DEEL III – Zakelijke zekerheden in het algemeen
INHOUDSOPGAVE
1
, HOOFDSTUK I
C L A S S I F I C AT I E VA N D E Z A K E L I J K E
ZEKERHEDEN
Mogelijke indeling van zakelijke rechten
1. VOLGENS HET SOORT ONDERPAND
Zakelijke zekerheid met een roerende zaak als onderpand pand
Zakelijke zekerheid met een onroerende zaak als onderpand hypotheek
Zakelijke zekerheid met een schuldvordering als onderpand
OF
Zakelijke zekerheid met een vast voorwerp als onderpand
Zakelijke zekerheid met een vlottend voorwerp als onderpand
--> Samenstelling van onderpand kan wijzigen/heeft betrekking op een wisselend geheel:
Bijvoorbeeld het voorrecht van de verhuurder van een onroerend goed, die heeft een
bijzonder voorrecht een soort pandrecht op de inboedel en dat is inderdaad vlottend
omschreven dat is op de inboedel die binnen gebracht wordt in dat onroerend goed
zgn. Harmonicaregel: wat het voorwerp is van uw voorrecht is hangt af van wat de huurder
heeft op dat moment (gaat open en dicht)
Bij een handelszaak: niet een pand op de handelszaak als geheel, je moet voor elk goed apart kijken
of dat daar al geen zekerheid op is gevestigd, dus naar elk goed apart kijken om hierover te beslissen
2. VOLGENS DE WIJZE VAN VERKRIJGING
A. WETTELIJK, CONVENTIONEEL, ÉÉNZIJDIG
Wettelijk = voorrechten
Van rechtswege, vaak impliciet in een rechtsverhouding
Vb. Voorrecht van verhuurder zonder dat dat in het contract moet staan
Vb. Krachtens de wet een voorrecht als je conventioneel een pand hebt
Conventioneel
Bij overeenkomst
Vb. uitdrukkelijk pand, conventionele hypotheek, eigendomsvoorbehoud
Eenzijdig
Door uitoefening van een wilsrecht
Voorbehouden aan fiscus en sociale zekerheid
2
INHOUDSOPGAVE
1
, HOOFDSTUK I
C L A S S I F I C AT I E VA N D E Z A K E L I J K E
ZEKERHEDEN
Mogelijke indeling van zakelijke rechten
1. VOLGENS HET SOORT ONDERPAND
Zakelijke zekerheid met een roerende zaak als onderpand pand
Zakelijke zekerheid met een onroerende zaak als onderpand hypotheek
Zakelijke zekerheid met een schuldvordering als onderpand
OF
Zakelijke zekerheid met een vast voorwerp als onderpand
Zakelijke zekerheid met een vlottend voorwerp als onderpand
--> Samenstelling van onderpand kan wijzigen/heeft betrekking op een wisselend geheel:
Bijvoorbeeld het voorrecht van de verhuurder van een onroerend goed, die heeft een
bijzonder voorrecht een soort pandrecht op de inboedel en dat is inderdaad vlottend
omschreven dat is op de inboedel die binnen gebracht wordt in dat onroerend goed
zgn. Harmonicaregel: wat het voorwerp is van uw voorrecht is hangt af van wat de huurder
heeft op dat moment (gaat open en dicht)
Bij een handelszaak: niet een pand op de handelszaak als geheel, je moet voor elk goed apart kijken
of dat daar al geen zekerheid op is gevestigd, dus naar elk goed apart kijken om hierover te beslissen
2. VOLGENS DE WIJZE VAN VERKRIJGING
A. WETTELIJK, CONVENTIONEEL, ÉÉNZIJDIG
Wettelijk = voorrechten
Van rechtswege, vaak impliciet in een rechtsverhouding
Vb. Voorrecht van verhuurder zonder dat dat in het contract moet staan
Vb. Krachtens de wet een voorrecht als je conventioneel een pand hebt
Conventioneel
Bij overeenkomst
Vb. uitdrukkelijk pand, conventionele hypotheek, eigendomsvoorbehoud
Eenzijdig
Door uitoefening van een wilsrecht
Voorbehouden aan fiscus en sociale zekerheid
2