Anatomische termen
We gebruiken anatomische termen zodat we de locatie van kenmerken op een lichaam nauwkeurig kunnen
beschrijven.
Anatomische positie
Anatomische positie: internationale standaardpositie waarin structuren worden beschreven
• Rechtop staan, armen naast elkaar, handpalmen naar voren, voeten bij elkaar.
• Wanneer je anatomische termen gebruikt, pas ze dan toe op iemands staande anatomische houding
(nooit zitten of ondersteboven of voorovergebogen!)
Directionele termen
Directionele termen: termen die de positie van een externe structuur ten opzichte van een andere beschrijven.
• Links en rechts van de persoon die in de anatomische positie staat (niet jij als waarnemer!)
• Anterieur/ventraal: voorkant van het lichaam
• Posterieur/dorsaal: achterkant van het lichaam
• Superieur: boven, of naar het hoofd toe.
• Inferieur: onder of naar de voeten toe.
• Proximaal en distaal zijn termen die alleen worden gebruikt bij het beschrijven van twee punten op
dezelfde ledemaat (arm OF been)
o Proximaal: dichter bij waar de arm of het been in het lichaam komt.
o Bijv. de knie is proximaal van de enkel
§ Distaal: verder weg van waar de arm of het been in het lichaam komt.
o De pols is distaal van de elleboog.
• Mediaal & lateraal
o Middellijn: snijdt het lichaam verticaal doormidden.
o Mediaal: elk punt dichter bij de middellijn van het lichaam.
o Lateraal: elk punt verder weg van de middellijn.
Anatomische vlakken
Om de relatieve locatie en rangschikking van interne structuren en organen te observeren, moeten we het
lichaam in plakjes snijden (= vlakken/secties).
4 anatomische vlakken:
1. Sagittaal vlak: lengte-/verticale snede die het lichaam in linker- en rechterdelen verdeelt.
a. Mid-sagittale vlak: als de snede door de middellijn gaat.
b. Para-sagittale vlak: als de snede niet door de middellijn gaat.
2. Frontaal vlak: zijwaartse snede die het lichaam verdeelt in voorste en achterste delen.
3. Dwarsvlak (transverse plane): horizontale snede die het lichaam verdeelt in superieure (voor) en
inferieure (achter) delen.
4. Schuin (oblique) vlak: in een schuine hoek gesneden (elke diagonale sectie)
1
, Anatomie
Lichaamsholten (body cavities)
Ons lichaam bevat veel belangrijke ruimtes (holtes).
De meeste holtes zijn inwendig. Slechts sommige holtes openen zich naar buiten toe (bv. neusgaten).
Functie van lichaamsholten
1. Ze beschermen gevoelige organen
a. Bv. de hersenen worden beschermd tegen stoten en schokken bij bewegen.
2. Ze laten organen van vorm en grootte veranderen.
a. Bv. de longen, maag en blaas kunnen uitzetten en samentrekken, omdat ze in holtes zitten.
Het menselijk lichaam bestaat uit twee hoofdholten
1. De dorsale lichaamsholte: verdeeld in twee paden
a. Schedelholte (cranial cavity): de ruimte gevormd door de botten van de schedel. Het bevat
de hersenen.
b. Wervelholte/wervelkanaal (spinal cavity/vertebral canal): de ruimte gevormd door de botten
van de wervelkolom). Het bevat het ruggenmerg
2. De ventrale lichaamsholte: verdeeld in twee paden, gescheiden door een diafragma (plat, gespierd
vel)
a. Superieure thoracale holte: verdeeld in
i. Pleuraholten links + rechts: bevatten de longen.
ii. Centrale pericardiale holte: bevat het hart.
iii. Mediastinum: ruimte achter het borstbeen, tussen de longen, die de bovenste holtes
scheidt.
b. Inferieure buikholte: verdeeld in:
i. Superieure buikholte: bevat de maag, lever, milt, nieren, dunne darm en het
grootste deel van de dikke darm.
ii. Inferieure bekkenholte (pelvic cavity): bevat de blaas en interne
voortplantingsorganen.
2