Les 5 (30/3/2018)
Voorbeeldvragen
KT kredieten zijn
A) Duur
B) Bestemd om KT behoeften op te vangen en een gedeelte van de LT behoeften
C) Mogen alleen worden gebruikt om KT behoeften op te vangen
D) Geen van de voorgaande antwoorden is juist.
Reverse factoring: welke bewering klopt niet
A) Betekent dat de klant vraagt aan zijn bank om de facturen te betalen aan de
leverancier terwijl de bank slechts na x dagen (vb. 20) de rekening van de klant
debiteert. → definitie
B) Is non-recourse voor de leverancier.
C) Laat toe de overeengekomen betalingsduur te verkorten → verandert niet
D) Kan de DSO gevoelig doen dalen gezien tegoeden uit de balans gaan
Kredietrisico bij handelskredieten is groter als
A) De klant solvabel is.
B) Het product enkel aan die klant kan worden verkocht.
C) De klant liquide is.
D) De klant een niet-familiebedrijf is.
Het LDK is een eersterangsrisico omdat → slechts 1 handtekening
A) De houder het regresrecht niet kan inroepen
B) De trekker contante betaling eist
C) LDK het einde van de bedrijfscyclus financiert.
D) Geen van de voorgaande antwoorden is juist.
Het disconto van orderbriefjes is bij gelijke all-in nominale interest
A) Goedkoper dan het kaskrediet
B) Duurder dan het kaskrediet
C) Even duur als het kaskrediet
D) Geen van de voorgaande antwoorden is juist.
1
, Een riskaverter zal minder rendabel dan een hedger zijn omdat
A) Het opgevraagde kredietvolume bij kredietspanning bij de hedger kleiner is. → Is
hetzelfde.
B) Interestvoet op lange termijn altijd hoger is dan op korte termijn → Meestal, maar
niet altijd.
C) Kaskredieten sowieso duurder zijn dan andere kredietvormen
D) Geen van de voorgaande antwoorden is juist.
Bankkredieten op lange termijn
Investeringskrediet
Investeringen
Het kan twee mogelijke doelen hebben. Het kan dienen tot een investering. Een investering
is de aankoop van vaste activa. De afschrijving van deze vaste activa heeft te maken met de
economische levensduur. De aflossing moet steeds korter of gelijk zijn aan de
afschrijvingsduur.
De terugbetalingscapaciteit is de cashflow, namelijk de winst plus afschrijvingen. Een
investering kan zichzelf dus terugverdienen.
De interest wordt betaalt op het openstaande saldo.
Wedersamenstelling van het bedrijfskapitaal
Als vastgesteld wordt dat het bedrijfskapitaal te klein is aan de hand van de acidtest, of het
bedrijfskapitaal volgens het aantal dagen bedrijfscyclus of het bedrijfskapitaal ten opzicht
van het totaal van de balans. Dan is het mogelijk om korte termijn kredieten om te zetten in
lange termijn kredieten.
2