100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Bestuurlijke Kaart van Nederland

Rating
-
Sold
-
Pages
21
Uploaded on
30-11-2023
Written in
2023/2024

Een 8 gehaald met deze samenvatting.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
November 30, 2023
Number of pages
21
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

1. De Bestuurlijke Kaart van Nederland
Algemene middelen = belastingen, premies of overheidssubsidies (p. 11)
Maatschappelijk middenveld = Maatschappelijke instellingen die publieke taken uitvoeren die
worden gefinancierd uit belastingopbrengsten en premieheffingen. Dat geldt bijvoorbeeld voor
dienstverlenende instellingen zoals ziekenhuizen en culturele stichtingen. Onderdeel van de private
sector, die ook commerciële actoren (bedrijven) omvat (p. 12)
Het huis van Thorbecke 1848 = Het principe van ministeriële verantwoordelijkheid en de
gedecentraliseerde eenheidsstaat (p. 16)

Kenmerken Nederlands bestuur
- Nederland is een constitutionele monarchie. Koning als staatshoofd, maar i.t.t. een absolute
monarchie heeft de koning zich te gedragen naar de constitutie (de wet).
- Nederland is een rechtsstaat. Het land is gebonden aan het recht. Dus op grond van
wettelijke bevoegdheden. En haar burgers beschikken over grondrechten zoals vrijheid.
- Nederland kent een gedeeltelijke scheiding der machten. De wetgevende, uitvoerende en
rechtsprekende macht controleren elkaar onafhankelijk.
- Nederland heeft een scheiding van kerk en staat.
- Nederland heeft een parlementair stelsel. Bevolking kiest het hoogste beleidsorgaan; de
Tweede kamer. Ook wel een representatieve democratie genoemd. Het stelsel heeft 2 pijlers.
 De eerste pijler een parlementair stelsel is ministeriële verantwoordelijkheid.
 De tweede pijler is de vertrouwensregel. Ministers worden geacht af te treden
zodra zij het vertrouwen van de volksvertegenwoordiging verloren hebben.
 Het parlementaire stelsel is daarnaast dualistisch. De volksvertegenwoordiging is
onafhankelijk van de regering en ministers kunnen geen deel uitmaken van de
Staten-Generaal.
- Het Nederlandse kiesstelsel is gebaseerd op een stelsel van evenredige vertegenwoordiging.
Het aantal zetels voor een partij is in overeenstemming met de aanhang van die partij onder
de bevolking. Er is daarnaast geen kiesdrempel, er is geen minimaal percentage van de
stemmen nodig om in de Tweede kamer te komen.
- Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Enerzijds is er sprake van een
Rijksoverheid die zaken aan lagere overheden kan opleggen. i.t.t. tot de VS, Duitsland etc.
Anderzijds zijn er wel taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden overgedragen aan
lagere overheden.
- Nederland heeft geen constitutioneel hof. Hierdoor is er geen onafhankelijke rechterlijke
instantie die wetten toetst aan de Grondwet.
- Nederland kent een functioneel bestuur. Dat wil zeggen dat bestuursorganen – i.t.t. de drie
territoriale bestuurslagen; Rijk, provincie en gemeente - een beperkt, wettelijk vastgelegd
takenpakket hebben. Waterschappen zijn belast met enkel waterschappen etc.

Het Nederlandse openbaar bestuurd is inclusief. Besluitvorming berust op draagkracht; de mate
waarin besluiten gesteund worden door politieke actoren. De Nederlandse bestuursstijl is te
karakteriseren met behulp van de zes co’s: coalitie, collegialiteit, compromis, consensus, coöptatie
(snelle opname van nieuwkomers) en coöperatie.

,2. De Nederlandse staat
De Staat = 1. Een territorium 2. Een bevolking 3. Een wettelijke ordening en bestuurlijke organisatie
4. Erkend door andere staten
Rechtshandelingen = bv. Koopovereenkomst met een burger aangaan, een verdrag met een andere
staat sluiten of aan burgers belastingaanslagen opleggen.
Decentralisatie = de overdracht van taken en bevoegdheden aan lagere rechtsgemeenschappen of
bestuurslagen.
Algemeen/territoriaal bestuur = De drie bestuurslagen hebben een zogenoemde open huishouding;
ze zijn vrij om op verschillende terreinen initiatieven op hun eigen grond gebied uit te voeren.
Functioneel bestuur = In wetten vastgelegde takenpakketten voor bestuursorganen.


Grondwet ontstond in 1815 door voornamelijk J.R. Thorbecke en heeft drie uitgangspunten:

 Parlementair stelsel
 Rechtsstaat
 Gedecentraliseerde eenheidsstaat

Parlementair stelsel
Volwassenen kiezen de Tweede Kamer. Dit stelsel kent 2 principes. Ten eerste is de koning
onschendbaar en zijn de ministers verantwoordelijk; dit is de regel van ministeriële
verantwoordelijkheid. Ministers moeten verantwoording afleggen over de handelingen en uitingen
van de leden van het koningshuis, en over het functioneren van het ambtenarenapparaat dat
namens de regering beleid voorbereidt en uitvoert. Ten tweede moet een kabinet het vertrouwen
van een meerderheid in de Tweede Kamer hebben. Dit geldt ook voor een individuele minister of
staatssecretaris. Het vertrouwen wordt niet explicitiet uitgesproken maar wordt verondersteld; dit
noemt men de vertrouwensregel.

