INTELLECTUELE
RECHTEN
Examen Intellectuele rechten:
- Staat op 1/3e van het totaal aantal punten van dit vak
- Allemaal open vragen
- 1 grote open theorie vraag
- 1 grote open praktijk/casus vraag
- Een aantal kleinere ja/nee vragen + uitleg → Ja, deze stelling klopt, want…
Best geen notities van vorige jaren gebruiken want de wetgeving is enorm veranderd.
1
, Wat zijn IER-rechten?
extra-patrimoniale rechten
familierechten
persoonlijkheidsrechten
private subjectieve rechten
patrimoniale rechten
zakelijke rechten
vorderingsrechten
I.E.-rechten
De eerste vraag die we ons moeten stellen is wat de intellectuele rechten zijn:
We delen ons recht op in een aantal categorieën. Iedereen heeft subjectieve rechten.
Dit zijn de rechten die we ontlenen aan het objectieve recht. Binnen deze subjectieve
rechten maken we een verder onderscheid tussen publieke en private subjectieve
rechten:
- Publieke subjectieve rechten = politieke rechten → Rechten die men kan
uitoefenen tegen de overheid (VB.: recht op vrije en geheime verkiezingen). Deze
zijn niet belangrijk voor dit vak
- Private subjectieve rechten vallen opnieuw uiteen in 2 soorten:
Enerzijds zijn er de extra-patrimoniale rechten. Dit zijn de subjectieve rechten die
geen deel uitmaken van mijn vermogen. Als ik kom te overlijden zullen deze rechten
dus niet vererfd worden. Wat is dan het nut van deze rechten? Ze zullen wel blijven
bestaan na mijn overlijden, en kunnen door mijn erfgenamen worden uitgeoefend,
maar mijn erfgenamen bezitten ze echter niet. Over deze rechten kan niet worden
gecontracteerd. Er zijn twee soorten extra-patrimoniale rechten. De familierechten
interesseren ons niet in dit vak. Het gaat hierbij om het recht om te huwen. Daarnaast
zijn er ook de persoonlijkheidsrechten. Dit zijn rechten die aspecten van mijn
2
, persoonlijkheid beschermen. Het gaat hierbij bvb om het recht op afbeelding. Dit
houdt in dat niemand een foto van mij mag nemen en op Instagram plaatsen zonder
mijn toestemming. Een ander voorbeeld van een persoonlijkheidsrecht is het recht op
naam. Een goed voorbeeld hiervan vinden we terug in de reclames van het
schoenmerk Brantano. Zij gebruikten de naam van enkele bekende Vlamingen voor
hun reclames, zonder dat deze Bv's hiervoor hun toestemming hadden gegeven (VB.:
Helmut Botti, Trendy van Wanten, Walter Grootlaars,…). Dit is strijdig met het recht
op naam van deze BV’S. Veel van deze persoonlijkheidsrechten vinden we niet terug in
de wet. Zo is het recht op stemgeluid bvb niet opgenomen in een wet, maar is het
ontwikkeld door de rechtspraak. Een voorbeeld van het recht op stemgeluid vinden
we terug in de zaak mbt Rocco Granata. Hij had een lied geschreven genaamd
‘Marina’. Hij had een zeer hese en herkenbare stem. Omdat hij zo een herkenbare
stem had, wou een reclamebureau een spotje opnemen waarin hij de naam van een
bedrijf zong. De prijs die Rocco hiervoor vroeg was echter te hoog, zodat het bureau
een stemacteur heeft ingehuurd om de hese stem van Rocco te imiteren. Rocco heeft
het reclamebureau gedagvaard wegens schending van zijn persoonlijkheidsrecht. In
deze zaak voor de rechtbank van Antwerpen is het recht op stemgeluid ontwikkeld.
Anderzijds zijn er de patrimoniale rechten. Ze maken deel uit van mijn patrimonium.
Er kan over worden gecontracteerd, en ze kunnen worden vererfd wanneer ik kom te
overlijden. De patrimoniale rechten verlenen een heerschappij. Er zijn drie
categorieën van patrimoniale rechten. Zakelijke rechten verlenen een heerschappij
om een zaak. Denk hierbij bvb aan het eigendomsrecht. Vorderingsrechten geven een
heerschappij om een gedraging van iemand te verlangen. Je kan van een ander eisen
dat hij iets doet, geeft of laat. Een voorbeeld hiervan is een schuldvordering. De
intellectuele rechten verlenen een heerschappij over een creatie van de geest, zoals
een symbool of een merk.
2