HC Psychologie
Ontwikkeling/opvoeding (0t/m3 jaar)
Adviesvraag module 1.5: hoe kun je de school adviseren over het optimaliseren van de
schoolomgeving, het aanleren van de schoolse vaardigheden of het begeleiden van een kind
met als doel het dagelijks handelen van kinderen te bevorderen?
Ontwikkelingspsychologie
Bestudeert de groei, verandering en consistentie gedurende levensloop
Kijkt naar de verachte patronen. Weet dus ook wanneer het afwijkt van de gewone.
Interactie tussen genen en opvoeding
o Hoofdeffecten
o Interactieve effecten
Tweelingenonderzoek
o Komt het door de omgeving of door de genen?
o Vergelijken van resultaten, het verschil hiertussen verklaart de invloed vanuit
de biologie
Zuigelingentijd (infancy)
Tot 18-24 maanden taalvaardig
Gevoelige perioden: belangrijke tijd in ontwikkeling! Kinderen tussen hun eerste en
tweede levensjaar zijn gevoelig voor bepaalde ontwikkelingen.
o Taal (Jong? Kan makkelijker tweede taal aanleren, hersenen vol in
ontwikkeling)
o Emoties
Sterke blauwdruk in de vroege kindertijd: positief/negatief
Kinderen voor hun tweede jaar verwaarlozing? Latere leeftijd veel last
van
Ontwikkeling hersenen: snoeien en groeien (50% in eerste 2 jaar)
Contactsteun
Belangrijke theorie, fysieke aanraking is heel erg belangrijk voor de ontwikkeling/groei van
een kind. Kinderen die in hun jonge jaren weinig aanraking hebben gehad van hun ouders
kunnen hier op latere leeftijd last van krijgen.
Erik Erikson
Als jij later in je leven ergens problemen ondervindt (met jezelf of met je emoties, omgang
met anderen, keuzes etc.) Kan dit komen omdat zij eerder in hun leven een bepaald dilemma
of crisis niet hebben opgelost.
Hechting
, Het contact dat een klein kind heeft, legt de basis voor hoe een kind zichzelf en de wereld
ziet.
1. Veilige hechting 65% goed aangepast, gaan goed met anderen om
2. Angstig
a. Ambivalente hechting 20% (het kind wordt niet rustig wanneer ouder
terugkomt, terwijl kind het wel fijn vindt dat ouder terug is) minste kans om
hechte emotionele relaties met anderen aan te gaan
b. Vermijdende hechting 15% (kind doet handen voor gezicht, vermijdt contact)
Het heftigst! Later de meeste problemen, wantrouwige volwassenen
Invloed op hechting 1
Kenmerken kind
o Temperament (rol van amygdala): hoe heftig reageert een kind op externe
stimuli. Rustig? Snel opgefokt? Aangeboren!
o Verstandelijk/lichamelijke beperking
o Ontwikkelingsstoornis
o Vroeggeboorte
Kenmerken ouder
o Sensitiviteit ouders: Als een kind emotioneel gezien behoefte aan heeft, ziet
een ouder dit? Pikt hij dit op en weet hij daar adequaat op te reageren.
o Ontwikkelingsgeschiedenis
o Bepaalde persoonskenmerken (neurotisch)
o Psychische gesteldheid, verslavingsproblematiek
Invloed op hechting 2
Opvoeder-kind contact
o Interactie tussen kenmerken ouder en kind
Risicogroep wanneer karakter kind totaal niet matcht met karakter
ouder
o Wisselende opvoeders, uit plaatsing kind, ziekenhuisopname ouder
o Mishandeling of verwaarlozing
Gezins-en leefomstandigheden
o Relatieproblemen: spanning, veel tijd gaat op aan het bespreken van deze
problemen, er gaat minder aandacht naar het kind
o Financiële problemen
o Gebrek aan regelmatig en structuur
Komt vaker voor in laag SES, maar geen verband tussen inkomen/SES en hechting
Effecten hechtingsstijl
Opleidingsniveau
Criminaliteit
PTSS
Emotieregulatie
Interpersoonlijke relaties
Intimiteit
Drugs- en alcoholgebruik
Ontwikkeling/opvoeding (0t/m3 jaar)
Adviesvraag module 1.5: hoe kun je de school adviseren over het optimaliseren van de
schoolomgeving, het aanleren van de schoolse vaardigheden of het begeleiden van een kind
met als doel het dagelijks handelen van kinderen te bevorderen?
