Mondeling voorbereiding
Fysisch geografische regio (FGR): Rivierengebied
Bodem: venig klei of kleiig veen
Ligging: kommen, soms uiterwaarden
Hydrologie: stagnerend water, weinig fluctuerende grondwaterstand
Informatie over het gebied
- hogere zandgronden van de Utrechtse heuvelrug in het oosten, uitlopers van het laagveen in het
noorden
- bodem is door antropogene invloeden erg veranderd
- hogere grondwaterstanden door de rivierkleilaag (kalkarm)
- vochtige omstandigheden
- redelijk voedselrijk
Potentieel Natuurlijke Vegetatie (PNV)
Ruigt-Elzenbos (27)
1. Fraxinus excelsior – es
Groeiplaats:
- matig tot zeer voedselrijk
- vochthoudend tot nat
- zwak zuur tot basisch
- zonnig tot beschaduwde standplaats
- groeit slecht op arme of droge gronden
- loofbossen en struikgewas, van nature vooral langs beken en
rivieren
Gedrag:
- hoge groeisnelheid (snelle jeugdgroei)
- veel concurrentiekracht
- weinig windgevoelig, enigszins gevoelig voor zeewind
- in jeugd schaduwverdragend, daarna niet meer
Eigenschappen:
- redelijk lichtdoorlatend voor struiketage
- in de herfst nog groen
- april/mei uitkomen van blad
- bloemen paars van kleur, pluim
- nootjes voorzien van vleugels (windbestuiving). Vruchten blijven in winter vaak in trossen hangen
- bij 1e nacht vorst laat hij zijn bladeren vallen
- windbestuiving (licht allergeen)
Functie:
- drachtplant voor honingbijen
- landschappelijke beplanting, laan of parkboom
- bosbouw -> waardevol hout
- vleermuizen, eekhoorn, vogels, gastheer voor paddenstoelen
- bladeren verteren snel = bodemverrijking
,Ziekten:
- wildvraat
- eikenschorsluis
- verwelkingsziekte
- essentaksterfte
Uiterlijk:
- 30 meter hoog
- open kroon met opgaande takken
- kroon kan zo’n 24 meter breed worden
2. Betula pubescens – zachte berk
Groeiplaats:
- voedselarm tot matig voedselrijk
- sterk zuur tot zwak zuur
- vochtig tot drassig
- zon tot beschaduwde standplaats
- moerassen, hoogveen, venige duinvalleien en loofbossen
Gedrag:
- hoge groeisnelheid
- veel concurrentiekracht
- weinig (zee)wind gevoelig
- door sterk oppervlakkige beworteling veel vocht-en
wortelconcurrentie
Eigenschappen:
- bloei in april/mei
- gele herfstkleur
- vruchten in september-oktober direct afvallend
- nootjes gevleugeld en zeer licht
- windbestuiving
- echte pioniersoorten
Functie:
- drachtplant voor honingbijen
- fraaie parkboom
- komen veel insecten op af, hoerdoor vogels
Ziekten:
- hooikoorts klachten
Uiterlijk:
- 20 meter hoog
- 15 a 16 meter brede kroon
- halfopen kroon
- witte bast
- ijle kroon
, 3. Alnus glutinosa – zwarte els
Groeiplaats:
- schraal tot voedselrijk
- vochtig tot drassig
- zwak zuur tot basisch
- zonnig tot beschaduwde standplaats
- loofbossen, moerasbossen en waterkanten
Gedrag:
- matige concurrentiekracht
- hoge groeisnelheid
- weinig (zee)wind gevoelig
- lichtminnend
Eigenschappen:
- februari/maart uitlopen blad
- groene herfst kleur
- kleverige knoppen
- elzenprop -> zitten nootjes in -> nootje valt eruit in de winter
- windbestuiving
- verspreiding onder andere via her water doordat het zaad drijft
- uitgebreid wortelstelsel en diep
Functie:
- drachtplant voor honingbijen
- zaad belangrijke voedselbron voor overwinterende zaadetende vogels
- stikstof binden m.b.v. wortelknolletjes
-bodem verbeteren door bodemverrijking
- landschappelijke beplanting
- hagen, wingsingels en erfbeplanting
- bossen
Ziekten:
- kaal gevreten door elzenhaantje en elzenbladwesp
- hooikoorts veroorzakende boomsoort
Uiterlijk:
- 25 meter hoog
- kroon van 10 tot 15 meter
- meerstammig
- te combineren met wilg en es als mooie bosrand
- geschikt als solitaire boom