Rechtsstaat
Een rechtsstaat heeft geen eenduidige definitie, globaal kan er gezegd worden dat de volgende
kenmerken van toepassing zijn. Ten eerste dient al het handelen in overeenkomst met de wet te zijn.
Ten tweede dient er sprake te zijn van een machtenscheiding, ook wel bekend als trias politica. Dit
houdt in dat de staatsmacht verdeeld dient te worden over de wetgevende macht (de legislatieve),
de uitvoerende macht (de executieve) en de rechtsprekende macht (de jurisdictieve). Het is niet
perfect want is er soms overlap; regering is actief betrokken bij de wetsvoorbereiding. Ten derde
bestaan er vrije en geheime verkiezingen. Ten vierde bestaan er grondrechten die de burger een
staatsvrije sfeer garanderen. Ten vijfde bestaan er vrije en onafhankelijke media. Zij vervullen de
belangrijke rol van ‘waakhond’.

Een gedecentraliseerde eenheidsstaat
Verschillende lagen en bevoegdheden wordt ook wel rechtspluralisme genoemd. Zo kunnen de
algemene plaatselijke verordeningen (APV’s) per gemeente verschillen. Deze eigen bevoegdheid van
provincie en gemeente wordt autonomie genoemd. Er kunnen wetten opgelegd worden zoals dat
Wet ruimtelijke ordening (Wro), deze verplicht hen om bestemmingsplannen op te stellen. In dit
soort gevallen wordt er gesproken van medebewind. De inhoud van de regels is meestal vrij, maar
gemeenten en provincies moeten wel rekening houden met regels van een hogere orde. Het principe
van deze vorm van eenheidsstaat in uitgewerkt en het zogenoemde toezicht.

, 3. De politiek-bestuurlijke instituties
Vroeger was de invloed van de koning groter dan nu. Sinds 2012 wordt de koning ook niet meer
betrokken van de formatie van een nieuw kabinet. Daar worden nu verkenners, informateurs en
formateurs voor geselecteerd. Het verschil tussen deze functies is het volgende; een verkenner
wordt direct na de verkiezingen benoemt door alle fractievoorzitters. Zijn taak is om te ondervinden
welke formatiemogelijkheden er zijn. Dit doet de verkenner door bij alle fractievoorzitters te peilen
hoe zij de formatie voor zich zien. Op basis daarvan maakt de verkenner een afweging welke coalitie
de meeste kans van slagen heeft. Op basis van diens ondervindingen benoemt de Tweede Kamer één
of meerdere informateurs die de onderhandelingen voor de vorming van een kabinet leiden. De
informateur onderzoekt de mogelijkheid tot samenwerking van twee of meer partijen in een kabinet.
Tijdens de gesprekken met de betrokken fractievoorzitters worden er ook portefeuilles verdeeld, ook
wel dossiers genoemd. Tot slot wordt er een formateur aangewezen, wat gewoon de minister-
president is, en die dus bijna altijd uit de grootste partij komt. De formateur rond de vorming van het
kabinet af door voor de verschillende portefeuilles personen te zoeken.

Na de formatie komt het nieuwe kabinet eenmaal bijeen om het regeerakkoord op te stellen en te
ondertekenen. Dit akkoord bevat de afspraken tussen de coalitiepartijen over het te voeren
regeringsbeleid. In de regeringsverklaring zet de minister-president het beoogde regeringsbeleid
uiteen aan de volksvertegenwoordiging (Kamer), die daar vervolgens over gaan kibbelen.

Naast de voltallige ministerraad kunnen er volgens het reglement van orde voor de ministerraad ook
onderraden en ministeriële commissies bestaan. Het enige verschil tussen raden en commissies is dat
een onderraad een blijvend karakter heeft; een commissie blijft vaak bestaan voor zolang het
specifieke onderwerp actueel is. Elke onderraad heeft een vaste samenstelling van ministers, evt.
aangevuld met staatsecretarissen en ambtenaren. Op grond van het reglement van orde voor de
ministerraad is de minister-president altijd voorzitter van een onderraad of commissie. In de praktijk
wordt het voorzitterschap vaak waargenomen door een zogeheten coördinerend minister, die verder
zorg draagt voor de interdepartementale voorbereiding van alle onderwerpen die in een onderraad
aan de orde komen. Alle besluiten uit een onderraad of commissie moeten door de ministerraad
worden goedgekeurd.

De koning kan op voordracht van de ministerraad, ministers van Staat benoemen. Dit is een eretitel
die in uitzonderlijke gevallen wordt toegekend aan voormalige politici en staatlieden.

De leden in beide kamers worden gekozen o.b.v. evenredige vertegenwoordiging. Aantal
aanhangers vertaalt naar aantal zetels. Rechtstreeks gekozen door de bevolking. Geen kiesdrempel.
Wel worden partijen die minder stemmen hebben dan de kiesdeler uitgesloten van restzetels, dit
komt door de Kieswet.

Kiesdeler = totaal aantal uitgebrachte stemmen gedeeld door 150

Die Kieswet zegt eigenlijk dat wanneer de kiesdeler 80.000 is, en een partij 250.000 stemmen krijgt.
Er een overschot van 10.000 stemmen is, waar die partij niks mee kan. Er zijn dus veel stemmen die
niet vertalen naar een zetel. Er blijven daardoor zetels over. Deze overgebleven zetels worden
verdeeld over de grootste partijen d.m.v. het volgende systeem: het grootste gemiddelde. Bij elke
partij wordt een extra zetel toegevoegd, en daarna wordt gekeken hoeveel stemmen elke zetel
vervolgens waard is. Bij de partij waarbij de zetel het meeste waar is, wordt de zetel toegekend.
$7.04
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
benjaminbtb

Get to know the seller

Seller avatar
benjaminbtb Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
2 year
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions