100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Nederlands: Taalbeschouwing 2 (H Kloots)

Rating
4.0
(1)
Sold
3
Pages
16
Uploaded on
27-12-2017
Written in
2016/2017

Volledige samenvatting van de Hoor- en Werkcolleges van Hanne Kloots (Nederlands: Taalbeschouwing 2) in BA1 voor de opleiding Toegepaste Taalkunde. Inclusief de theorie om alle theorievragen op te lossen.

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 27, 2017
Number of pages
16
Written in
2016/2017
Type
Summary

Subjects

Content preview

HET WOORD
Woordontleding: woordsoort benoemen van individuele woorden op basis van hun morfologische, semantische en
syntactische kenmerken. Zinsontleding: onderscheiden van zinsdelen op basis van functie in de zin.

HET VOORZETSEL (prepositie) p.114
Morfologisch: voorzetsel is onveranderlijk.
Semantisch: voorzetsel drukt een relatie uit: De scanner staat op de tafel.
Syntactisch: verplicht verbonden met ander taalelement (complement kan fungeren als O. of LV):
- Nominale constituent: Mieke houdt [van Kristien] Mieke houdt [van die van hiernaast].
- Voorzetselconstituent : Wacht [tot (na het eten)]. Meestal vooraan in voorzetselconstituent: Ze
loopt [in het bos]. Soms achterop, bij ww van beweging om richting beklemtonen: Bas loopt [het bos in].
- Bijwoordelijke constituent: [Tot morgen]. [Vanaf hier].
- Bijzin: Een cadeautje [voor als je jarig bent].
Ook voorzetselcombinaties: Kom [van dat dak af]! En voorzetseluitdrukkingen: combinaties woorden met de waarde
van 1 voorzetsel (met behulp van, vergelijk met met).

HET VOEGWOORD (conjunctie) p. 119
1. Nevenschikkend voegwoord: verbindt gelijkwaardige elementen.
- Indeling naar de vorm: als aantal leden groter is dan aantal verbindingswoorden > voegwoorden. (Suske,
Bolleke, Guust Flater en Nero). Als het aantal gelijk is > reeksvormer. (zowel Gaston als Beo als Lea).
- Indeling naar de betekenis:
• Aaneenschakelend: en, noch, alsmede, alsook, en-en, noch-noch, zowel-als, evenmin-als.
• Tegenstellend: maar, doch, of, ofwel, dan wel, of-of, ofwel-ofwel, hetzij-hetzij, hetzij-of.
• Redengevend: want.
• Gevolgaanduidend: dus [meestal dus als voegwoordelijk bijwoord] als het geen inversie
veroorzaakt (Ik ben ziek dus ik blijf thuis <> Ik ben ziek dus blijf ik thuis). Voegwoorden kunnen niet
gecombineerd worden maar dus, wel met en.
2. Onderschikkend voegwoord: verbindt ongelijkwaardige elementen.
Hij beweerde dat hij kon vliegen <> De bewering dat hij kon vliegen, … . Dat vervangt constituent het bericht.
Andere vervangt niets: omzetten in zelfstandige zinnen > geen constituent invullen ter vervanging.
- Grammatisch verbindende voegwoorden: dat, of, om.
Geert zei: “Ik studeerde hard.” <> Geert zei dat hij hard studeerde. > voegt geen betekenis toe.
‘Dat’ in mededelende zin; ‘of’ in de vragende bijzin; om bij beknopte bijzinnen (syntactisch onderscheid).
- Voegwoorden van tijd: (Wanneer ik kook, zing ik altijd.)
o Voortijdigheid: voor, voordat, eer, tot, totdat, aleer alvorens, vooraleer.
o Gelijktijdigheid: terwijl, zolang (als), zo gauw (als), zodra, sinds, sedert, toen, nu, als.
o Natijdigheid: Na, nadat, zodra, toen, nu, als, wanneer.
- Voegwoorden van causaliteit: (Ben je ziek, dat je zo groen ziet?)
Reden & oorzaak: omdat. Oorzaak: doordat. Reden: aangezien, door, met, daar, dat, vermits.
- Voegwoorden van gevolg: (Dat boek is te dik, dan dat je in één avond uit kunt lezen)
Gevolg: zodat. Graadaanduidend gevolg. (omdat ze volgen op graadaanduiding): dat, dan dat, om.
- Voegwoorden van doel: (Je moet op tijd weggaan, dat je niet te laat komt.) Dat, opdat, om, teneinde.
- Voegwoorden van veronderstelling en voorwaarde: (Als je stopt met zingen, geef ik je €5.)
Als, wanneer, indien, zo, ingeval, mits, tenzij, tenware, gesteld dat, stel dat, voor het geval dat.
Verschil tussen beiden is niet altijd duidelijk > als kan ook beide betekenissen hebben.
- Voegwoorden van toegeving: (Hoewel ik hard werk, maak ik weinig voreringen.)
Al, hoewel, hoezeer, alhoewel, ofschoon, of, ondanks dat, niettegenstaande dat, toegegeven dat.
- Voegwoorden van omstandigheid: (In plaats (van) dat hij eerst vertelde waar hij voor kwam, …)
Zonder, zonder dat, in plaats van, in plaats (van) dat.
- Beperkende voegwoorden: (Alles gaat goed, voor zover ik weet.)
Behalve (da), uitgezonderd, (voor) zover, in zover(re), dat.
- Uitbreidende voegwoorden: (Behalve dat ik X ben, ben ik nog Y.) Behalve (dat), laat staan (dat).
- Voegwoorden van verhouding: (Hoe groter geest, hoe groter beest) Naargelang, naarmate, hoe … des te.
- Voegwoorden van vergelijking:
o Niet-werkelijkheid: alsof, of, als. Je spreekt over haar of ze was je bezit.
o Gewone vergelijking: als, zoals, evenals, zo, dan, gelijk. Snel rijen is net zo dom als snel vrijen.
o Hoedanigheid: als. Hij wordt als een heilige vereerd (bwb vergelijking).
- Voegwoorden van modaliteit: Naar. (verhouding beschrijving <> werkelijkheid) Je hebt toch niet
gedronken, naar ik hoop?

