Biologie
Hoofdstuk 1 – Voeding
1.1 Voeding p8
De darmen van mensen zijn zo’n 40% korter dan van andere primaten doordat mensen hun
voedsel koken, en het lichaam hierdoor de voedingsstoffen makkelijker op kan nemen. Dit
komt omdat de celwanden van plantaardig voedsel kapot gaan als dit gekookt wordt.
Doordat de energieopname van mensen relatief groter is, hebben ze meer energie over,
nadat ze energie hebben besteed aan het lichaam, voor de hersenen, en hebben daarom
meer neuronen.
De hersenen van verschillende soorten zoogdieren zijn niet allemaal hetzelfde gebouwd.
1.2 Voedingsmiddelen en voedingsstoffen p 10
Soorten voedingsstoffen:
- Eiwitten (= proteïnen)
o Polymeer van aminozuurmoleculen eiwitten worden in het lichaam weer
verteerd in aminozuurmoleculen, waarna ze in de organen d.m.v.
eiwitsynthese weer gekoppeld worden
o Bestaan uit 20 verschillende aminozuren
12 soorten hiervan kunnen bij een tekort gevormd worden door de
lever, door de aminogroep over te plaatsen (= transaminering)
8 soorten hiervan kunnen niet gevormd worden essentiële
aminozuren
o Bouwstof van cellen en weefsels
o Reguleren processen transport, celcommunicatie en chemische reacties
o Overschot aan aminozuren wordt gedissimileerd:
Er ontstaat ureum uit de aminogroep wordt uitgescheiden met urine
Er ontstaan stoffen die deel uitmaken van glycolyse, zoals
pyrodruivenzuur worden gedissimileerd kunnen evt. als brandstof
dienen bij groot overschot en tekort aan glucose
- Koolhydraten
o Monosachariden / polysachariden
o Dient als brandstof
o Overschot wordt opgeslagen als vet, en een beetje als glycogeen in lever en
spieren
o Voedingsvezels: beperkt verteerbaar (door bacteriën in de darmen), maar wel
belangrijk voor darmen en stoelgang + geeft verzadigd gevoel
- Vetten (= lipiden)
, o Bestaat uit glycerolmolecuul en 3 vetzuurmoleculen
o Verzadigd (dierlijk) of onverzadigd (plantaardig en vis dubbele binding(en))
o Cholesterol = een vet vooral aangemaakt door je lever
Afzetting in bloedvaten wordt gestimuleerd door verzadigde vetzuren
Onverzadigde vetzuren verminderen dit juist, en kunnen zelfs de
bestaande afzetting verminderen
o Essentiële vetzuren: enkele onverzadigde vetzuren die je lichaam nodig heeft
o Functie: brandstof en ook bouwstof
o Overschot opslag als vet in lichaam
- Water
o Functie: bouwstof, oplosmiddel bepaald osmotische waarde,
transportmiddel, regeling lichaamstemperatuur
o Ontstaat ook bij dissimilatie compenseert verlies bij uitademen etc. beetje
o (Plotseling) tekort is levensgevaarlijk
- Mineralen (zouten)
o Dagelijks nodig in kleine hoeveelheden
o Functie: bouwstof, verlopen lichaamsprocessen
o Calcium: nodig voor ontwikkeling botweefsel
o Spoorelementen: elementen waarvan het lichaam maar hele kleine
hoeveelheden nodig heeft, vaak bestandsdelen van enzymen en hormonen
- Vitaminen
o Functie: co-enzym verlopen stofwisselingsreacties (maar niet deel van
reactie)
o Kunnen niet (of onvoldoende) door lichaam aangemaakt worden
o Weinig van nodig
o Gebreksziekten: ontstaan bij tekort
o Provitaminen: stoffen in voedsel waar het lichaam vitaminen uit kan maken
vaak hoe vitaminen opgenomen worden
o Vitamine-B-complex: verzameling van vitaminen
o Vitamine B en C: oplosbaar in water, lichaam kan weinig/niks van opslaan,
overschot wordt uitgescheiden via urine
o Vitamine A,D en K: vet-oplosbaar, kunnen wel (een beetje) opgeslagen
worden, vitamine A veel in de lever
o Overschot aan vitamines kan leiden tot ziek worden
o Functies vitaminen (individueel)
Functies voedingsstoffen:
- Bouwstoffen bij vorming/deling van cellen en weefsels (eiwitten, koolhydraten,
vetten, water, mineralen)
- Brandstoffen (vooral koolhydraten, vet, eiwit bij tekort aan glucose)
Hoofdstuk 1 – Voeding
1.1 Voeding p8
De darmen van mensen zijn zo’n 40% korter dan van andere primaten doordat mensen hun
voedsel koken, en het lichaam hierdoor de voedingsstoffen makkelijker op kan nemen. Dit
komt omdat de celwanden van plantaardig voedsel kapot gaan als dit gekookt wordt.
