Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Organisme samenvatting thema 1 t/m 3

Note
-
Vendu
1
Pages
85
Publié le
28-02-2018
Écrit en
2017/2018

De cursus organisme bestaat uit 6 thema's. In deze samenvatting vind je de stof van de eerste 3 thema's. Ook zijn er zelfstudievragen in opgenomen, met mijn antwoorden. Alle stof is gebasseerd op de zelfstudies van Universiteit Utrecht, curus Organisme 2017/2018, gecombineerd met het boek "Larsen's Human Embryology" van Philip R. Brauer et al.

Montrer plus Lire moins
Établissement
Cours











Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Livre connecté

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
Gebruikt voor beantwoorden vragen en verdere verdieping van stof
Publié le
28 février 2018
Nombre de pages
85
Écrit en
2017/2018
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

SAMENVATTING THEMA 1 TM 3

• Minisymposium 1
Evo devo

Ieder embryo deelt een groep genen die overeenkomen met elkaar en ertoe leiden dat het embryo
een bepaald ontwikkelingspad volgt. Het verschil in soorten ontstaat door de selectiedruk; hierdoor
blijven mutaties die tot een beter aanpassing aan de omgeving leiden, bestaan. In het onderzoek
kunnen we hier gebruik van maken, door terug te grijpen op (lagere) soorten waarbij het te
onderzoeken kenmerk net is ontstaan, of waarbij de instructiegenen als vereenvoudigde set
aanwezig zijn, zodat het bepalen van de functie van een gen veel gemakkelijker is.



Natuurlijke selectie

Natuurlijke selectie leidt dus tot een natuurlijke aanpassing van soorten, doordat bepaalde
eigenschappen de overlevingskans vergroten. Kunstmatige selectie resulteert in organismen die zijn
aangepast aan de voorkeuren van de mens, maar dit kan nadelig zijn voor het organisme zelf.



Dierproeven

Er is sprake van een dierproef wanneer een levend gewerveld dier of een koppotige (octopus) wordt
gebruikt voor experimentele, onderwijskundige of andere doeleinden die pijn, lijden, angst, blijvende
schade of de dood kunnen veroorzaken. Dit staat in artikel 1 van de Wet op de Dierproeven.

De huidige Wet op de Dierproeven zoals hij nu geldt, beschrijft een aantal onderdelen.
- Er is een algemeen definitiedeel,
- een bepaling wie de vergunningsverlener is aan een instelling (Nederlandse Voedsel en Waren
Autoriteit, NVWA),
- wanneer dierproeven mogen worden uitgevoerd en wanneer niet,
- hoe de dieren behandeld moeten worden,
- wanneer er mee gefokt mag worden
- en wat de uiteindelijke bestemming van het dier kan zijn.

Verder worden de plichten van fokker, leverancier en gebruiker bepaald en wie dit controleert
(Instanties voor Dierwelzijn, IvD). De taken en rechten van de Centrale Commissie voor Dierproeven
(CCD), de DierExperimentenCommissies (DEC) en het Nationaal Comité voor Advies voor
Dierproefbeleid (NCad) worden beschreven.

Voor een onderzoeker betekent dit alles, dat tijdens het opstellen van experimenten voor een nieuw
onderzoek, rekening gehouden moet worden met de vraag of dierproeven wel echt nodig zijn en ook
welk dier dan het meest gepast is. Daarnaast is het belangrijk om het aantal proefdieren te beperken
(maar ook weer niet te weinig, omdat het anders geen betrouwbaar onderzoek is) en de
omstandigheden voor de proefdieren zo gunstig mogelijk te maken.



Nomenclatuur
Verschil anatomische positie:

,Mens: staat rechtop met gezicht naar waarnemer toe, voeten naast elkaar en handpalemn naar
waarnemer gericht
Dier op 4 poten: kop richting waarnemer, dorsale deel van hand of voet naar voren gericht (dus met
‘handpalm’ naar de grond en dan ‘vingers’ naar waarnemer).
Links = sinister
Rechts= dexter beide bekeken vanuit het mens of dier NIET VANUIT WAARNEMER
Dus: voor en achter zijn bij mens en dier anders
Voor is bij mens buik en voor is bij dier kop
Sagittaal vlak= verdeling linker en rechterzijde
Coronaal/longitudinaal vlak= verdeling voor en achterzijde
Transversaal vlak= verdeling boven en onderzijde

Mediaal= dichter bij middellijn van organisme
Lateraal= verder van middellijn af
Ipsilateraal= twee structuren liggen aan dezelfde kant van organisme
Contralateraal= twee structuren liggen aan andere kant van organisme
Distaal= structuur op ledemaat bevindt zich ver weg van aanhechting met lichaam
Proximaal= structuur op ledemaat bevindt zich dicht bij een aanhechting met lichaam

Anterior: voorkant van het lichaam (bij de mens ook: ventraal.) bijv. de navel is anterior aan het
lichaam.
Posterior: achterkant van het lichaam (bij de mens ook: dorsaal.) bijv. de hak is posterior aan de
tenen.
Superior: boven, richting het hoofd
Craniaal: richting hoofd
Inferior: beneden, richting de voeten
Caudaal: richting staart

Bewegingen:
Flexie: hoek van het gewricht verminderen, gewricht buigen
Extensie: hoek van het gewricht laten toenemen, gewricht strekken
Abductie: Ledemaat van de middellijn van het lichaam af bewegen
Adductie: Ledemaat naar de middellijn van het lichaam toe bewegen
Pronatie: Onderarm roteren, zodat de handpalm naar achteren wijst.
Supinatie: Onderarm roteren, zodat de handpalm naar voren wijst.




