100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - gerechtelijkrecht en privaatrecht

Rating
-
Sold
-
Pages
71
Uploaded on
19-11-2023
Written in
2022/2023

samenvatting van het vak gerechtelijkrecht en het privaatrecht

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course
Unknown

Document information

Uploaded on
November 19, 2023
Number of pages
71
Written in
2022/2023
Type
Summary

Subjects

Content preview

Hoofdstuk 1: Inleiding
1. Begripsomschrijving en bestaansredenen
Definitie: Het is de verzameling van alle rechtsregels die het de rechtzoekenden mogelijk
maken hun geschillen, ongeacht de aard ervan, bij toepassing van de regels van het
materieel recht, te laten beslechten door een rechter of een scheidsrechter
Art. 2 Ger.W.
 Het is een tak van het (ruimere) gerechtelijk recht
 Bevat voornamelijk de rechtsregels inzake de beslechting van privaatrechtelijke
geschillen
 Voornaamste bestaansreden van gerechtelijk recht:
 Voorkomen van eigenrichting
 Samenhangend met de handhaving van de maatschappelijke orde, rust en vrede
 Essentieelste functie:
 Correcte toepassing op individuele geschillen van materieel recht in zijn abstracte
vorm
 Geeft aanleiding tot ontstaan van belangrijkste bronnen van het recht:
o De rechtspraak van hoven en rechtbanken en de rechtsleer
 Verschil tussen materieel en formeel recht:
 Materieel: zijn artikels van het wetboek
 Formeel: is de procedure van de regels van hoe het materieel recht wordt
uitgevoerd

2. Bronnen van het gerechtelijk privaatrecht
2.1. De grondwet
 Erkenning van ‘rechtelijke macht’ Art. 40 GW
 ‘de rechterlijke macht wordt uitgeoefend door de hoven en rechtbanken’
 Fundamentele organisatorische regels van de rechtelijke macht Art. 144-159 GW
2.2. Het gerechtelijk wetboek
 Doel: minder omslachtige en formalistische, vereenvoudigde, snellere en goedkopere
rechtsbedeling te verwezenlijken -> gedeeltelijk geslaagd
2.3. Bijzondere wetten
 Veel regels komen voor in bijzondere wetten
 Deze staan niet in het gerechtelijk wetboek

2.4. Rechtspraak
 Art. 6 Ger.W. geen uitspraak ‘bij wege van algemene en als regel geldende beschikking’
 Feitenrechters dienen steeds redenen op te geven waarom zij zich bij de
rechtspraak aansluiten
 Rechtspraak van het Hof van Cassatie heeft een doorslaggevende invloed op de
beslissingen van feitenrechters
 Kunnen wettig verwijzen naar rechtspraak zonder Art. 6 Ger.W. te schenden
 BEHALVE: in gebreke blijven de redenen op te geven waarom zij zich daarbij
aansluiten


1

,2.5. Rechtsleer
2.6. Algemene rechtsbeginselen en gebruiken
 Is voornamelijk een aanvullende rechtsbron
Bv: recht van verdediging, beschikkingsbeginsel…
 In de praktijk: regels van rechtspleging vaak bepaald door gebruiken
Bv: de organisatie van de inleidende zitting of de neerlegging van de stukken

2.7. Internationale verdragen
Bv: EVRM -> Art. 6 EVRM recht op ‘fair trial’ door onpartijdige en onafhankelijke rechter
2.8. Europese verordeningen
 Worden steeds belangrijker
 Voornamelijk in het kader van geschillen in EU-landen

3. Kenmerken van het Gerechtelijk Privaatrecht
3.1. Publiek- en privaatrecht
 Burgerlijk procesrecht
 Deels tot publiekrecht
 Deels tot privaatrecht
3.2. Ten dienste van de rechtzoekende
 Goede rechtsbedeling
 Hoofdbedoeling is een uitwerking van efficiënte procesregels en de beslechting van
geschillen zo vlot en eerlijk mogelijk te laten verlopen
 Burgerlijk procesrecht in essentie
 Bestempeld worden als een sanctierecht
 Alles maakt dat het burgerlijk procesrecht een autonome rechtstak is

3.3. Reglementair en formalistisch
 Om gerecht op doeltreffende wijze te organiseren en goed te laten functioneren is er
door de wetgever een reglementering noodzakelijk
 Het is een zekere mate van een ordentelijk procesverloop en een bepaald formalisme
 Meeste voorschriften werden ook uitgewerkt met ene precies normdoel
 Doel van nietigheidsleer zijn er aantal essentiële regels ingelast
 Geen nietigheid zonder wettekst: art. 860 Ger.W.
 Na invoering van Potpourri I-Wet art. 867 Ger.W. afgeschaft

3.4. Gebiedend
 Regels burgerlijk procesrecht zijn overwegend van gebiedende aard
 Vertoont gradaties in verhouding tot aard van het belang dat wetgever heeft willen
beschermen
 Als het het normdoel overstijgt gaat het niet om louter aanvullend recht maar om
regels van dwingend recht of openbare orde
 Art. 624-626 Ger.W. aanvullend recht
 Art. 627-629 quater Ger.W. dwingend recht
 Art. 632-633 Ger.W. openbare orde



