- Volledige cursus is leerstof tenzij gezegd van NIET (bv. deel 15 toekomstig recht)
- Verbanden tss verschillende stukken cursus ku leggen (kruisverwijzingen!)
- Vragen op discussieforum
- Examen: enkel meerkeuze
- Cursus mb voor structuur + wetboek 3
,Inhoudsopgave
Deel 1. Algemene oriëntatie...................................................................................................................................................... 3
Hoofdstuk 1. Wat is strafrecht? ..................................................................................................................................................... 3
Hoofdstuk 2. Situering van het SR tss andere rechtsdisciplines Afd 1. De relatieve autonomie van het strafrecht ....................... 3
Afd 2. Strafrecht = publiekrechtelijk karakter ........................................................................................................................... 4
Afd 1. Belgisch strafrecht .......................................................................................................................................................... 4
Afd 2. Buitenlands strafrecht .................................................................................................................................................... 5
Afd 3. Internationaal strafrecht: beknopte voorstelling van enkele deeldomeinen… .............................................................. 6
Deel 2. De strafwet ................................................................................................................................................................... 7
Hoofdstuk 1. Het legaliteitsbeginsel (art. 12, 14 Gw + 2, lid 1 Sw + 7.1 EVRM) ............................................................................. 7
Afd 1. Het begrip “misdrijf” in het Belgische Strafrecht + zijn constitutieve bestanddelen ..................................................... 9
Afd 2. De 4 constitutieve elementen van een misdrijf (als rechtsgrond voor bestraffing) ....................................................... 9
Hoofdstuk 3. Drieledige indeling van misdrijven ......................................................................................................................... 10
Hoofdstuk 6. Delictstypiciteit (componenten van welbepaald misdrijf) ...................................................................................... 12
Afd 1. Begrip en belang ........................................................................................................................................................... 12
Afd 2. De objectieve bestanddelen van het misdrijf .............................................................................................................. 12
Afd 3. De subjectieve delictsbestanddelen ............................................................................................................................. 16
Afd 4. Verzwaarde misdrijven (en verzwarende factoren) à slaat nu enkel op de zedenmisdrijven!................................... 20
Afd 5. Daderschap en deelneming .......................................................................................................................................... 20
Hoofdstuk 7. Wederrechtelijkheid (2de algemene bestaansvwd voor de strafbaarheid)............................................................ 22
Afd 1. Algemene omschrijving van de wederrechtelijkheid (onrechtmatigheid) ................................................................... 22
Afd 2. De rechtvaardigingsgronden ........................................................................................................................................ 23
Afd 1. Het strafrechtelijk schuldbegrip: schuld als (3de) constitutief element van het misdrijf (en strafbaarheid)................. 27
Afd 2. Schulduitsluitingsgronden ............................................................................................................................................ 27
Hoofdstuk 9. Strafwaardigheid .................................................................................................................................................... 31
Hoofdstuk 10. Strafbare poging (artt. 51-53 Sw)......................................................................................................................... 35
Afd 1. Algemene voorwaarden voor de strafbare poging (art. 51 Sw) ................................................................................... 35
Afd 2. Bijzondere gevallen van (strafbare) poging .................................................................................................................. 36
Afd 3. Bestraffing van de poging (berekenen van straf) ......................................................................................................... 37
Afd 1. Algemene voorwaarden voor de strafbare deelneming .............................................................................................. 39
Afd 2. De bestraffing van de deelneming ............................................................................................................................... 43
,Deel 1. Algemene oriëntatie
Hoofdstuk 1. Wat is strafrecht?
Materieel strafrecht
- 1) Wat is een strafbaar feit/misdrijf?
- 2) Toerekening naar een persoon: hoe?
- 3) Welke strafrechtelijke sanctie legt OH op? (= straf (pijn) of maatregel)
- Bron: Strafwetboek
o Boek 1 (art. 1 – 100 ter) (algemene regels, gelden voor grote groep van misdrijven)
o Boek 2 (art. 101 – 566) (bijzonder strafrecht)
