................. 40
9-5- Sociale controle en sociale sancties...........................................................41
9-6- Conformisme en deviantie.........................................................................42
9-7- Verklaringen voor deviantie.......................................................................43
9-8- Functies van deviantie............................................................................... 43
10- ORGANISATIES (niet te kennen).....................................................................43
11- ONGELIJKHEID IS VAN ALLE TIJDEN.................................................................44
11-1- Ontbrekende breuklijnen..........................................................................44
11-2- Vier soorten van sociale verschillen.........................................................45
11-3- De stoet van Pen: inkomensongelijkheid..................................................47
11-4- Slavernij, standen, kasten en klassen......................................................49
11-5- Over macht en gezag............................................................................... 51
11-6- Sociale mobiliteit...................................................................................... 55
2
, Deel 1: ik en de samenleving
Driehoek van Berger en Luckmann:
De samenleving is
een objectieve
werkelijkheid
De samenleving is
De mens is een
een menselijk
sociaal product
product
Samenleving bestuderen; illusie om te denken dat samenleving objectieve
werkelijkheid is.
Mens geen rationeel logisch wezen, wel sociaal product. (onderhevig aan
invloed van anderen)
Socialisatie: wij geraken gesocialiseerd door anderen.
Moeilijk oorzaak-gevolg vaststellen
1- OP ONTDEKKINGSTOCHT DOOR EEN BEKEND
GEBIED?
1-1- Het dagelijkse leven door de bril van de socioloog
Samenlevingskunde, Wetenschap van de maatschappij
o Samen leven
o Sociaal handelen van mensen
o Deel uitmaken van het sociaal leven – in constante interactie met
cliënten, collega’s,… - gevoeligheid voor wat leeft in de maatschappij.
o 3 onlosmakend verbonden niveau’s:
Microniveau = vrij kort op onszelf als persoon. (familie,
vrienden,..)
Mesoniveau = ruimer. (school, sportclub, culturele vereniging,
politieke partij…)
Macroniveau = heel breed. (Vlaams niveau, Belgische context,
samenleving)
Sociologische verbeelding (Mills) = het bewustzijn dat onze individuele
ervarings-belevingswereld verband houdt met de bredere samenleving.
Mensen die het financieel moelijker hebben zijn hier kwetsbaarder voor
3 componenten:
o Geschiedenis (van een fenomeen): waarom sommige meer kwetsbaar
om bv tienermoeder te worden
o Biografie: welke groepen van mensen hebben hier een rol in
meegespeeld?
o Sociale structuur: hoe worden bepaalde stereotypen in stand gegaan?
3
, 4
1- OP ONTDEKKINGSTOCHT DOOR EEN BEKEND GEBIED?.....................................3
1-1- Het dagelijkse leven door de bril van de socioloog......................................3
1-2- Niemand is een eiland, zeker niet in tijden van corona................................5
1-3- Een stap verder: een sociologische blik doet beter begrijpen......................6
1-4- Een eerste definitie van sociologie...............................................................7
2- DE SAMENLEVING IS EEN VELD VAN TEGENGESTELDE KRACHTEN.....................7
2-1- Individu en samenleving: een strijd van goed tegen kwaad........................8
2-2- De samenleving: een vat vol mogelijkheden en beperkingen......................8
2-3- Solidariteit versus strijd............................................................................... 8
2-4- Ongelijkheid versus gelijkheid......................................................................8
3- WELK NUT HEEFT DE SOCIOLOGIE VOOR WIE GEEN SOCIOLOOG WIL WORDEN?
