3.Het
4.Eenwel en wee van de bevolking
standensamenleving in ontwikkeling
3.Het wel en
Samenleven wee van
in de vroegmoderne de
tijd (ca bevolking
1500-ca 1700)
Handboek p. 43-52
Handboek p. 31-40
1. Hoe evolueerde de sociale orde in de vroegmoderne samenleving?
De sociale orde in de middeleeuwen/vroegmoderne tijd ->
stand Rol/taak
1 Clerus/ geestelijkheid bidden
2 Adel Beschermen - besturen
3 Derde stand werken
Waarom stond dit systeem niet ter discussie?
-> door God gewilde samenleving
Wat gebeurde er wanneer iemand zich verzette tegen deze sociale
orde?
-> kritiek geven is een zonde, sociaal verzet werd hardhandig -
aangepakt.
Maak gebruik van D4/D5;
Welke tegenstellingen bestonden er binnen de standen. Geef
voorbeelden:
- clerus:
hoge clerus -> afkomst adel
lage clerus -> afkomst derde stand
duidelijk verschil in rijkdom/functie binnen de kerk
- adel:
hoge adel: geboorteadel, hoge functies in bestuur en leger
lage adel: ambtsadel en ridders, lagere functies in bestuur en leger (benoemd
door de koning)
- derde stand: Koopman-ondernemers waren rijker dan gewone handelaars.
Handelaars hadden meer inkomsten dan de lokale winkeliers. Dagloners hebben
minder inkomenszekerheid dan winkeliers.
-> een stand kende dezelfde rechten en plichten, toch vaak grote verschillen in
rijkdom en status
4.Eenwel en wee van de bevolking
standensamenleving in ontwikkeling
3.Het wel en
Samenleven wee van
in de vroegmoderne de
tijd (ca bevolking
1500-ca 1700)
Handboek p. 43-52
Handboek p. 31-40
1. Hoe evolueerde de sociale orde in de vroegmoderne samenleving?
De sociale orde in de middeleeuwen/vroegmoderne tijd ->
stand Rol/taak
1 Clerus/ geestelijkheid bidden
2 Adel Beschermen - besturen
3 Derde stand werken
Waarom stond dit systeem niet ter discussie?
-> door God gewilde samenleving
Wat gebeurde er wanneer iemand zich verzette tegen deze sociale
orde?
-> kritiek geven is een zonde, sociaal verzet werd hardhandig -
aangepakt.
Maak gebruik van D4/D5;
Welke tegenstellingen bestonden er binnen de standen. Geef
voorbeelden:
- clerus:
hoge clerus -> afkomst adel
lage clerus -> afkomst derde stand
duidelijk verschil in rijkdom/functie binnen de kerk
- adel:
hoge adel: geboorteadel, hoge functies in bestuur en leger
lage adel: ambtsadel en ridders, lagere functies in bestuur en leger (benoemd
door de koning)
- derde stand: Koopman-ondernemers waren rijker dan gewone handelaars.
Handelaars hadden meer inkomsten dan de lokale winkeliers. Dagloners hebben
minder inkomenszekerheid dan winkeliers.
-> een stand kende dezelfde rechten en plichten, toch vaak grote verschillen in
rijkdom en status