→ 3 categoriën in de sociale ongelijkheid
bovenschikking: wie boven ons staat
middenschikking: wie bij ons kan/mag zijn
onderschikking: wie onder ons staat
→ hoe komen die verschillen tussen de mensen
verschil in aanleg
verschil in persoonlijkheid
verschil in milieu: de manier waarop we bv. gesocialiseerd worden
verschil in sociale positie
Dominantiehiërarchie: ontstaat als mensen samen zijn
= het rangordesysteem in een groep (deze leden willen stijgen in deze hiërarchie = mobiliteit)
→ sociale ongelijkheid wordt omschreven als
de ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken
de ongelijke waardereing en behandeling van personen en groeperingen op grond van
hun maatschappelijke positie en levensstijl
sociale ongelijkheid gaat over economische ongelijkheid en hoe sterk deze
doorwerkt in sociale, culturele en het politieke leven
o sociale ongelijkheid komt ook in uiting in andere zorggewoontes en
levensstijlen
bv. hogere inkomstengroepen raadplegen eerder een specialist dan een
gewone huisarts
bv. lagere inkomstengroepen roken meer
o de ongelijkheid van de gezondheidszorg ⇒ meer bepaald door culturele
factoren en omgevingsfactoren
niet door: de wettelijke toegankelijkheid van het systeem van de
gezondheidszorg
→ Het mattheuseffect: de sociologische vakterm voor het rijker worden van
de rijken en het armer worden van de armen
, factoren van de sociale ongelijkheid in de gezondheid en verbruik van
zorg
→ aanlegfactoren
→ huisvesting
→ arbeidsomstandigheden
→ levensstijl en voedingsgewoonten
→ verschillend gebruik van medische hulpverlening
💡 geldt ook voor onderwijs, huisvesting en cultuur
→ hoe sneller de maatschappij evolueert, hoe meer de armen achtergesteld worden = de
cumulatieve achterstelling, er ontstaat een maatschappij met twee snelheden
→ sociale positie
= de plaats die iemand inneemt in een veld van sociale interacties
vanuit die positie gedragen we ons tegenover andere mensen: gedragswijzen,
kenmerken, kwaliteiten… ⇒ de sociale rol: het gedrag dat we van een positiekleder
verwachten
o verworven positie: inspanning (bv. afstuderen)
o toegeschreven positie: niets doen (bv. geld verdienen door erfenis)
de maatschappij bepaalt welke positie belangrijker is dan de andere → heeft te maken
met de dominante waarden van de maatschappij in een bepaalde tijd
aan een positie wordt een waardering gegeven → de status
o status = de plaats en het aanzien die iemand heeft in de maatschappij, bepaalt
zijn kansen
o bv. een minister heeft een hoge status
⚠️sociaal aanzien = de waardering van de manier waarop een persoon die positie vervult
3 belangrijke vragen:
1. Wie bepaalt de positie die we toegewezen krijgen?
2. Wie bepaalt de waardering voor deze positie van anderen?
3. Welke mechanismen bepalen de waardering van onze positie? Leeftijd, religie, geld,
intelligentie, uiterlijk?