............................................................................................................................... 9
3-1- De sociologie, een wetenschap als (g)een ander?.......................................9
3-2- Er is meer wetenschap onder de zon dan enkel natuurwetenschap............9
4- DE ENE ZIJN BRIL IS DE ANDERE NIET..............................................................11
4-1- We dragen allemaal een bril! Over selectieve waarneming.......................11
4-2- Referentiekaders, pygmalion en stereotypes.............................................11
4-3- Het breekpunt tussen common sense en wetenschap...............................12
5- EENHEID IN VERSCHEIDENHEID, VERSCHEIDENHED IN EENHEID.....................13
5-1- Eenheid in verscheidenheid: de empirische cyclus....................................15
5-2- Verscheidenheid in eenheid.......................................................................15
5-3- Het symbolisch interactionisme.................................................................17
5-4- De sociale ruil............................................................................................ 18
5-5- Het structuurfunctionalisme.......................................................................19
5-6- Het conflictsociologische paradigma..........................................................19
6- BLOKKEN UIT DE SOCIOLOGISCHE BLOKKENDOOS...........................................20
6-1- Sociaal handelen........................................................................................ 20
6-2- Interactie en communicatie.......................................................................21
6-3- Sociale relaties en posities, sociale rol en status.......................................21
6-4- De sociale rol............................................................................................. 22
6-5- Rolattributen en statussymbolen...............................................................23
7- EEN NETWERK IS GEEN GROEP........................................................................24
7-1- Sociale netwerken...................................................................................... 24
7-2- Groepen..................................................................................................... 26
1
, 7-3- Referentiegroepen..................................................................................... 26
7-4- Groepen tussen conflict en solidariteit.......................................................27
7-5- Het ‘maatschappelijk middenveld’.............................................................27
7-6- Sociale bewegingen................................................................................... 27
8- MODERNE SAMENLEVINGEN ZIJN ALTIJD MULTICULTUREEL...............................28
8-1- Door de ogen van anderen.........................................................................28
8-2- Waarvoor staat cultuur?............................................................................. 28
8-3- Cultuur is een patroon................................................................................ 28
8-4- De ene cultuur is de andere niet: verschillen binnen culturen...................32
8-5- Instituties en institutionalisering................................................................36
9- LEVENSLANG LEREN – OM IN HET GAREEL TE LOPEN?.....................................39
9-1- Cultuur wordt aangeleerd..........................................................................39
9-2- De januskop van socialisatie......................................................................39
9-3- Primaire, secundaire en tertiaire socialisatie..............................................40
9-4- Differentiële socialisatie............................................................................. 40
9-5- Sociale controle en sociale sancties...........................................................41
9-6- Conformisme en deviantie.........................................................................42
9-7- Verklaringen voor deviantie.......................................................................43
9-8- Functies van deviantie............................................................................... 43
10- ORGANISATIES (niet te kennen).....................................................................43
11- ONGELIJKHEID IS VAN ALLE TIJDEN.................................................................44
11-1- Ontbrekende breuklijnen..........................................................................44
11-2- Vier soorten van sociale verschillen.........................................................45
11-3- De stoet van Pen: inkomensongelijkheid..................................................47
11-4- Slavernij, standen, kasten en klassen......................................................49
11-5- Over macht en gezag............................................................................... 51
11-6- Sociale mobiliteit...................................................................................... 55
2
, Deel 1: ik en de samenleving
Driehoek van Berger en Luckmann:
De samenleving is
een objectieve
werkelijkheid
De samenleving is
De mens is een
een menselijk
sociaal product
product
Samenleving bestuderen; illusie om te denken dat samenleving objectieve
werkelijkheid is.
Mens geen rationeel logisch wezen, wel sociaal product. (onderhevig aan
invloed van anderen)
Socialisatie: wij geraken gesocialiseerd door anderen.
Moeilijk oorzaak-gevolg vaststellen
1- OP ONTDEKKINGSTOCHT DOOR EEN BEKEND
GEBIED?
1-1- Het dagelijkse leven door de bril van de socioloog
Samenlevingskunde, Wetenschap van de maatschappij
o Samen leven
o Sociaal handelen van mensen
o Deel uitmaken van het sociaal leven – in constante interactie met
cliënten, collega’s,… - gevoeligheid voor wat leeft in de maatschappij.
o 3 onlosmakend verbonden niveau’s:
Microniveau = vrij kort op onszelf als persoon. (familie,
vrienden,..)
Mesoniveau = ruimer. (school, sportclub, culturele vereniging,
politieke partij…)
Macroniveau = heel breed. (Vlaams niveau, Belgische context,
samenleving)
Sociologische verbeelding (Mills) = het bewustzijn dat onze individuele
ervarings-belevingswereld verband houdt met de bredere samenleving.
Mensen die het financieel moelijker hebben zijn hier kwetsbaarder voor
3 componenten:
o Geschiedenis (van een fenomeen): waarom sommige meer kwetsbaar
om bv tienermoeder te worden
o Biografie: welke groepen van mensen hebben hier een rol in
meegespeeld?
o Sociale structuur: hoe worden bepaalde stereotypen in stand gegaan?
3
, 4