THEMA 22 MAMMA
T22 AFP Anatomie en oncologie van de Mamma
Toets
A – musculus pectoralis major
B – musculus pectoralis minor
C – vetweefsel
D – lobuli glandulae mammariae
E – ductus lactiferi
F – papilla mammaria
H – costa
I – areola mammae
Benoem de vier kwadranten, waarin de borst verdeeld kan worden
- Lateraal bovenkwadrant
- Mediaal bovenkwadrant
- Lateraal onderkwadrant
- Mediaal onderkwadrant
1. Lymfevat
2. Randsinus
3. Trabekels
4. Mergsinus
5. Lymfefollikels
6. Kapsel
7. Hilus
Een lymfeklier is een ‘tussenstation’ in de lymfevaten. Ze bestaan uit reticulair bindweefsel (merg) dat door
bindweefselschotten (trabekels=3) verdeeld is in vakken. Via openingen in het kapsel (6) monden kleine
lymfevaten (1) in het merg van de lymfeklier uit. De hilus (7) is de plaats waar een arterie de lymfeklier
binnengaat en waar één of twee grotere lymfevaten en een vene de klier verlaten. De klier wordt door de
trabekels verdeeld in lymfesinussen; de randsinus (2) en de mergsinus (4). De lymfeklier werkt als een
filter; de reticulumcellen staan in nauw contact met de langstromende lymfe en makane, eventueel
aanwezige lichaamsvreemde stoffen worden ondeschadelijk gemaakt door fagocytose. In de lymfefollikels
(5) worden lymocyten gevormd, deze ondersteunen de afwerende functie.
,De mediale kwadranten bereiken als eerste lymfklierketen de parasternale lymfklier
De laterale kwadranten bereiken als eerste lymfklierketen de axillaire lymfklier
Combineer onderstaande begrippen met de omschrijving
Gradering – maligniteitsgraad op basis van histologie
TNM classificatie - informatie over primaire tumor, aangedane lymfeklieren en uitzaaiingen
Stagering of stadiering - indeling van kanker op een schaal van 0-IV
BIRADS - classificatie van de tumor op basis van beeldvorming
Beschrijf kort en bondig wat een DCIS is
Een Ductaal Caricoma In Situ. Een voorstadium van borstkanker met kwaadaardige cellen, waarbij
geen sprake is van invasiviteit.
Stagering = indelen volgens TNM classificatie
Stadiëring = TNM combinaties indelen in stadia
,Borst – mamma
- locatie
• ‘ergens’ tussen 2e en 6e rib
- papilla mammae tepel
- areola mammae tepelhof
- glandulae areolares talgklieren
De melkklieren Glandula mammaria (klierweefsel)
- Lactatie melkproductie
- 15-20 kegelvormige lobi (kwabben)
- lobuli glandulae mammariae (melkklieren, functionele eenheden)
- Sinus lactiferi (melk reservoiren)
- ligg. Suspensoria mammariae (banden van cooper)
- bindweefsel geeft vorm aan de borst
• ondersteunt klierweefsel en buisjes
Vet bedekt oppervlakte van de klieren, tussen kwabben
Vascularisatie van de mammae
mediale arteriën
a. thoracica interna
Laterale arteriën
a. thoracica lateralis
, Veneuze afvoer
plexus venosus areolaris
v. thoracica lateralis
v. axillaris
v. thoracica interna
v. subclavia
Ontwikkeling mammae
- Vanaf pubertijd o.i.v. oestrogeen
- Tot volle ontwikkeling bij vrouw
- Rudimentaire ontwikkeling bij man
- Soms ontwikkeling borstklier bij man (gynaecomastie)
- Buiten zwangerschap
• cyclische veranderingen
• zwelling klierweefsel na ovulatie, premenstrueel hoogtepunt
Functionele ontwikkeling mammae
Tijdens zwangerschap
- Borstklier actief, vermeerdering van klierweefsel
- Terugdringen van bindweefsel, toename van vascularisatie
- Groei gangensysteem, pigmentatie tepelhof
- in de 9de maand vorming voormelk (colostrum)
Na de bevalling
- Melkproductie o.i.v. prolactine (voor lactatie, melkhormoon)
- Melkafgifte o.i.v. oxytocine (knuffelhormoon, knuffelen, oxytocine, melkafgifte)
- Productie van prolactine en oxytocine wordt gestimuleerd door zogen (positieve feedback)
Moedermelk
- Suspensie van vetdruppeltjes in oplossing van eiwit, suiker, mineralen en antilichamen