, HET TUSSENWERPSEL (interjectie) p. 129
Morfologisch onveranderlijke woordsoort.
Semantisch gekarakteriseerd: ze hebben de betekenis van een zin.
Syntactisch bijzondere positie, geen syntactische waarde; met geen enkel ander woord combineerbaar.
- Niet-betekenisdragend:
o Klanknabootsend: hatsjie, hik, hm, haha, kukeleku, i-a, mèèè, pifpafpoef, tsjak, tingeling …
o Beweging weergevend of begeleidend: hoeps, woeps, hoplala, hop, patat, vlam, wam … .
- Betekenisdragend:
o Noodzakelijk emotioneel: olala, tsjonge, asjemenou, hoera, ochot, afijn, shit, bah, èkes …
 Niet-noodzakelijk emotioneel: • Mededelingen: foei, ja, nee(n), oké, okido.
• Bevelen, aansporing: koest, sjt, vort, t-t (click), allez.
• Vragen: pardon, sorry, excuseer?.
• Formules: groeten (Goeienavond, hallo, welterusten, dààg, …),
gelukwensen (proficiat, …), heildronken (gezondheid, santé, …).
DE CONSTITUENT
Constituenten = bouwstenen v/e zin. “taalkundige eenheid die bepaalde syntactische functie vervult
binnen groter geheel.” Vergelijking met zinsleer: constituent is een zinsdeel of zinsdeelstuk.
O. PV Kern Kern = belangrijkste woord &
Hij / brak / het raam van de kantine. Adjectivisch constituent bepaalt type complement. Daarnaast
Nominale constituent (& LV) ook complementen/toevoegingen
(als constituent uit meer dan 1 woord bestaat), de zin kan soms zonder hen functioneren.

- Nominale/naamwoordelijke constituent : zelfstandig naamwoord (nomen/pronomen) als kern
o Als zinsdeel: Deze grammatica is bepaald niet goedkoop.
o Deel van grotere nominale constituent: (Naast je stond) een volle mand groene appels.
o Deel van adjectivisch constituent: (Zij twee hebben) een uur lang (samen gespeeld).
o In combinatie met voorzetsel: (Ze leest een boek) over het ontstaan van de aarde.
- Adjectivische constituent: bijvoeglijk naamwoord (adjectief) als kern
o Als zinsdeel: Het boek is behoorlijk duur.
o Deel van nominale constituent: (Ik vind het) een heel interessant boek.
- Adverbiale/bijwoordelijke constituent: bijwoord (adverbium) als kern
o Als zinsdeel: Die jongen is vrij vaak ziek.
o Deel van adjectivisch constituent: (Het is een) veel te ingewikkelde (tekst).
- Voorzetselconstituent: voorzetsel als kern (kunnen nooit O. of LV van een zin zijn)
hebben altijd met complement
o Als zinsdeel: We wachten nu al uren op jou. Wanneer gaan jullie naar huis?
o Deel van nominale constituent: (Hebt u ook) boeken over het ontstaan van de aarde?
o Deel van adjectivisch constituent: Uitzinnig van vreugde (gingen ze de straat op).
- Verbale/werkwoordelijke constituent: werkwoord (verbum) als kern
Alleen als hoofdbestanddelen van een zin (omvat alle zinsdelen behalve O., kern = PV).
(Moeder) zit een tijdschrift te lezen.


DE ZIN
Afbakening van zinsdelen: aanduiden delen van een zin & benoemt diens functie.
Eenzinsdeelproef/verplaatsingsproef: kan een woordgroep in zijn geheel vóór de pv geplaatst te worden?
(Zinsdeel = woorden die maximaal samen voor de pv kan staan; hoe groter hoe beter).
Vervangingsproef: kan een woordgroep in zijn geheel vervangen worden door één woord?

Zinsdelen en constituenten (≠ synoniemen) Constituenten bekijken vanuit zinsontleding:
- Constituent = zinsdeel: Josiane / houdt / van kanaries. Ik / heb / Josiane / gezien.
- Constituent < zinsdeel: Josiane en J / houden / van kanaries. Hier / zie / je / de kanaries van J.
- Constituent > zinsdeel: Josiane / houdt / van kanaries. Juan / ziet / de kanarie uit Brazilië.

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
7 year ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
waffle Universiteit Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
95
Member since
11 year
Number of followers
63
Documents
4
Last sold
2 weeks ago

4.3

4 reviews

5
1
4
3
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions