Arthropoda – Arachnida (spinachtigen)
Algemene inleiding Arthropoda De geleedpotgen
Zijn meest succesvolle groep op wereldschaal. Omvat 85% van alle diersoorten.
Medisch en veterinair zeer belangrijk. Infecteren alles (plant, dier, mens)
Ook zeer belangrijk als vector.
Er zijn 3 klassen: Arachnida – Spinachtgen, 8 poten, geen antennae
Lichaam bestaat uit 2 delen: cephalothorax en abdomen
Ook wel: prosoma (voorlichaam) en opisthosoma (achter-)
Insecta – Insecten, 6 poten, 2 antennae -> zeer interactef met omgeving.
Lichaam bestaat uit 3 duidelijk te onderscheiden delen: kop, thorax
en abdomen.
Crustaceae – weinig over zeggen, niet zo zeer parasitair in DA praktik
Chilopoda = duizendpoten. Hebben 1 paar poten per segment en zijn dorsoventraal afgeplat.
Diploda = miljoenpoten. Hebben 2 paar poten per segment
Algemene kenmerken:
- Bilateraal symmetrisch
- Aanwezigheid coeloom (holte met vloeistof), dient om organen in te laten drijven.
- Aanwezigheid volledig verteringsstelsel
- Gesegmenteerd: hoofd met 6 sterk gefuseerde segmenten
thorax met 3 segmenten, op ieder segment 2 poten = 6 poten
1 Arthropoda - Arachnida Vleugels staan op meso- of metathorax
abdomen met 11 segmenten
- Doen (heel actef) aan excrete via buisjes van malpighi.
- Gelede poten
- Gescheiden geslachten
- Zijn ovipaar: ei – larve (6poten) – nymfe (8poten) – adult (8poten)
- Chitne exoskelet met sclerieten (platen). Ertussen ziten beweegbare delen (soort harnas)
o Dorsale platen: tergiet
o Ventrale platen: sterniet
o Laterale platen: pleuriet
Het exoskelet bestaat uit een hypodermis, een procutcula (chitne, neergeslagen proteïnen)
en een epicutcula (cutculin, waslaag tegen uitdrogen)
- Ecdysis: moeten vervellen, is hormonaal aangestuurd
- Zenuwstelsel is beter uitgebouwd -> GABA inhibitorien zijn perfecte insectciden.
Kunnen solenofaag zijn, prikken dan rechtstreeks een bloedvat aan (voel je niet). Of telmofaag,
maken een wondje en zuigen dan opborrelend vocht op (voel je!)
, Systematek:
Acari = niet-deelbaar. Bestaan uit 1 stuk, vergroeid (it insecten)
De mijten en teken -> mijt is klein, teek groot
Metastgmata = teken.
Hypostoom: steeksnuit, is groot. Zijn gewapend
Spiracles: voor ademhaling. Aanwezig op 4e paar coxa (achter)
Levenswijze: parasitair
Vanaf Mesostgmata = mijten
Hypostoom: steeksnuit, is zeer klein. Niet gewapend
Spiracles: voor ademhaling. Verschilt per soort (zie tabel)
Levenswijze: vrijlevend of parasitair
Standaard cyclus:
Ei – Larve – Nymfe 1 – (Nymfe 2 – Nymfe 3) – Adult
Ieder stadium zuigt bloed, want dit is nodig voor vervelling.
Alle stadia hebben 8 poten behalve larve, heef er 6.
Klasse Sub-klasse Order Familie Genus
Argasidae (zacht) Argas
Ixodes
Metastgmata Rhipicephalis
= teken Dermacentor
Ixodidae (hard)
2 Arthropoda - Arachnida Boophilus
Amblyomma
Hyalomma
Dermanyssidae Dermanyssus
Mesostgmata Macronyssidae Ornithonyssus
= roofmijt Rhinonyssidae Sternostoma
Arachnida Acari Varrioidae Varroa
Dermocidae Demodex
Prostgmata Cheyletdae Cheyletella
= mijt (<mm) Psorergatdae Psorergates
Trombiculidae Neotrombicula
Tarsonemidae Acarapis
Cryptostgmata
Psoroptdae Psoroptes
= niet-gravend Choriopetes
Astgmata Otodectes
= mijt Sarcoptdae Sarcoptes (schurf)
= gravend Notoedres
Knemidocoptdae = knemidocoptes
gravend
Algemene inleiding Arthropoda De geleedpotgen
Zijn meest succesvolle groep op wereldschaal. Omvat 85% van alle diersoorten.
Medisch en veterinair zeer belangrijk. Infecteren alles (plant, dier, mens)
Ook zeer belangrijk als vector.
Er zijn 3 klassen: Arachnida – Spinachtgen, 8 poten, geen antennae
Lichaam bestaat uit 2 delen: cephalothorax en abdomen
Ook wel: prosoma (voorlichaam) en opisthosoma (achter-)
Insecta – Insecten, 6 poten, 2 antennae -> zeer interactef met omgeving.
Lichaam bestaat uit 3 duidelijk te onderscheiden delen: kop, thorax
en abdomen.
Crustaceae – weinig over zeggen, niet zo zeer parasitair in DA praktik
Chilopoda = duizendpoten. Hebben 1 paar poten per segment en zijn dorsoventraal afgeplat.
Diploda = miljoenpoten. Hebben 2 paar poten per segment
Algemene kenmerken:
- Bilateraal symmetrisch
- Aanwezigheid coeloom (holte met vloeistof), dient om organen in te laten drijven.
- Aanwezigheid volledig verteringsstelsel
- Gesegmenteerd: hoofd met 6 sterk gefuseerde segmenten
thorax met 3 segmenten, op ieder segment 2 poten = 6 poten
1 Arthropoda - Arachnida Vleugels staan op meso- of metathorax
abdomen met 11 segmenten
- Doen (heel actef) aan excrete via buisjes van malpighi.
- Gelede poten
- Gescheiden geslachten
- Zijn ovipaar: ei – larve (6poten) – nymfe (8poten) – adult (8poten)
- Chitne exoskelet met sclerieten (platen). Ertussen ziten beweegbare delen (soort harnas)
o Dorsale platen: tergiet
o Ventrale platen: sterniet
o Laterale platen: pleuriet
Het exoskelet bestaat uit een hypodermis, een procutcula (chitne, neergeslagen proteïnen)
en een epicutcula (cutculin, waslaag tegen uitdrogen)
- Ecdysis: moeten vervellen, is hormonaal aangestuurd
- Zenuwstelsel is beter uitgebouwd -> GABA inhibitorien zijn perfecte insectciden.
Kunnen solenofaag zijn, prikken dan rechtstreeks een bloedvat aan (voel je niet). Of telmofaag,
maken een wondje en zuigen dan opborrelend vocht op (voel je!)
, Systematek:
Acari = niet-deelbaar. Bestaan uit 1 stuk, vergroeid (it insecten)
De mijten en teken -> mijt is klein, teek groot
Metastgmata = teken.
Hypostoom: steeksnuit, is groot. Zijn gewapend
Spiracles: voor ademhaling. Aanwezig op 4e paar coxa (achter)
Levenswijze: parasitair
Vanaf Mesostgmata = mijten
Hypostoom: steeksnuit, is zeer klein. Niet gewapend
Spiracles: voor ademhaling. Verschilt per soort (zie tabel)
Levenswijze: vrijlevend of parasitair
Standaard cyclus:
Ei – Larve – Nymfe 1 – (Nymfe 2 – Nymfe 3) – Adult
Ieder stadium zuigt bloed, want dit is nodig voor vervelling.
Alle stadia hebben 8 poten behalve larve, heef er 6.
Klasse Sub-klasse Order Familie Genus
Argasidae (zacht) Argas
Ixodes
Metastgmata Rhipicephalis
= teken Dermacentor
Ixodidae (hard)
2 Arthropoda - Arachnida Boophilus
Amblyomma
Hyalomma
Dermanyssidae Dermanyssus
Mesostgmata Macronyssidae Ornithonyssus
= roofmijt Rhinonyssidae Sternostoma
Arachnida Acari Varrioidae Varroa
Dermocidae Demodex
Prostgmata Cheyletdae Cheyletella
= mijt (<mm) Psorergatdae Psorergates
Trombiculidae Neotrombicula
Tarsonemidae Acarapis
Cryptostgmata
Psoroptdae Psoroptes
= niet-gravend Choriopetes
Astgmata Otodectes
= mijt Sarcoptdae Sarcoptes (schurf)
= gravend Notoedres
Knemidocoptdae = knemidocoptes
gravend