T22 AFP Anatomie en oncologie van de Mamma
Toets
A – musculus pectoralis major
B – musculus pectoralis minor
C – vetweefsel
D – lobuli glandulae mammariae
E – ductus lactiferi
F – papilla mammaria
H – costa
I – areola mammae
Benoem de vier kwadranten, waarin de borst verdeeld kan worden
- Lateraal bovenkwadrant
- Mediaal bovenkwadrant
- Lateraal onderkwadrant
- Mediaal onderkwadrant
1. Lymfevat
2. Randsinus
3. Trabekels
4. Mergsinus
5. Lymfefollikels
6. Kapsel
7. Hilus
Een lymfeklier is een ‘tussenstation’ in de lymfevaten. Ze bestaan uit reticulair bindweefsel (merg) dat door
bindweefselschotten (trabekels=3) verdeeld is in vakken. Via openingen in het kapsel (6) monden kleine
lymfevaten (1) in het merg van de lymfeklier uit. De hilus (7) is de plaats waar een arterie de lymfeklier
binnengaat en waar één of twee grotere lymfevaten en een vene de klier verlaten. De klier wordt door de
trabekels verdeeld in lymfesinussen; de randsinus (2) en de mergsinus (4). De lymfeklier werkt als een
filter; de reticulumcellen staan in nauw contact met de langstromende lymfe en makane, eventueel
aanwezige lichaamsvreemde stoffen worden ondeschadelijk gemaakt door fagocytose. In de lymfefollikels
(5) worden lymocyten gevormd, deze ondersteunen de afwerende functie.
,De mediale kwadranten bereiken als eerste lymfklierketen de parasternale lymfklier
De laterale kwadranten bereiken als eerste lymfklierketen de axillaire lymfklier
Combineer onderstaande begrippen met de omschrijving
Gradering – maligniteitsgraad op basis van histologie
TNM classificatie - informatie over primaire tumor, aangedane lymfeklieren en uitzaaiingen
Stagering of stadiering - indeling van kanker op een schaal van 0-IV
BIRADS - classificatie van de tumor op basis van beeldvorming
Beschrijf kort en bondig wat een DCIS is
Een Ductaal Caricoma In Situ. Een voorstadium van borstkanker met kwaadaardige cellen, waarbij
geen sprake is van invasiviteit.
Stagering = indelen volgens TNM classificatie
Stadiëring = TNM combinaties indelen in stadia
,Borst – mamma
- locatie
• ‘ergens’ tussen 2e en 6e rib
- papilla mammae tepel
- areola mammae tepelhof
- glandulae areolares talgklieren
De melkklieren Glandula mammaria (klierweefsel)
- Lactatie melkproductie
- 15-20 kegelvormige lobi (kwabben)
- lobuli glandulae mammariae (melkklieren, functionele eenheden)
- Sinus lactiferi (melk reservoiren)
- ligg. Suspensoria mammariae (banden van cooper)
- bindweefsel geeft vorm aan de borst
• ondersteunt klierweefsel en buisjes
Vet bedekt oppervlakte van de klieren, tussen kwabben
Vascularisatie van de mammae
mediale arteriën
a. thoracica interna
Laterale arteriën
a. thoracica lateralis
, Veneuze afvoer
plexus venosus areolaris
v. thoracica lateralis
v. axillaris
v. thoracica interna
v. subclavia
Ontwikkeling mammae
- Vanaf pubertijd o.i.v. oestrogeen
- Tot volle ontwikkeling bij vrouw
- Rudimentaire ontwikkeling bij man
- Soms ontwikkeling borstklier bij man (gynaecomastie)
- Buiten zwangerschap
• cyclische veranderingen
• zwelling klierweefsel na ovulatie, premenstrueel hoogtepunt
Functionele ontwikkeling mammae
Tijdens zwangerschap
- Borstklier actief, vermeerdering van klierweefsel
- Terugdringen van bindweefsel, toename van vascularisatie
- Groei gangensysteem, pigmentatie tepelhof
- in de 9de maand vorming voormelk (colostrum)
Na de bevalling
- Melkproductie o.i.v. prolactine (voor lactatie, melkhormoon)
- Melkafgifte o.i.v. oxytocine (knuffelhormoon, knuffelen, oxytocine, melkafgifte)
- Productie van prolactine en oxytocine wordt gestimuleerd door zogen (positieve feedback)
Moedermelk
- Suspensie van vetdruppeltjes in oplossing van eiwit, suiker, mineralen en antilichamen