Zenuwstelsel
Organisatie van het zenuwstelsel
1. het centraal zenuwstelsel ⇒ ruggenmerg + hersenen
2. perifeer zenuwstelsel
visceraal of autonoom systeem somatisch motorisch systeem
neuronen die willekeurige bewegingen
ortho sympatisch parasympatisch
veroorzaken
fight and flight rest and digest → meestal aan de skeletspieren
systeem systeem
- Actief maken - Harstslag
- Arbeid leveren verhogen
⇒ adrealine - Spijsvertering
beginnen --> je
wordt dan rustig
- Anabolisme(groei)
- Onderhoud
⇒ Acetylcholine
Dit stelsel heeft steeds dezelfde werken:
sensorische of afferente zenuwen
→ schakel of interneuronen (langs het CZS)
→ motorische of efferente zenuwen.
Bouw neuronen
neuronen + gliacellen (= steunweefsel)
Je hebt twee verschillende transportmethodes:
1. dendrieten
- cellichaam
- axonen ⇒ myelineschede die wordt aangemaakt door schwann cellen
(hiertussen knopen van ranvier)
2. axionaal transport
In de axon is het in rustpotentiaal steeds negatief geladen en erbuiten positief geladen.
Elektrisch signaal vanuit triggerzone → axon met myelineschede → synaps presynaptische
neuron → neurotransmitters los → synaps postsynaptische neuron
, Elektrisch signaal
1. rustmembraanpotentiaal
- (rust)membraanpotentiaal = onevenwicht ionen inta/extracellulair (Na+, Cl−, Ca2+,
K+)
- verschillende membraanpermeabiliteit
- rustmembraanpotentiaal in neuronen = −70mV
- ionstromingen ⇒ elektrische signalen
2. potentiaal(verschil) (“graded potential”)
3. actiepotentiaal (AP = +30mV) ⇒ depolarisatie door heel de axon
1. rustmembraanpotentiaal
2. depolarisatie stimulatie
3+4. Na+ influx (komt binnen in de axon) ⇒ binnen meer
positief
5. Na+ eflux ⇒ Na+ kanalen sluiten en K+ openen
6. Er komt terug meer K+ naar binnen en dus wordt terug
negatiever
7. De overschoot van de Na+ eflux
Als het potentiaal niet over de threshold in het begin van een axon) gaat → geen signaal
naar het verder verloop van het axon → niet naar de hersenen (dit hangt af van persoon tot
persoon)
De voltage gated Na+ kanaal
Organisatie van het zenuwstelsel
1. het centraal zenuwstelsel ⇒ ruggenmerg + hersenen
2. perifeer zenuwstelsel
visceraal of autonoom systeem somatisch motorisch systeem
neuronen die willekeurige bewegingen
ortho sympatisch parasympatisch
veroorzaken
fight and flight rest and digest → meestal aan de skeletspieren
systeem systeem
- Actief maken - Harstslag
- Arbeid leveren verhogen
⇒ adrealine - Spijsvertering
beginnen --> je
wordt dan rustig
- Anabolisme(groei)
- Onderhoud
⇒ Acetylcholine
Dit stelsel heeft steeds dezelfde werken:
sensorische of afferente zenuwen
→ schakel of interneuronen (langs het CZS)
→ motorische of efferente zenuwen.
Bouw neuronen
neuronen + gliacellen (= steunweefsel)
Je hebt twee verschillende transportmethodes:
1. dendrieten
- cellichaam
- axonen ⇒ myelineschede die wordt aangemaakt door schwann cellen
(hiertussen knopen van ranvier)
2. axionaal transport
In de axon is het in rustpotentiaal steeds negatief geladen en erbuiten positief geladen.
Elektrisch signaal vanuit triggerzone → axon met myelineschede → synaps presynaptische
neuron → neurotransmitters los → synaps postsynaptische neuron
, Elektrisch signaal
1. rustmembraanpotentiaal
- (rust)membraanpotentiaal = onevenwicht ionen inta/extracellulair (Na+, Cl−, Ca2+,
K+)
- verschillende membraanpermeabiliteit
- rustmembraanpotentiaal in neuronen = −70mV
- ionstromingen ⇒ elektrische signalen
2. potentiaal(verschil) (“graded potential”)
3. actiepotentiaal (AP = +30mV) ⇒ depolarisatie door heel de axon
1. rustmembraanpotentiaal
2. depolarisatie stimulatie
3+4. Na+ influx (komt binnen in de axon) ⇒ binnen meer
positief
5. Na+ eflux ⇒ Na+ kanalen sluiten en K+ openen
6. Er komt terug meer K+ naar binnen en dus wordt terug
negatiever
7. De overschoot van de Na+ eflux
Als het potentiaal niet over de threshold in het begin van een axon) gaat → geen signaal
naar het verder verloop van het axon → niet naar de hersenen (dit hangt af van persoon tot
persoon)
De voltage gated Na+ kanaal