2.1 Sociaal-emotionele ontwikkeling
Continue verandering is een geleidelijke ontwikkeling waarbij prestaties op een bepaald
niveau voortvloeien uit die van de vorige niveaus. Continue verandering is kwantitatief.
Discontinue verandering is ontwikkeling in aparte stappen of stadia. Elk stadium levert
gedrag op dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia.
Ontwikkeling is het proces van groei en verandering dat wordt bepaald door de interactie
tussen erfelijkheid en omgeving. De ontwikkeling gaat een leven lang door. De meeste
aandacht gaat uit naar de kindertijd en de adolescentie.
Psychologie is de wetenschap van gedrag en mentale processen.
Ontwikkelingspsychologie bestudeert de psychologische veranderingen bij toenemende
leeftijd.
Pedagogiek is de wetenschap van het opvoeden.
Opvoeden is het proces waarin een kind wordt gevormd naar de normen en waarden van de
opvoeders en de samenleving.
3 krachten van ontwikkeling:
Nature factoren die aangeboren zijn (door aanleg/genen)
“het aard van het beestje”
Nurture factoren die aangeleerd zijn (door sociale omgeving/opvoeding)
“de mens is maakbaar”
Rijping veranderingen die voor een groot deel genetisch geregeld worden en waarop
omgevingsinvloeden een kleine invloed hebben.
Psychosociaal functioneren
‘psyche’ = ‘geest’ ons denken, voelen en gedrag
‘Sociaal’ onze interactie met andere mensen
Opgroeien en ouder worden betekent je steeds opnieuw aanpassen aan veranderende
vermogen en verwachtingen van anderen.
,Erik Erikson’s theorie van de psychosociale ontwikkeling
(1963)
Mensen doorlopen 8 levensfasen, van babytijd tot
ouderdom.
Iedere fase wordt afgesloten met een crisis, een
ontwikkelingstaak die typisch is voor die fase.
Als die taak onopgelost blijft of negatief afgesloten,
loopt de ontwikkeling vast.
Ontwikkelingstaken zijn worstelingen tussen twee uitersten,
met een positieve of negatieve uitkomst (Erikson).
Het niet volbrengen van een ontwikkelingstaak is vaak het gevolg van slecht
opgeloste crises/taken uit voorgaande levensfases.
Problemen kunnen een belemmering vormen voor het succesvol doorlopen van een
ontwikkelingstaak.
Het niet volbrengen van een ontwikkelingstaak kan ook juist de oorzaak zijn van een
probleem.
Soms staan andere zaken op de voorgrond maar zit de worsteling met een
ontwikkelingstaak eronder verstopt.
Waarom je deze kennis moet hebben als sociaal werker:
Je krijgt in je werk te maken met mensen van verschillende leeftijden.
Zij zijn volgens Erikson allemaal met hun eigen specifieke ontwikkelingstaak bezig.
Het helpt om de kwetsbaarheid of problematiek van je cliënten te plaatsen in het
perspectief van hun levensloop.
, Babytijd (0 - 1,5 jaar)
Vertrouwen versus wantrouwen
Veiligheid, geborgenheid vinden
Peutertijd (1,5 - 3 jaar)
Autonomie versus schaamte en twijfel
+: ontwikkeling van zelfstandigheid, de wereld verkennen, dingen zelf doen (autonomie)
-: te veel kritiek of bescherming leidt tot schaamte en twijfel aan zichzelf
Kleutertijd (3 – 6 jaar)
Initiatief versus schuldgevoel
+: ontwikkeling van geweten, eigen initiatieven ontplooien, zelf dingen in gang zetten
-: schuldgevoel door te hoge eisen en of correcties
Schoolkindtijd ( 6 jaar tot pubertijd)
Vlijt versus minderwaardigheid
+: gevoelens van competentie en zelfvertrouwen (vlijt) door successen en aanmoediging van
anderen
-: laag zelfbeeld, minderwaardig voelen door mislukkingen, te veel kritiek of te hoge eisen
Adolescentie
Identiteit versus rolverwarring
Een antwoord vinden op de vraag “wie ben ik?”
Identiteit is een doorleefd ik-gevoel dat eenheid aanbrengt in alle belevingen
Jong-volwassenheid
Intimiteit versus isolement
+: aangaan van een intieme relatie
Trouwen/samenwonen of hechte vriendschap
Jezelf open durven stellen voor anderen, kwetsbaar durven zijn
-: eenzaamheid, isolement
Middelbare leeftijd
Generativiteit versus stagnatie/egocentrisme
+: zorg dragen voor anderen, bijdragen aan de maatschappij (generativiteit)
Gezin stichten
Carrière maken/nieuwe ideeën voortbrengen
Vrijwilligerswerk
-: verveling, gebrek aan toekomstvisie en frustratie (stagnatie/egocentrisme)
Ouderdom:
Ik-integriteit versus wanhoop
+: terugkijken op het leven met tevredenheid (ik-integriteit)
-: spijt, opnieuw willen beginnen (wanhoop)
Continue verandering is een geleidelijke ontwikkeling waarbij prestaties op een bepaald
niveau voortvloeien uit die van de vorige niveaus. Continue verandering is kwantitatief.
Discontinue verandering is ontwikkeling in aparte stappen of stadia. Elk stadium levert
gedrag op dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia.
Ontwikkeling is het proces van groei en verandering dat wordt bepaald door de interactie
tussen erfelijkheid en omgeving. De ontwikkeling gaat een leven lang door. De meeste
aandacht gaat uit naar de kindertijd en de adolescentie.
Psychologie is de wetenschap van gedrag en mentale processen.
Ontwikkelingspsychologie bestudeert de psychologische veranderingen bij toenemende
leeftijd.
Pedagogiek is de wetenschap van het opvoeden.
Opvoeden is het proces waarin een kind wordt gevormd naar de normen en waarden van de
opvoeders en de samenleving.
3 krachten van ontwikkeling:
Nature factoren die aangeboren zijn (door aanleg/genen)
“het aard van het beestje”
Nurture factoren die aangeleerd zijn (door sociale omgeving/opvoeding)
“de mens is maakbaar”
Rijping veranderingen die voor een groot deel genetisch geregeld worden en waarop
omgevingsinvloeden een kleine invloed hebben.
Psychosociaal functioneren
‘psyche’ = ‘geest’ ons denken, voelen en gedrag
‘Sociaal’ onze interactie met andere mensen
Opgroeien en ouder worden betekent je steeds opnieuw aanpassen aan veranderende
vermogen en verwachtingen van anderen.
,Erik Erikson’s theorie van de psychosociale ontwikkeling
(1963)
Mensen doorlopen 8 levensfasen, van babytijd tot
ouderdom.
Iedere fase wordt afgesloten met een crisis, een
ontwikkelingstaak die typisch is voor die fase.
Als die taak onopgelost blijft of negatief afgesloten,
loopt de ontwikkeling vast.
Ontwikkelingstaken zijn worstelingen tussen twee uitersten,
met een positieve of negatieve uitkomst (Erikson).
Het niet volbrengen van een ontwikkelingstaak is vaak het gevolg van slecht
opgeloste crises/taken uit voorgaande levensfases.
Problemen kunnen een belemmering vormen voor het succesvol doorlopen van een
ontwikkelingstaak.
Het niet volbrengen van een ontwikkelingstaak kan ook juist de oorzaak zijn van een
probleem.
Soms staan andere zaken op de voorgrond maar zit de worsteling met een
ontwikkelingstaak eronder verstopt.
Waarom je deze kennis moet hebben als sociaal werker:
Je krijgt in je werk te maken met mensen van verschillende leeftijden.
Zij zijn volgens Erikson allemaal met hun eigen specifieke ontwikkelingstaak bezig.
Het helpt om de kwetsbaarheid of problematiek van je cliënten te plaatsen in het
perspectief van hun levensloop.
, Babytijd (0 - 1,5 jaar)
Vertrouwen versus wantrouwen
Veiligheid, geborgenheid vinden
Peutertijd (1,5 - 3 jaar)
Autonomie versus schaamte en twijfel
+: ontwikkeling van zelfstandigheid, de wereld verkennen, dingen zelf doen (autonomie)
-: te veel kritiek of bescherming leidt tot schaamte en twijfel aan zichzelf
Kleutertijd (3 – 6 jaar)
Initiatief versus schuldgevoel
+: ontwikkeling van geweten, eigen initiatieven ontplooien, zelf dingen in gang zetten
-: schuldgevoel door te hoge eisen en of correcties
Schoolkindtijd ( 6 jaar tot pubertijd)
Vlijt versus minderwaardigheid
+: gevoelens van competentie en zelfvertrouwen (vlijt) door successen en aanmoediging van
anderen
-: laag zelfbeeld, minderwaardig voelen door mislukkingen, te veel kritiek of te hoge eisen
Adolescentie
Identiteit versus rolverwarring
Een antwoord vinden op de vraag “wie ben ik?”
Identiteit is een doorleefd ik-gevoel dat eenheid aanbrengt in alle belevingen
Jong-volwassenheid
Intimiteit versus isolement
+: aangaan van een intieme relatie
Trouwen/samenwonen of hechte vriendschap
Jezelf open durven stellen voor anderen, kwetsbaar durven zijn
-: eenzaamheid, isolement
Middelbare leeftijd
Generativiteit versus stagnatie/egocentrisme
+: zorg dragen voor anderen, bijdragen aan de maatschappij (generativiteit)
Gezin stichten
Carrière maken/nieuwe ideeën voortbrengen
Vrijwilligerswerk
-: verveling, gebrek aan toekomstvisie en frustratie (stagnatie/egocentrisme)
Ouderdom:
Ik-integriteit versus wanhoop
+: terugkijken op het leven met tevredenheid (ik-integriteit)
-: spijt, opnieuw willen beginnen (wanhoop)