Fysisch geografische regio (FGR): Rivierengebied
Bodem: venig klei of kleiig veen
Ligging: kommen, soms uiterwaarden
Hydrologie: stagnerend water, weinig fluctuerende grondwaterstand
Informatie over het gebied
- hogere zandgronden van de Utrechtse heuvelrug in het oosten, uitlopers van het laagveen in het
noorden
- bodem is door antropogene invloeden erg veranderd
- hogere grondwaterstanden door de rivierkleilaag (kalkarm)
- vochtige omstandigheden
- redelijk voedselrijk
Potentieel Natuurlijke Vegetatie (PNV)
Ruigt-Elzenbos (27)
1. Fraxinus excelsior – es
Groeiplaats:
- matig tot zeer voedselrijk
- vochthoudend tot nat
- zwak zuur tot basisch
- zonnig tot beschaduwde standplaats
- groeit slecht op arme of droge gronden
- loofbossen en struikgewas, van nature vooral langs beken en
rivieren
Gedrag:
- hoge groeisnelheid (snelle jeugdgroei)
- veel concurrentiekracht
- weinig windgevoelig, enigszins gevoelig voor zeewind
- in jeugd schaduwverdragend, daarna niet meer
Eigenschappen:
- redelijk lichtdoorlatend voor struiketage
- in de herfst nog groen
- april/mei uitkomen van blad
- bloemen paars van kleur, pluim
- nootjes voorzien van vleugels (windbestuiving). Vruchten blijven in winter vaak in trossen hangen
- bij 1e nacht vorst laat hij zijn bladeren vallen
- windbestuiving (licht allergeen)
Functie:
- drachtplant voor honingbijen
- landschappelijke beplanting, laan of parkboom
- bosbouw -> waardevol hout
- vleermuizen, eekhoorn, vogels, gastheer voor paddenstoelen
- bladeren verteren snel = bodemverrijking
,Ziekten:
- wildvraat
- eikenschorsluis
- verwelkingsziekte
- essentaksterfte
Uiterlijk:
- 30 meter hoog
- open kroon met opgaande takken
- kroon kan zo’n 24 meter breed worden
2. Betula pubescens – zachte berk
Groeiplaats:
- voedselarm tot matig voedselrijk
- sterk zuur tot zwak zuur
- vochtig tot drassig
- zon tot beschaduwde standplaats
- moerassen, hoogveen, venige duinvalleien en loofbossen
Gedrag:
- hoge groeisnelheid
- veel concurrentiekracht
- weinig (zee)wind gevoelig
- door sterk oppervlakkige beworteling veel vocht-en
wortelconcurrentie
Eigenschappen:
- bloei in april/mei
- gele herfstkleur
- vruchten in september-oktober direct afvallend
- nootjes gevleugeld en zeer licht
- windbestuiving
- echte pioniersoorten
Functie:
- drachtplant voor honingbijen
- fraaie parkboom
- komen veel insecten op af, hoerdoor vogels
Ziekten:
- hooikoorts klachten
Uiterlijk:
- 20 meter hoog
- 15 a 16 meter brede kroon
- halfopen kroon
- witte bast
- ijle kroon
, 3. Alnus glutinosa – zwarte els
Groeiplaats:
- schraal tot voedselrijk
- vochtig tot drassig
- zwak zuur tot basisch
- zonnig tot beschaduwde standplaats
- loofbossen, moerasbossen en waterkanten
Gedrag:
- matige concurrentiekracht
- hoge groeisnelheid
- weinig (zee)wind gevoelig
- lichtminnend
Eigenschappen:
- februari/maart uitlopen blad
- groene herfst kleur
- kleverige knoppen
- elzenprop -> zitten nootjes in -> nootje valt eruit in de winter
- windbestuiving
- verspreiding onder andere via her water doordat het zaad drijft
- uitgebreid wortelstelsel en diep
Functie:
- drachtplant voor honingbijen
- zaad belangrijke voedselbron voor overwinterende zaadetende vogels
- stikstof binden m.b.v. wortelknolletjes
-bodem verbeteren door bodemverrijking
- landschappelijke beplanting
- hagen, wingsingels en erfbeplanting
- bossen
Ziekten:
- kaal gevreten door elzenhaantje en elzenbladwesp
- hooikoorts veroorzakende boomsoort
Uiterlijk:
- 25 meter hoog
- kroon van 10 tot 15 meter
- meerstammig
- te combineren met wilg en es als mooie bosrand
- geschikt als solitaire boom