1 Beeld
1.1 Beeldregistratie
Beeldregistratie = vastleggen van gereflecteerd licht
Bij beeldregistratie heb je voortdurend te maken met de hoeveelheid licht die er is. En vooral met
het verschil tussen donkere en lichte delen van het beeld dat we willen vastleggen. Een ander woord
voor dat verschil is het contrast.
Bij ons oog regelen wij de lichttoevoer door middel van de pupil, een gaatje dat groter en kleiner kan
worden. Camera’s zijn zo gebouwd dat er 2 (3) mogelijkheden zijn om de lichttoevoer te regelen:
het diafragma
sluitertijd
(filmgevoeligheid)
1.2 Videobeelden
Eerste opnames van bewegende beelden: op pellicule (24 beelden / sec)
Dan analoge video:
In Europa 25 beelden per seconde (PAL)
In de VS 30 beelden per seconde (NTSC)
, 1.2.1 Principe videobeelden
1.2.2 Interlacing (i) vs progressive (p)
Interlaced scanning of interliniëring = een techniek om met een videocamera bewegende beelden
op te nemen en/of op een beeldbuis weer te geven, waarbij de kwaliteit van het beeld wordt
verbeterd zonder meer bandbreedte te hoeven gebruiken.
De techniek is niet goed bruikbaar voor lcd-schermen
De techniek was nodig om het flikkereffect bij progressive scan tegen te gaan in de oude cathode
beeldbuis televisies (die werkten op basis van fosfor coating aan de binnenzijde).
Bij interlaced scanning wordt het videobeeld opgedeeld in twee fields (rasters).
Het ene bestaat uit alle even lijnen (even scanlines),
het andere uit alle oneven lijnen (odd scanlines).
Om en om worden beide rasters ververst (refresh rate).
Progressive scanning = wanneer het gehele beeld in één keer getekend wordt. Computers genereren
beelden die progressive zijn en veelal ook een veel hogere verversingssnelheid hebben (100 Hz of
meer). Het beeld is dan rustiger en minder vermoeiend om naar te kijken.
Moderne televisies zoals lcd en plasmascherm zijn per definitie progressive en hebben elektronica
aan boord om de frames samen te voegen. Een gevolg van het samenvoegen van twee interlaced
frames kan zijn dat er een zogenoemd 'kameffect' ontstaat. Dit komt doordat er bij een bewegend
beeld verschillen zijn tussen de twee frames. Er worden dan twee frames samengevoegd die in tijd
1/50e van een seconde verschillen. Dit resulteert in twee verschillende momentopnames in één
beeld. Hiervoor moet de televisie compenseren. De-interlacing noemt men dit.
1.1 Beeldregistratie
Beeldregistratie = vastleggen van gereflecteerd licht
Bij beeldregistratie heb je voortdurend te maken met de hoeveelheid licht die er is. En vooral met
het verschil tussen donkere en lichte delen van het beeld dat we willen vastleggen. Een ander woord
voor dat verschil is het contrast.
Bij ons oog regelen wij de lichttoevoer door middel van de pupil, een gaatje dat groter en kleiner kan
worden. Camera’s zijn zo gebouwd dat er 2 (3) mogelijkheden zijn om de lichttoevoer te regelen:
het diafragma
sluitertijd
(filmgevoeligheid)
1.2 Videobeelden
Eerste opnames van bewegende beelden: op pellicule (24 beelden / sec)
Dan analoge video:
In Europa 25 beelden per seconde (PAL)
In de VS 30 beelden per seconde (NTSC)
, 1.2.1 Principe videobeelden
1.2.2 Interlacing (i) vs progressive (p)
Interlaced scanning of interliniëring = een techniek om met een videocamera bewegende beelden
op te nemen en/of op een beeldbuis weer te geven, waarbij de kwaliteit van het beeld wordt
verbeterd zonder meer bandbreedte te hoeven gebruiken.
De techniek is niet goed bruikbaar voor lcd-schermen
De techniek was nodig om het flikkereffect bij progressive scan tegen te gaan in de oude cathode
beeldbuis televisies (die werkten op basis van fosfor coating aan de binnenzijde).
Bij interlaced scanning wordt het videobeeld opgedeeld in twee fields (rasters).
Het ene bestaat uit alle even lijnen (even scanlines),
het andere uit alle oneven lijnen (odd scanlines).
Om en om worden beide rasters ververst (refresh rate).
Progressive scanning = wanneer het gehele beeld in één keer getekend wordt. Computers genereren
beelden die progressive zijn en veelal ook een veel hogere verversingssnelheid hebben (100 Hz of
meer). Het beeld is dan rustiger en minder vermoeiend om naar te kijken.
Moderne televisies zoals lcd en plasmascherm zijn per definitie progressive en hebben elektronica
aan boord om de frames samen te voegen. Een gevolg van het samenvoegen van twee interlaced
frames kan zijn dat er een zogenoemd 'kameffect' ontstaat. Dit komt doordat er bij een bewegend
beeld verschillen zijn tussen de twee frames. Er worden dan twee frames samengevoegd die in tijd
1/50e van een seconde verschillen. Dit resulteert in twee verschillende momentopnames in één
beeld. Hiervoor moet de televisie compenseren. De-interlacing noemt men dit.