2

,3.5. Ethisch en sociaal
 Gerechtelijk beslechting van geschillen -> uiteindelijk dat gerechtigheid zou zegevieren
 Gaat over een zeer open systeem waarin toegang tot de rechter + eerlijk proces
centraal staat

3.6. Dynamisch
 Burgerlijk procesrecht staat voortdurend onder invloed van evoluties +
maatschappelijke ideeën

3.7. Accusatoir
 In regel alleen partijen het initiatief kunnen nemen tot instellen van vordering en dat zij
alleen oorzaak en voorwerp van eis bepalen en eventueel een derde geding in kunnen
betrekken: art. 811 Ger.W. = beschikkingsbeginsel
 Accusatoir procedures is om misbruik te vermijden van de rechter
 = zijn actieve(re) rol
 Toezien op ordentelijk verloop van proces en rechtsmisbruik sanctioneren
 Kader bewijsvoering onderzoeksmaatregelen in lasten ….
 Dit recht van verdediging vult het beschikkignsbeginsel aan

4. Toepassingsgebied van het gerechtelijk privaatrecht
4.1. In de tijd
4.1.1. De inwerkingtreding van het Gerechtelijk Wetboek
 Art. 4 Ger.W. Geeft een reeks van overgangsmaatregelen
 Moeten aangevuld worden met aantal uitvoeringsbesluiten

4.1.2. De onmiddellijke toepassing en de niet-terugwerkende kracht van de
wet
 Art 2 oud BW en art. 3 Ger.W. staan nauw met elkaar in verband
 Begrip hangende rechtsgedingen
 Sluit alle toekomstige rechtsgevolgen die ontstaan voor de inwerkingtreding van de
nieuwe wet.
 Is de essentie van de regel van onmiddellijk toepassing van de wet en betekent dat
nieuwe wet zou terugwerken in de tijd.
 Is steeds een uitdrukkelijke wetsbepaling vereist.

4.1.3. Toepassingen en afwijkingen
 Vanaf inwerkingtreding: nieuw termijnen, procesregels, regels inzake tenuitvoerlegging
en regels inzake rechterlijke organisatie
 Art. 3 Ger.W. bepaalt voornamelijk toepasbaarheid van nieuwe voorbehoud van
bevoegdheidswetten
 Zonder dat ze onttrokken worden aan de instantie van het gerecht waarvoor zij op
geldige wijze aanhangig zijn
 Art. 7 Ger.W. regel van uitleggingswetten benadrukt
 Rechters zijn gehouden zich naar de wetten te gedragen
 Uitleggingswetten vormen 1 gehele met de uitgelegde wetten vanaf hun
inwerkingtreding

3

, 4.2. In de ruimte
4.2.1. Nationale draagwijdte
4.2.2. Grensoverschrijdende draagwijdte
 De internationale rechtsmacht van de rechter dient te worden nagegaan
 Gebeurt aan de hand van lex fori

4.3. Ratione personae
 Bepaalde personen of rechtspersonen genieten van ‘immuniteit van jurisdictie’ of zijn
aan een speciaal statuut onderworpen
4.4. Ratione materiae
4.4.1. Gemeen recht
 Art. 2 Ger.W. met invoering van algemene regel heeft wetgever voornamelijk bedoeling
gehad de rechtsonzekerheid weg te werken

4.4.2. Toepassing op andere rechtsplegingen – Grenzen
 Behoudens wanneer deze (rechtsplegingen) geregeld worden door niet uitdrukkelijk
opgeheven wetsbepalingen of door rechtsbeginselen waarvan de toepassing niet
verenigbaar is met de toepassing van de bepalingen van het wetboek
 Hierbij mag niet uit het oog worden verloren dat aard van de te volgend rechtspleging in
beginsel word bepaald door de aard van gerecht dat de zaak behandelt en niet door de
aard van de vordering waarover het gerecht beslist

4.4.3. Geschillen over subjectieve rechten
 Toepassingsgebied van gerechtelijk privaatrecht hoofdzakelijk betrekking heeft op
regeling van geschillen over subjectieve rechten
 Verstaat men burgerlijke rechten van rechtssubjecten
 Discretionaire bevoegdheid = als zij de keuze heeft tussen diverse, op zichzelf wettelijk
verantwoorde beslissingen
 Sprake van objectief geschil
 Rechtstreeks werkelijk voorwerp is de wettigheid van rechtshandeling die uitgaat
van administratieve overheid en die wordt aangevochten door annulatieberoep RVS
of door het instellen van beroep tot vernietiging van een wet, decreet of
ordonnantie




4
$19.53
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
jillpollaris2

Get to know the seller

Seller avatar
jillpollaris2 UC Leuven-Limburg
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
6
Member since
3 year
Number of followers
4
Documents
18
Last sold
1 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions