Paragraaf 1
soeverein: staat die op een bepaald gebied met duidelijke grenzen het hoogste gezag
uitoefent en het monopolie van geweldsuitoefening heeft.
Politiek: gaat over het maken van keuzes waaraan allen in een staat zijn gebonden.
- Meestal algemeen belang
Politici nemen besluiten over:
1. Openbare orde en veiligheid
2. Buitenlandse betrekkingen
3. Infrastructuur
4. Welvaart
5. Welzijn
6. Onderwijs
Welke invloed heb jij op de
politiek?
1. Stemmen
2. Actiegroep
3. Bezwaarschrift indienen
4. Naar de rechter stappen
5. Burgerlijke ongehoorzaamheid
6. Lid worden
Kenmerken representatieve democratie:
Democratie: het volk regeert
basiskenmerk: het volk kiest vertegenwoordigers die beslissingen nemen en met een zekere
regelmaat bij verkiezingen aan de bevolking verantwoording moeten afleggen over hun
beleid.
Directe democratie <–> Indirecte democratie
Referendum (= direct democratie): volksstemming over bepaald wetsvoorstel
NL kent alleen raadplegend referendum
2 Soorten representatieve democratiëen:
Parlementair stelsel (bijv. NL)
het gekozen parlement is het hoogste machtsorgaan. Is de staatshoofd een koning dan
spreken we van een constitutionele monarchie.
Presidentieel stelsel (bijv. VS)
bevolking kiest hier een parlement maar ook een president, de president staat aan het hoofd
van de regering. Om de macht van de president te beperken mist hij het ontbindingsrecht.
Ontbindingsrecht: het recht om het parlement te ontbinden.
Democratie kenmerken:
- Individuele vrijheid
- Politieke grondrechten
- Beperkte bevoegdheden politie en leger
- Onafhankelijke rechtspraak
- Persvrijheid
, Dictatuur
Basiskenmerk dictatuur: wetgevende, uitvoerende en de
rechterlijke macht zijn niet gescheiden maar in handen van
een kleine groep mensen.
Kenmerken:
- Beperking individuele en politieke vrijheid
- Overheidsgeweld
- Geen onafhankelijke rechtspraak
- Censuur: media staan onder toezicht
Soorten dictaturen
1. Autocratische dictatuur: 1 leidersfiguur
2. Totalitaire dictatuur: grote groep aan de macht na ideologische revolutie
3. Theocratie: godsdienst is verheven tot staatsideologie
Soorten democratie
- NL als representatieve/vertegenwoordigende democratie: indirecte democratie
door het parlementaire stelsel.
- NL ook als Constitutionele monarchie: macht monarch beperkt door constitutie
(grondwet)
- Directe democratie: volk beslist direct
Vb. Referendum: volksstemming over bepaald
wetsvoorstel (NL kent alleen raadplegend)
Militaire dictatuur: het leger heeft hier alle macht
Paragraaf 2
Ideologieën: Een samenhangend geheel van ideeën over de mens en de gewenste
inrichting van de samenleving
Aanhangers ideologie → politieke stroming
Ideologie ideeën over:
- Waarden & normen
- Sociaaleconomische verhoudingen(verdeling van de welvaart)
- Machtsverdeling in de samenleving
Indeling politieke stromingen:
effeicïent besturen:
Progressief: vooruitstrevend(maatschappij wil veranderen)
Conservatief: behoudend benadrukken wat al bereikt is(verandering is niet altijd
verbetering)
Reactionair: terug naar hoe het vroeger was
soeverein: staat die op een bepaald gebied met duidelijke grenzen het hoogste gezag
uitoefent en het monopolie van geweldsuitoefening heeft.
Politiek: gaat over het maken van keuzes waaraan allen in een staat zijn gebonden.
- Meestal algemeen belang
Politici nemen besluiten over:
1. Openbare orde en veiligheid
2. Buitenlandse betrekkingen
3. Infrastructuur
4. Welvaart
5. Welzijn
6. Onderwijs
Welke invloed heb jij op de
politiek?
1. Stemmen
2. Actiegroep
3. Bezwaarschrift indienen
4. Naar de rechter stappen
5. Burgerlijke ongehoorzaamheid
6. Lid worden
Kenmerken representatieve democratie:
Democratie: het volk regeert
basiskenmerk: het volk kiest vertegenwoordigers die beslissingen nemen en met een zekere
regelmaat bij verkiezingen aan de bevolking verantwoording moeten afleggen over hun
beleid.
Directe democratie <–> Indirecte democratie
Referendum (= direct democratie): volksstemming over bepaald wetsvoorstel
NL kent alleen raadplegend referendum
2 Soorten representatieve democratiëen:
Parlementair stelsel (bijv. NL)
het gekozen parlement is het hoogste machtsorgaan. Is de staatshoofd een koning dan
spreken we van een constitutionele monarchie.
Presidentieel stelsel (bijv. VS)
bevolking kiest hier een parlement maar ook een president, de president staat aan het hoofd
van de regering. Om de macht van de president te beperken mist hij het ontbindingsrecht.
Ontbindingsrecht: het recht om het parlement te ontbinden.
Democratie kenmerken:
- Individuele vrijheid
- Politieke grondrechten
- Beperkte bevoegdheden politie en leger
- Onafhankelijke rechtspraak
- Persvrijheid
, Dictatuur
Basiskenmerk dictatuur: wetgevende, uitvoerende en de
rechterlijke macht zijn niet gescheiden maar in handen van
een kleine groep mensen.
Kenmerken:
- Beperking individuele en politieke vrijheid
- Overheidsgeweld
- Geen onafhankelijke rechtspraak
- Censuur: media staan onder toezicht
Soorten dictaturen
1. Autocratische dictatuur: 1 leidersfiguur
2. Totalitaire dictatuur: grote groep aan de macht na ideologische revolutie
3. Theocratie: godsdienst is verheven tot staatsideologie
Soorten democratie
- NL als representatieve/vertegenwoordigende democratie: indirecte democratie
door het parlementaire stelsel.
- NL ook als Constitutionele monarchie: macht monarch beperkt door constitutie
(grondwet)
- Directe democratie: volk beslist direct
Vb. Referendum: volksstemming over bepaald
wetsvoorstel (NL kent alleen raadplegend)
Militaire dictatuur: het leger heeft hier alle macht
Paragraaf 2
Ideologieën: Een samenhangend geheel van ideeën over de mens en de gewenste
inrichting van de samenleving
Aanhangers ideologie → politieke stroming
Ideologie ideeën over:
- Waarden & normen
- Sociaaleconomische verhoudingen(verdeling van de welvaart)
- Machtsverdeling in de samenleving
Indeling politieke stromingen:
effeicïent besturen:
Progressief: vooruitstrevend(maatschappij wil veranderen)
Conservatief: behoudend benadrukken wat al bereikt is(verandering is niet altijd
verbetering)
Reactionair: terug naar hoe het vroeger was