Ontwikkelingspsychologie
Bestudeert de groei, verandering en consistentie gedurende levensloop
Kijkt naar de verachte patronen. Weet dus ook wanneer het afwijkt van de gewone.
Interactie tussen genen en opvoeding
o Hoofdeffecten
o Interactieve effecten
Tweelingenonderzoek
o Komt het door de omgeving of door de genen?
o Vergelijken van resultaten, het verschil hiertussen verklaart de invloed vanuit
de biologie
Zuigelingentijd (infancy)
Tot 18-24 maanden taalvaardig
Gevoelige perioden: belangrijke tijd in ontwikkeling! Kinderen tussen hun eerste en
tweede levensjaar zijn gevoelig voor bepaalde ontwikkelingen.
o Taal (Jong? Kan makkelijker tweede taal aanleren, hersenen vol in
ontwikkeling)
o Emoties
Sterke blauwdruk in de vroege kindertijd: positief/negatief
Kinderen voor hun tweede jaar verwaarlozing? Latere leeftijd veel last
van
Ontwikkeling hersenen: snoeien en groeien (50% in eerste 2 jaar)
Contactsteun
Belangrijke theorie, fysieke aanraking is heel erg belangrijk voor de ontwikkeling/groei van
een kind. Kinderen die in hun jonge jaren weinig aanraking hebben gehad van hun ouders
kunnen hier op latere leeftijd last van krijgen.
Erik Erikson
Als jij later in je leven ergens problemen ondervindt (met jezelf of met je emoties, omgang
met anderen, keuzes etc.) Kan dit komen omdat zij eerder in hun leven een bepaald dilemma
of crisis niet hebben opgelost.
Hechting
, Het contact dat een klein kind heeft, legt de basis voor hoe een kind zichzelf en de wereld
ziet.
1. Veilige hechting 65% goed aangepast, gaan goed met anderen om
2. Angstig
a. Ambivalente hechting 20% (het kind wordt niet rustig wanneer ouder
terugkomt, terwijl kind het wel fijn vindt dat ouder terug is) minste kans om
hechte emotionele relaties met anderen aan te gaan
b. Vermijdende hechting 15% (kind doet handen voor gezicht, vermijdt contact)
Het heftigst! Later de meeste problemen, wantrouwige volwassenen
Invloed op hechting 1
Kenmerken kind
o Temperament (rol van amygdala): hoe heftig reageert een kind op externe
stimuli. Rustig? Snel opgefokt? Aangeboren!
o Verstandelijk/lichamelijke beperking
o Ontwikkelingsstoornis
o Vroeggeboorte
Kenmerken ouder
o Sensitiviteit ouders: Als een kind emotioneel gezien behoefte aan heeft, ziet
een ouder dit? Pikt hij dit op en weet hij daar adequaat op te reageren.
o Ontwikkelingsgeschiedenis
o Bepaalde persoonskenmerken (neurotisch)
o Psychische gesteldheid, verslavingsproblematiek
Invloed op hechting 2
Opvoeder-kind contact
o Interactie tussen kenmerken ouder en kind
Risicogroep wanneer karakter kind totaal niet matcht met karakter
ouder
o Wisselende opvoeders, uit plaatsing kind, ziekenhuisopname ouder
o Mishandeling of verwaarlozing
Gezins-en leefomstandigheden
o Relatieproblemen: spanning, veel tijd gaat op aan het bespreken van deze
problemen, er gaat minder aandacht naar het kind
o Financiële problemen
o Gebrek aan regelmatig en structuur
Komt vaker voor in laag SES, maar geen verband tussen inkomen/SES en hechting
Effecten hechtingsstijl
Opleidingsniveau
Criminaliteit
PTSS
Emotieregulatie
Interpersoonlijke relaties
Intimiteit
Drugs- en alcoholgebruik