NEUROKINESITHERAPIE 3 – Oefentherapie – Saeys
3e Bachelor revaki
Ellen Buwalda
NEURO 3
H4: OEFENTHERAPIE 2
1. INLEIDING
Voorwaarden
Principes
2. ROMP
2.1 Ruglig
Romprotaties
Rollen – summatie techniek 3
Posterieure bekkenkanteling
Bridging 4
Tonificatie romp
2.2. Zit
Antero-posterior tilt bekken
Lateraal verkorten & verlengen van de romp 5
Rotaties romp
2.3 Handen & knieënstand
Pro- & retractie
Gekruiste coödinatie
2.4 Stand
Uitgangshouding
3. BOVENSTE LIDMAAT 6
3.1 Ruglig
Mobilisatie arm
Tonificatie arm
Protractie schouder
Selectieve elleboogextensie 7
Placing & holding
Lumbricaalgreep
Sensorische stimulatie
3.2 Zit 8
Reiken
Steunname in zit
Light touch of contractual hand orientating response (CHOR)
Oefeningen met/zonder ondersteuning vd tafel
Selectieve schouderstabiliteit
Faciliteren bij stappen
3.3 Trunk Restraint Movement Therapy
4. ONDERSTE LIDMAAT 9
4.1 Ruglig
Mobilisatie & Tonificatie
4.2 Zit 10
Voetstimulatie & hielcontact zie BLB film
Sit-to-stand en stop standing
4.3 Stand
Weightshigting hemipleische been met selectieve flexie/extensie knie
Afstappen hoge tafel
Unipodale stand
4.4 Stappen
5. SENSORISCHE STIMULATIE 11
5.1 Hoofdtechnieken
5.2 Tussentechnieken 12
1
, NEUROKINESITHERAPIE 3 – Oefentherapie – Saeys
3e Bachelor revaki
Ellen Buwalda
H4: OEFENTHERAPIE
1. INLEIDING
Voorwaarden behandeling
Principes
- Zo snel mogelijk na CVA
preventie van secundaire problemen
rechtop brengen vd patiënt = cruciaal
- Feedback over prestatie
(verbaal, visuele, biofeedback)
- Herhaling vd oefening
- Variatie
(transfer naar ADL)
- Niveau taak aanpassen
patiënt uitdagen
succes ervaringen
- Intensiteit vd oefeningen
hoe meer therapie, hoe beter
rustmomenten inlassen
- Hulpvraag erin verwerken
1. Proximale stabiliteit geeft distale functie
2. Gebrek aan selectiviteit ipv ‘en bloc’
≠ lich.delen, componenten of bewegingen loskoppelen
vb: bekken-schouderdissociatie voor tijdens stappen
3. Axiale extensie tegen Fz, zo snel mogelijk
3 elementen: hiel
4. Cognitieve component
motorische/cognitieve dubbele taken
5. Trekken aan ledematen
6. Doelgerichte oef. in zinvolle context
7. Normaal bewegen vs compensaties
afh van situatie patiënt
8. Gebruik materiaal
↑ variatie
hands-on therapie = tactiele stimulatie
2. ROMP
Doel: rompfunctie te verbeteren
Meten rompfunctie: - Trunk Impairment Scale (TIS)
- Trunk Control Test (TCT)
- Significant ≠ tuss CVA-patiënten en gezonde pers voor kracht vd romp in alle bewegingen (flex – ext, LFL, rotaties)
- Verschil in cross-sectionele doormeter van paravertebrale spieren tussen AZ en NAZ
AZ: ↓ activiteitsniveau, reactiesnelheid, proprioceptie en coördinatie rompmusculatuur
2.1 RUGLIG
Intrinsieke feedback is het belangrijkste maar feedback van buiten af is noodzakelijk.
Tactiele feedback is makkelijker te gebruiken dan verbale feedback
2
3e Bachelor revaki
Ellen Buwalda
NEURO 3
H4: OEFENTHERAPIE 2
1. INLEIDING
Voorwaarden
Principes
2. ROMP
2.1 Ruglig
Romprotaties
Rollen – summatie techniek 3
Posterieure bekkenkanteling
Bridging 4
Tonificatie romp
2.2. Zit
Antero-posterior tilt bekken
Lateraal verkorten & verlengen van de romp 5
Rotaties romp
2.3 Handen & knieënstand
Pro- & retractie
Gekruiste coödinatie
2.4 Stand
Uitgangshouding
3. BOVENSTE LIDMAAT 6
3.1 Ruglig
Mobilisatie arm
Tonificatie arm
Protractie schouder
Selectieve elleboogextensie 7
Placing & holding
Lumbricaalgreep
Sensorische stimulatie
3.2 Zit 8
Reiken
Steunname in zit
Light touch of contractual hand orientating response (CHOR)
Oefeningen met/zonder ondersteuning vd tafel
Selectieve schouderstabiliteit
Faciliteren bij stappen
3.3 Trunk Restraint Movement Therapy
4. ONDERSTE LIDMAAT 9
4.1 Ruglig
Mobilisatie & Tonificatie
4.2 Zit 10
Voetstimulatie & hielcontact zie BLB film
Sit-to-stand en stop standing
4.3 Stand
Weightshigting hemipleische been met selectieve flexie/extensie knie
Afstappen hoge tafel
Unipodale stand
4.4 Stappen
5. SENSORISCHE STIMULATIE 11
5.1 Hoofdtechnieken
5.2 Tussentechnieken 12
1
, NEUROKINESITHERAPIE 3 – Oefentherapie – Saeys
3e Bachelor revaki
Ellen Buwalda
H4: OEFENTHERAPIE
1. INLEIDING
Voorwaarden behandeling
Principes
- Zo snel mogelijk na CVA
preventie van secundaire problemen
rechtop brengen vd patiënt = cruciaal
- Feedback over prestatie
(verbaal, visuele, biofeedback)
- Herhaling vd oefening
- Variatie
(transfer naar ADL)
- Niveau taak aanpassen
patiënt uitdagen
succes ervaringen
- Intensiteit vd oefeningen
hoe meer therapie, hoe beter
rustmomenten inlassen
- Hulpvraag erin verwerken
1. Proximale stabiliteit geeft distale functie
2. Gebrek aan selectiviteit ipv ‘en bloc’
≠ lich.delen, componenten of bewegingen loskoppelen
vb: bekken-schouderdissociatie voor tijdens stappen
3. Axiale extensie tegen Fz, zo snel mogelijk
3 elementen: hiel
4. Cognitieve component
motorische/cognitieve dubbele taken
5. Trekken aan ledematen
6. Doelgerichte oef. in zinvolle context
7. Normaal bewegen vs compensaties
afh van situatie patiënt
8. Gebruik materiaal
↑ variatie
hands-on therapie = tactiele stimulatie
2. ROMP
Doel: rompfunctie te verbeteren
Meten rompfunctie: - Trunk Impairment Scale (TIS)
- Trunk Control Test (TCT)
- Significant ≠ tuss CVA-patiënten en gezonde pers voor kracht vd romp in alle bewegingen (flex – ext, LFL, rotaties)
- Verschil in cross-sectionele doormeter van paravertebrale spieren tussen AZ en NAZ
AZ: ↓ activiteitsniveau, reactiesnelheid, proprioceptie en coördinatie rompmusculatuur
2.1 RUGLIG
Intrinsieke feedback is het belangrijkste maar feedback van buiten af is noodzakelijk.
Tactiele feedback is makkelijker te gebruiken dan verbale feedback
2