Gymnastiek
Vakterminologie
Slingeren
o Zich heen en weer bewegen an een voorwerp of toestel dat zelf beweegt
Zwaaien
o Heen en weer bewegen aan een toestel met een versnelling van het LZP door
overzetting van beweging van de benen of de armen
Rollen
o Draaien om de breedte- of lengte-as van het lichaam waarbij het lichaam
horizontaal wordt verplaatst
Duikelen
o Draaien rond de breedte-as waarbij het lichaam om een bepaald punt
(rekstok) tussen 2 bepaalde punten verplaatst word
Evenwijdige steun voorlings/ruglings
Dijzit op 1 been tussen de greep
Evenwijdige hang
Lighang ruglings/voorlings
Evenwijdige hang aan hoge legger met voetensteun aan lagere legger
Evenwijdige hang aan hoge legger met dijsteun op lage legger
Omgekeerde vouwhang
Turnbewegingen klasses:
- Motorische ontwikkeling
- bewegingsfamilies
- carrasco: indeling volgens hoekverhouding
o ouverture-antepulsion
o fermeture-retropulsion
o ouverture-repulsion
o impulsion jambes
o impulsion bras
o impulsion jambes et bras
, - 6 dominante bewegings patronen
o Statische positie
o Landing
o Rotaties
o Zwaaibewegingen
o Sprongen
o Vlucht en hoogte
Statische positie:
In evenwicht
o Steunend: handenstand
o Hangend: kaarshang tussen touw
o Balancerend: evenwichtstand
Deze eerste groep speelt een centrale rol in gymnastiek, de rest wordt uit deze ‘ideal
positie’ afgeleid
Landing:
Landing is een gecontroleerde stop na een vluchtfase van het lichaam
Rotaties:
Verschillend rotaties zijn mogelijk rond:
o Lengte-as (pirouette)
o Breedte-as (salto, rollen)
o Diepte-as/sagitaal as (rad)
Zwaaibewegingen:
Een zo grote amplitude krijgen door:
o Een zo hoog mogelijke sartpositie
o Grotere momentarm
Sprongen:
Uitgevoerd worden vanuit verschillende afstoodmogelijkheden:
o Afstoot op verschillende ondergronden (mat, veerplank, trampoline)
o Afstoot met of zonder aanloop
o Afstoot op voeten of handen
o Afstoot met 1 of 2 contactpunten
Vlucht en hoogte:
Het vlucht is de fase tussen het verbreken van het contact en de landing
De hoogt wordt bepaald door:
o Afstoothoek
o Afstoodsnelheid
o Afstoodhoogte: afstand van zwaartepunt en de grond
o Projectielbaan
, Veiligheid
Lesgever continue waakzaam om ongevallen te vemrijden
8 voorwaarden voor een veilige lessituatie
Geschikte faciliteiten en uitrusting
o Beschikbaar materiaal moet in goed staat zijn
o Beschikbare ruimte moet veilig zijn
Alle karren aan de kant
Voldoende ruimte tussen de materiaalopstellingen
Toestellen veilig opstellen
Doelgericht lesbegin voorzien
o Stretching > voor kleinere kans op blessures
Fysiek klaar zijn
o LL moet fysieke basiseigenschappen beschikken
Lenigheid
Kracht
Uithouding
Snelheid
Coördinatie
Inzicht hebben in beweginsverloop
o Lesgever voldoende inzicht hebben in het bewegingsverloop
o Leerstappen & leerstofopbouw moeten logische opbouw hebben
Niet elke leerling moet zelfde eindvorm bereiken
o Fouten geobeserveerd worden > tip om deze fouten te verbeteren geven
o Foutenanalyse & remediërende oefenstof aanbieden
Functionele en veilige materiaalopstelling
o Toestellen die gebruikt worden in de les moeten geod overdacht worden
o Tips:
Landingsmatten in juiste richting
Plaats zwaartse en minst mobiele toestellen het dichts bij
opbergruimte
Maak tekening van je ruimte
Controleer zelf de toestellen correct staan opgesteld
o Gebruik maken van een organisatiewijzer
o Lesgever controle of alles goed staat voor begin les
Leiding nemen
o Leerlingen begeleiden
o Aandacht geven aan juiste tiltechniek
Tips veilig lesgeven
Algemeen:
- Haar in staart
- Geen juwelen
- Geen kauwgom
- Gebruik de ruimte nuttig
- Geen balspelen in de buurt
