PROBELEMEN VAN HUID EN OGEN
HOOFDSTUK 1: BOUW EN FUNNCTIE VAN DE HUID
1.1 INLEIDING
De huid ius het grootste orgaan van het lichaam. Na embryonale aanleg en verder ontwikkelingen is de huid pas
op de leeftijd van 3jaar vergelijkbaar met de huid van een volwassen qua barrière. De huidontwikkeling zet zich
wel nog verder door tot tenminste het vijfde levensjaar.
De huid bestaat uit 3 verschillende lagen:
1. Epidermis = opperhuid → ectodermale oorsprong
a. Haarzakjes
b. Talgklieren
c. Zweetklieren
2. Dermis = cutis = lederhuid → mesodermale oorsprong
3. Subcutis = onderhuidse bind- en vetweefsel → mesodermale oorsprong
Belangrijkste functies van de huid:
• Inwendig lichaam beschermen tegen invloeden van buitenaf:
o Stratum corneum of hoornlaag = de eerste barrière tegen externe schadelijke stoffen
o Hoorncellen + melanocyten = bescherming tegen UV-stralen
o ‘Innate Immunity’:
▪ In de gehele epidermis:
• Langerhans-cellen
• Antimicrobiële eiwitten
▪ Circulerend in de dermis:
• Witte bloedcellen
, • Reguleren van de verdeling van het lichaamsvocht
• Reguleren van de lichaamstemperatuur
o Stratum corneum
o Talgklieren
o Zweetklieren
• Belangrijk bij menselijk contact (blozen, voelen, geur, esthetisch)
• Warmte, tast en proprioceptie in samenwerking met het perifeer zenuwstelsel
• Aanmaak van vitamine D
1.2 EPIDERMIS
OPBOUW
= meerlagig verhoornd plaveiselepitheel dat niet gevasculariseerd is
4 lagen:
1. Stratum basale
2. Stratum spinosum
3. Stratum granulosum
4. Stratum corneum
Celtypes:
• Keratinocyten
• Melanocyten
• Langerhans-cellen
• Merkel-cellen
KERATINOCYTEN
= hoorncellen
Metamorfose proces:
Aan de onderkant van de epidermis worden steeds nieuwe keratinocyten aangemaakt die dan naar boven toe
afschilferen → duurt ± 4 weken
Kubisch, delende cel Platte, met hoorn gevulde celrest
→ Dit proces ligt aan de basis van het
onderscheiden van verschillende lagen in de
epidermis.
→ 80% van de droge massa van kertinocyt
bestaat uit keratine
→ Keratine + desmosomen
= zonula adherens
2
,De zonula adherens samen met de zonula occludens zorgen voor een belangrijke barrièrefunctie van de
keratinocyten.
STRATUM BASALE STRATUM SPINOSUM
= germinativum = stekellaag
• Delende keratinocyten • Breedste laag
• Melanocyten • Cellen verbonden via desmosomen
• Acanthose = toegenomen aantal cellen
• Acantholyse = intracellulaire splijting
STRATUM GRANULOSUM STRATUM CORNEUM
= korrellaag = hoornlaag
• Verdere verhoorning = granula in • Kernloos geheel van verhoornde cellen
cytoplasma (keratohyaline) • Zeer weinig water doorlatend
• Deze laag niet op de lippen • Steeds afschilfering
STRATUM LUCIDUM
= extra laagje op de voetzolen en handpalmen
tussen stratum corneum en granulosum
MELANOCYTEN
= dendritische cellen uit de neurale lijst die zich bevinden in het stratum basale
→ 3-5% van de epidermale celpopulatie
Functie:
Hun belangrijkste functie is het produceren van melanine, dat verpakt zit in melanosomen.
→ elke melanocyt voorziet via dendrieten 30-tal keratinocyten van pigment.
De keratinocyten nemen de melanosomen op en deze fungeren als een soort parasol voor invallend UV-licht.
Huidskleur:
1. Bepaald door de verhouding tussen de 2 soorten pigmenten:
a. Zwavelbevattend phaeomelanine = roodgeel
b. Eumelaninen = bruinzwart
2. Aantal melanosomen (niet aantal melanocyten)
3
, LANGERHANSCELLEN
= antigeenpresenterende cellen die een rol spelen bij het ontstaan van een immuunrespons tegen
lichaamsvreemde antigenen
→ ± 2% van de epidermale celpopulatie
Langerhanscellen kunnen zich verplaatsen binnen de epidermis en de dermis, en van daaruit migreren naar de
lymfeklieren.
MERKEL-CELLEN
= cellen die zorgen voor de tastzin a.d.h.v. neuropeptides
→ <1-5% van de epidermale celpopulatie → afhankelijk van de lokalisatie
Zitten in de onderste lagen van de epidermis
Vooral op de lippen, verhemelte en handpalmen en vingers in grote hoeveelheden aanwezig.
1.3 DE BASALE MEMBRAAN
= een complexe structuur die het grensvlak vormt tussen de epidermis en de dermis en bestaat uit 3 zones
→ Verbinding basale keratinocyt met dermis via hemidesmosomen, vanaf hieronder de 3 zones:
1. Lamina lucida
a. Bevat het antigeen dat aangvallen wordt bij pemfigoïd
b. Bevat laminine (→ zet zich door in zone 2)
2. Lamina densa
a. Bevat type-IV-collageen
3. Zone met ankerfibrillen van collageen type VII
1.4 DE ADNEXEN
HAREN
= dunne, verhoornde aanhangsels van de huid
Haarfollikels zijn belangrijke centra voor de regeneratie van het
epitheel na oppervlakkige wonden.
Haren bestaan uit 3 lagen:
1. Merg
a. Enkel in terminaal haar
b. Melanine
2. Schors
a. Dichtgepakt keratine = stevigheid, vorm en dikte
3. Cuticula
Kleur:
Wordt bepaald door de hoeveelheid melanine in het merg.
4