o à weinig coherentie, veel ad hoc ingrepen
Formeel strafrecht = Strafprocesrecht/strafvordering/strafrechtspleging
- 1) Vaststelling van misdrijven
- 2) Opsporing, vervolging, berechting verdachten
- 3) Organisatie, bevoegdheid en werking van publiekrechtelijke instellingen en organen
- Bron: Wetboek van Strafvordering
o Strafprocedure = gemengd systeem
§ Onderzoek = inquisitoir (geheim, schriftelijk, niet-tegensprekelijk)
§ Procedure voor vonnisgerechten = accusatoir (mondeling, openbaar, contradictoir)
o Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering (vtsv art. 1-32)
§ = algemene regels mbt rechtsvorderingen die uit een misdrijf °
o BOM = bijzondere opsporingsmethode (bv. politie infiltratie)
o Commissie strafprocesrecht onder Michel Franchimont
§ Voor hervorming van het Wetboek van Sgtrafvordering
§ Kleine Franchimont 1998 = hervorming van de onderzoeksfase
à beschermende functie: vermijden van ongerechtvaardigd strafrechtelijk Ohsingrijpen
à toelating: legitimering van het OHsoptreden tegen criminaliteit
Hoofdstuk 2. Situering van het SR tss andere rechtsdisciplines
Afd 1. De relatieve autonomie van het strafrecht
- deels hulprechtstak voor andere rechtstakken
o als sanctierecht: moet sanctie leveren in andere rechtstakken (fiscaal recht, burgerlijk recht…)
- functionele autonomie
o autonome rechtsvormende functie = bepaalt zelf ook gedragsregels (wat je wel/niet mag doen)
§ draagt bij aan de rechtsvorming
§ trekt eigen grenzen tss recht en onrecht in materies die niet w geregeld door andere
rechtstakken
§ bv. strafbaarstelling van schuldig hulpverzuim, vaslheid in geschriften, meineed
§ schept eigen, excl strafrechtelijhke gedragsnormen die zonder het strafrecht niet juridisch
hard gemaakt ku worden
o autonome rechtshandhaving
§ niet enkel handhaving van afzonderlijke en specifieke rechtsnormen (bv. uit het burgerlijk
recht)
§ maar handhaving van een door het recht geschapen maatschappelijke orde
- conceptuele autonomie
o strafrechters ku bij de interpretatie van strafwetten, begrippen die ook voorkomen in andere
rechtstakken, een andere betekenis geven dan in die rechtstakken
o Bv. goederenrecht = diefstal ~ roerend goed
à strafrecht kent geen ‘OG door incorporatie’ (= burgerrechtelijke fictie)
dus wordt toch bestempeld als ‘diefstal’, ook al ging het om OG door inc
o Verantwoording: bescherming van fundamentele mpijlijke waarden`
- Autonomie van het strafprocesrecht tav gerechtelijk recht
o Regels Ger W aanvullend: enkel toepasselihjk indien SPR geen andere regeling inhoudt
, Afd 2. Strafrecht = publiekrechtelijk karakter
- Want bij misdrijf: ° rechtsverhouding tss staat en verdachte misdrijf (staat bepaalt!)
o Aard van de rechtsverhouding is beslissend (en daarom niet privaatrechtelijk)
o Ook al wordt er een privaatrechtelijke norm overtreden
o Duidelijkst in het strafproces: ook al slechts particulier belang geschaad, OM = vervolgende partij
§ = een overheidsorgaan dat optreedt namens de rechtsstatelijke gemeenschap
§ niet Soffer
§ Soffer kan zich enkel burgerlijke partij stellen, met het oog op Sv
• Er blijft dus enkel een privaatrechtelijke verhouding tss Soffer en dader
• Rechter beslist over Sv overeenkomstig regels burgerlijk recht
§ Vervolging, veroordeling, berechting en bestraffing = publiekrechtelijk
o à Sv (tss Soffer en dader) >< gevangenisstraf (tss staat en dader, Soffer kan dit niet eisen)
- Strafwetten = van O.O. = dwingend recht
o Afwijken niet mogelijk (art. 2 BW, 1131 BW)
o Contractueel onttrekken aan strafrechtelijke Ah niet mogelijk
§ bv. ‘je mag mij ook pijn doen’ op contract
§ Wettelijke basis nodig voor vormen van akkoorden voor alternatieven van bestraffing tss
verdachte en vervolgende instantie
o Rechtsgeldig verbinden om misdrijf te plegen niet mogelijk
§ Bv. huurmoordenaar: contract: moord tegen betaling = nietig
als vermoord, kan hij van opdrachtG geen betaling eisen
o Maar wat als je toestemming krijgt van persoon? Kan je dan afwijken van strafrecht?
§ Soms is er dan geen strafbaar feit, maar wil niet zeggen dat strafrecht niet meer van DR is!!!
§ Bepaalde strafbare feiten ku enkel gepleegd worden bij afwezigheid van toestemming
(maar ≠ ‘afwijken van dwingend karakter van strafrecht’)
§ het strafbaar feit bestaat pas bij afwezigheid toestemming!
29/9 Hoofdstuk 3. Indelingen van het materieel strafrecht
- Belgisch
- Buitenlands
- Internationaal (enkel de begrippen kennen) (afz vak in master)
Afd 1. Belgisch strafrecht
- Algemeen strafrecht
o Boek I Sw: art. 1-100ter
§ Algemene regels die van toep zijn op alle misdrijven omscherven in de strafwetten
o Complementaire strafwetten (CSW)
§ = wetten die alg draagwijdte hebben en behoren tot ASR, maar niet in het Sw staan
§ Omdat het nieuwe alg beginselen zijn, belangrijke wijzingen aan artikelen uit boek I zijn
§ Bv. Wet op de jeugdbescherming
- Bijzonder strafrecht (niet SPR)
o (= studie van specifieke misdrijven)
o Boek II: art. 101-566 (= het bijzonder gedeelte van het Sw)
o Bijzondere strafwetten (BSW)
§ = niet in het Sw ingevoegd, specifieke gedragingen w strafbaar gesteld
o Incl. strafrecht uitgevaardigd door gem en gew ogv art. 11 BWHI
o Bv. militair strafrecht, economisch strafrecht…: zeer uiteenlopende regelingen
- De toepasselijkheid van de beginselen van het ASR op het BSR
o Algemene regel:
§ ASR (boek I & CSW) helemaal van toepassing op (de misdrijven omschreven in) boek II
• Behoudens andersluidende bepalingen
o indien in boek II bijz (afwijkende) regels voorkomen tov boek I
o afwijking is dan steeds strenger tov het algemeen systeem
§ Art. 100 Sw = ASR van toepassing op BSW, behalve bij 3 uitz