Vakterminologie
Slingeren
o Zich heen en weer bewegen an een voorwerp of toestel dat zelf beweegt
Zwaaien
o Heen en weer bewegen aan een toestel met een versnelling van het LZP door
overzetting van beweging van de benen of de armen
Rollen
o Draaien om de breedte- of lengte-as van het lichaam waarbij het lichaam
horizontaal wordt verplaatst
Duikelen
o Draaien rond de breedte-as waarbij het lichaam om een bepaald punt
(rekstok) tussen 2 bepaalde punten verplaatst word
Evenwijdige steun voorlings/ruglings
Dijzit op 1 been tussen de greep
Evenwijdige hang
Lighang ruglings/voorlings
Evenwijdige hang aan hoge legger met voetensteun aan lagere legger
Evenwijdige hang aan hoge legger met dijsteun op lage legger
Omgekeerde vouwhang
Turnbewegingen klasses:
- Motorische ontwikkeling
- bewegingsfamilies
- carrasco: indeling volgens hoekverhouding
o ouverture-antepulsion
o fermeture-retropulsion
o ouverture-repulsion
o impulsion jambes
o impulsion bras
o impulsion jambes et bras
, - 6 dominante bewegings patronen
o Statische positie
o Landing
o Rotaties
o Zwaaibewegingen
o Sprongen
o Vlucht en hoogte
Statische positie:
In evenwicht
o Steunend: handenstand
o Hangend: kaarshang tussen touw
o Balancerend: evenwichtstand
Deze eerste groep speelt een centrale rol in gymnastiek, de rest wordt uit deze ‘ideal
positie’ afgeleid
Landing:
Landing is een gecontroleerde stop na een vluchtfase van het lichaam
Rotaties:
Verschillend rotaties zijn mogelijk rond:
o Lengte-as (pirouette)
o Breedte-as (salto, rollen)
o Diepte-as/sagitaal as (rad)
Zwaaibewegingen:
Een zo grote amplitude krijgen door:
o Een zo hoog mogelijke sartpositie
o Grotere momentarm
Sprongen:
Uitgevoerd worden vanuit verschillende afstoodmogelijkheden:
o Afstoot op verschillende ondergronden (mat, veerplank, trampoline)
o Afstoot met of zonder aanloop
o Afstoot op voeten of handen
o Afstoot met 1 of 2 contactpunten
Vlucht en hoogte:
Het vlucht is de fase tussen het verbreken van het contact en de landing
De hoogt wordt bepaald door:
o Afstoothoek
o Afstoodsnelheid
o Afstoodhoogte: afstand van zwaartepunt en de grond
o Projectielbaan
, Veiligheid
Lesgever continue waakzaam om ongevallen te vemrijden
8 voorwaarden voor een veilige lessituatie
Geschikte faciliteiten en uitrusting
o Beschikbaar materiaal moet in goed staat zijn
o Beschikbare ruimte moet veilig zijn
Alle karren aan de kant
Voldoende ruimte tussen de materiaalopstellingen
Toestellen veilig opstellen
Doelgericht lesbegin voorzien
o Stretching > voor kleinere kans op blessures
Fysiek klaar zijn
o LL moet fysieke basiseigenschappen beschikken
Lenigheid
Kracht
Uithouding
Snelheid
Coördinatie
Inzicht hebben in beweginsverloop
o Lesgever voldoende inzicht hebben in het bewegingsverloop
o Leerstappen & leerstofopbouw moeten logische opbouw hebben
Niet elke leerling moet zelfde eindvorm bereiken
o Fouten geobeserveerd worden > tip om deze fouten te verbeteren geven
o Foutenanalyse & remediërende oefenstof aanbieden
Functionele en veilige materiaalopstelling
o Toestellen die gebruikt worden in de les moeten geod overdacht worden
o Tips:
Landingsmatten in juiste richting
Plaats zwaartse en minst mobiele toestellen het dichts bij
opbergruimte
Maak tekening van je ruimte
Controleer zelf de toestellen correct staan opgesteld
o Gebruik maken van een organisatiewijzer
o Lesgever controle of alles goed staat voor begin les
Leiding nemen
o Leerlingen begeleiden
o Aandacht geven aan juiste tiltechniek
Tips veilig lesgeven
Algemeen:
- Haar in staart
- Geen juwelen
- Geen kauwgom
- Gebruik de ruimte nuttig
- Geen balspelen in de buurt