Overzicht tekens en formules OP1
Ten eerste de mogelijkheid dat vragen omtrent inductie en deductie worden gesteld. Raadpleeg
daarvoor de literatuur van grondslagen.
Alles is in de logische volgorde van start naar eind!
Variabelen: In te delen in 4 categorieën. Hier zie je welke formules en modellen bij welke data
gebruikt kunnen worden.
Modus Mediaan Gemid Range SD SD^2 IQR
Nominaal x
Ordinaal x x x
Interval x x x x x x x
Ratio x x x x x x x
Taartdiagram Staafdiagram Histogram Stemplot Boxplot
Nominaal x x
Ordinaal x x
Interval x x x x
Ratio x x x x
Valide percentage: Absolute frequentie gedeeld door de som van frequenties van alle niet
ontbrekende scorewaarden × 100
Cumulatief percentage: som van het percentage van de scorewaarde i (individu), en het percentage
van alle lagere klassen.
Voorbeeld: het individu heeft een waarde van 7 en is daarbij perfect gemiddeld. Al wat onder hem
zit telt mee in het cumulatieve percentage. Het cumulatieve percentage is hier dan 50%.
Modus: meest voorkomende waarde in de dataset
Voorbeeld: bij ‘3, 4, 4, 4, 5’ zou het 4 zijn, want die komt 3 keer voor.
Gemiddelde: waardes van je data, gedeeld door n. Niet resistent.
Formule: x+x+x…: n
Voorbeeld: 5+5+10: 3 = 6.66
Mediaan: waarde midden in je data. Resistente waarde, dus wordt veel gebruikt.
Formule: (n+1):2.
Voorbeeld: (11+1):2 = 6
Kwartielen: De mediaan, maar dan 25% en 75% (Q1 en Q3)
Formule: (mediaan +1):2
Interkwartielafstand (IQR): De afstand tussen Q1 (25%) en Q3 (75%).
Uitbijter: Een waarde die afwijkt in je data. Deze kan je vinden door deze formule.
Formule: 1.5 x IQR. Als de data meer dan deze uitkomst onder Q1 of boven Q3 valt is het een
uitschieter.
Ten eerste de mogelijkheid dat vragen omtrent inductie en deductie worden gesteld. Raadpleeg
daarvoor de literatuur van grondslagen.
Alles is in de logische volgorde van start naar eind!
Variabelen: In te delen in 4 categorieën. Hier zie je welke formules en modellen bij welke data
gebruikt kunnen worden.
Modus Mediaan Gemid Range SD SD^2 IQR
Nominaal x
Ordinaal x x x
Interval x x x x x x x
Ratio x x x x x x x
Taartdiagram Staafdiagram Histogram Stemplot Boxplot
Nominaal x x
Ordinaal x x
Interval x x x x
Ratio x x x x
Valide percentage: Absolute frequentie gedeeld door de som van frequenties van alle niet
ontbrekende scorewaarden × 100
Cumulatief percentage: som van het percentage van de scorewaarde i (individu), en het percentage
van alle lagere klassen.
Voorbeeld: het individu heeft een waarde van 7 en is daarbij perfect gemiddeld. Al wat onder hem
zit telt mee in het cumulatieve percentage. Het cumulatieve percentage is hier dan 50%.
Modus: meest voorkomende waarde in de dataset
Voorbeeld: bij ‘3, 4, 4, 4, 5’ zou het 4 zijn, want die komt 3 keer voor.
Gemiddelde: waardes van je data, gedeeld door n. Niet resistent.
Formule: x+x+x…: n
Voorbeeld: 5+5+10: 3 = 6.66
Mediaan: waarde midden in je data. Resistente waarde, dus wordt veel gebruikt.
Formule: (n+1):2.
Voorbeeld: (11+1):2 = 6
Kwartielen: De mediaan, maar dan 25% en 75% (Q1 en Q3)
Formule: (mediaan +1):2
Interkwartielafstand (IQR): De afstand tussen Q1 (25%) en Q3 (75%).
Uitbijter: Een waarde die afwijkt in je data. Deze kan je vinden door deze formule.
Formule: 1.5 x IQR. Als de data meer dan deze uitkomst onder Q1 of boven Q3 valt is het een
uitschieter.