Doordat de energieopname van mensen relatief groter is, hebben ze meer energie over,
nadat ze energie hebben besteed aan het lichaam, voor de hersenen, en hebben daarom
meer neuronen.
De hersenen van verschillende soorten zoogdieren zijn niet allemaal hetzelfde gebouwd.
1.2 Voedingsmiddelen en voedingsstoffen p 10
Soorten voedingsstoffen:
- Eiwitten (= proteïnen)
o Polymeer van aminozuurmoleculen eiwitten worden in het lichaam weer
verteerd in aminozuurmoleculen, waarna ze in de organen d.m.v.
eiwitsynthese weer gekoppeld worden
o Bestaan uit 20 verschillende aminozuren
12 soorten hiervan kunnen bij een tekort gevormd worden door de
lever, door de aminogroep over te plaatsen (= transaminering)
8 soorten hiervan kunnen niet gevormd worden essentiële
aminozuren
o Bouwstof van cellen en weefsels
o Reguleren processen transport, celcommunicatie en chemische reacties
o Overschot aan aminozuren wordt gedissimileerd:
Er ontstaat ureum uit de aminogroep wordt uitgescheiden met urine
Er ontstaan stoffen die deel uitmaken van glycolyse, zoals
pyrodruivenzuur worden gedissimileerd kunnen evt. als brandstof
dienen bij groot overschot en tekort aan glucose
- Koolhydraten
o Monosachariden / polysachariden
o Dient als brandstof
o Overschot wordt opgeslagen als vet, en een beetje als glycogeen in lever en
spieren
o Voedingsvezels: beperkt verteerbaar (door bacteriën in de darmen), maar wel
belangrijk voor darmen en stoelgang + geeft verzadigd gevoel
- Vetten (= lipiden)
, o Bestaat uit glycerolmolecuul en 3 vetzuurmoleculen
o Verzadigd (dierlijk) of onverzadigd (plantaardig en vis dubbele binding(en))
o Cholesterol = een vet vooral aangemaakt door je lever
Afzetting in bloedvaten wordt gestimuleerd door verzadigde vetzuren
Onverzadigde vetzuren verminderen dit juist, en kunnen zelfs de
bestaande afzetting verminderen
o Essentiële vetzuren: enkele onverzadigde vetzuren die je lichaam nodig heeft
o Functie: brandstof en ook bouwstof
o Overschot opslag als vet in lichaam
- Water
o Functie: bouwstof, oplosmiddel bepaald osmotische waarde,
transportmiddel, regeling lichaamstemperatuur
o Ontstaat ook bij dissimilatie compenseert verlies bij uitademen etc. beetje
o (Plotseling) tekort is levensgevaarlijk
- Mineralen (zouten)
o Dagelijks nodig in kleine hoeveelheden
o Functie: bouwstof, verlopen lichaamsprocessen
o Calcium: nodig voor ontwikkeling botweefsel
o Spoorelementen: elementen waarvan het lichaam maar hele kleine
hoeveelheden nodig heeft, vaak bestandsdelen van enzymen en hormonen
- Vitaminen
o Functie: co-enzym verlopen stofwisselingsreacties (maar niet deel van
reactie)
o Kunnen niet (of onvoldoende) door lichaam aangemaakt worden
o Weinig van nodig
o Gebreksziekten: ontstaan bij tekort
o Provitaminen: stoffen in voedsel waar het lichaam vitaminen uit kan maken
vaak hoe vitaminen opgenomen worden
o Vitamine-B-complex: verzameling van vitaminen
o Vitamine B en C: oplosbaar in water, lichaam kan weinig/niks van opslaan,
overschot wordt uitgescheiden via urine
o Vitamine A,D en K: vet-oplosbaar, kunnen wel (een beetje) opgeslagen
worden, vitamine A veel in de lever
o Overschot aan vitamines kan leiden tot ziek worden
o Functies vitaminen (individueel)
Functies voedingsstoffen:
- Bouwstoffen bij vorming/deling van cellen en weefsels (eiwitten, koolhydraten,
vetten, water, mineralen)
- Brandstoffen (vooral koolhydraten, vet, eiwit bij tekort aan glucose)