• Hoorcollege 2 Eencelling  meercellig
Selectie op groepjesvormende eencelligen algen  worden niet opgegeten dus voordeel
Begin: Die koloniën van algen lijken beetje op multicellulair organisme.
Beetje meer: Bij bepaalde algensoorten redifferentiëren bepaalde algjes uit de kolonie en
worden voortplantingscellen
Echt multicellulair: Vanaf het begin al cellen opzij gezet die voor voortplanting dienen

Kolonievormend: schimmels, algen
- nog geen vergaande taakverdeling
Sponzen meest eenvoudige meercelligen
- vergaande taakverdeling
- slechts enkele soorten cellen
1. epidermale cellen = bedekt buitenkant
2. porie = water en voeding kan naar binnen

,3. collar = binnenkant bekleden (flagellum  bewegen voor water stroom)
4. amoeocyten = voedcel oppakken en bewegen dan om voedsel te distribueren

Parazoa
Sponzen zijn niet echte meercelligen, want als je een spons versnippert kunnen er allemaal nieuwe
sponsjes uitgroeien (kan bij echte meercelligen niet) dus geen metazoa (=meercellige) maar parazoa.


DUS:
Stap 1: Van eencellig naar meercellig (parazoa) bv spons

Stap 2: Radiale symmetrie bv kwal
Van meercellig cluster naar 2 weefsellagen (2 kiembladen: ectoderm, endoderm)
- Geen lichaamsholte
- Gastrovasculaire holte (blind gut) = mond en kont zelfde buis
- Radiale symmetrie

Stap 3: Bilaterale symmetrie bv platworm
Van 2 naar 3 weefsellagen (3 kiembladen: ectoderm, mesoderm, endoderm).
- Geen lichaamsholte.

Stap 4: Ontstaan van pseudo-lichaamsholte bv nematode
- Bilaterale symmetrie
- 3 kiemlagen
- Pseudocoeloom: niet echte lichaamsholte want er is geen holte dat volledig omringt wordt door
mesoderm (dus darm niet volledig omgeven door mesoderm). Wel pseudo want tussen
endoderm en mesoderm gevuld met vloeistof
- Pseudocoeloom vervult veel functies die normaal door bloedstroom en luchtwegen gedaan
worden (circulatory system and respiratory system)
- Ook is pseudocoeloom nodig voor gastrulatie (anders kan oerdarm niet naar binnen stulpen!!!!)

Stap 5: Ontstaan van echte lichaamsholte.
- Bilaterale symmetrie
- 3 kiemlagen
- Functie = bescherming organen en zorgt ervoor dat organen zich onafhaneklik kunnen
vervormen (en van functie kunnen veranderen tijden embyronale fasen)

Functies
Pseudocoeloom: optimalisatie van diffusie hydrostatisch skelet
Coeloom: beschermt organen maakt beweeglijkheid van organen mogelijk

Protostomen= mond als eerst gevormd (bv slang)
Deuterostomen= anus als eerst gevormd (bv zeester en chordata)

coeloom abdomen heet peritoneaalholte. Maag enz zit hierin
coeloom thorax:
pericardholte = om hart
pleuraholten = om longen

, Stap 6: vorming Chordata bv vis (geen botten)
Ergens in een levensfase:
• Chorda dorsalis (=notochord)
• Dorsale centrale zenuwstreng
• Kieuwspleten
• Postanale staart

Stap 7: Chordata  vertebrata
otstructuren ontstaan, wervels + schedel gevormd, botten voor borstkas
- vertebrata= echte hersenen en echt ruggenmerg bv mens kat
- complexiteit van organisme neemt oe (tov vis= chordata)  zenuwnetwerk complexer
want meer bewegelijker enzo.

Pluripotente cellen = embryonale stamcellen
Gebruikt bij:
- kanker onderzoek
- Onderzoek naar aangeboren afwijking
- Celtherapie
- Geneesmiddelen onderzoek

Adulte stamcellen
- bijv voor vorming bloedcellen, huidcellen
- Adulte cellen zijn door reprogrammering pluripotent te maken

Onderzoek in invertebraten:
- Ontwikkelingsbiologie
- Cellulaire processen
- Moleculaire processen
- Gedrag
- Learning and memory
Vaak drosophila of c.elegans
$5.97
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
muldertessa
4.0
(2)

Document également disponible en groupe

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
muldertessa Universiteit Utrecht
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
8
Membre depuis
7 année
Nombre de followers
8
Documents
2
Dernière vente
3 année de cela

4.0

2 revues

5
1
4
0
3
1
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions