30 vragen over fysiologie, 30 vragen over medische casuïstiek
Waarom moet je weten hoe het stelsel werkt? Leverziekten hebben er mee te maken of chronisch
maag-dram ziekte.
Leerdoelen
- Je kunt de zes verschillende voedingsstoffen benoemen en hun structuur, eigenschappen en afbraak
beschrijven.
- Je kunt de onderdelen van het spijsverteringskanaal en ondersteunende organen benoemen en hun
bouw, functie en rol in het spijsverteringsproces beschrijven.
Kanaal
Cavum oris = mondholte In verbinding met het spijsverteringskanaal:
Pharynx = keelholte - speekselklieren
Oesophagus = slokdarm - alvleesklier/pancreas
Ventriculus/gaster = maag - hepar/lever
Instestinum tenue = dunne darm - galblaas
Intestinum carssum = dikke darm
Rectum = uitgang
Wand spijsverteringskanaal
1
, Algemene bouw: a.d.h.v. waar je je bevindt in het kanaal heb
je verschillende bouwen.
1. mucosa/slijmvlies (ook wel binnenbekleding genoemd):
boven aan, epitheel-laag (altijd bekleding) met slijm
producerende cellen, kliercellen en afvoerbuizen van grote
klieren die door mucosa heen lopen.
Slijm = glijmiddel voor voedseltransport en bescherming van
wand tegen spijsverteringssappen. (want in
spijsverteringssappen zitten enzymen die schadelijk kunnen
zijn)
2. lamina propria mucosae: dun laagje bindweefsel
3. muscularis mucosae: dunne laag glad spierweefsel voor
bewegingen (zodat afgifte klierproducten worden
gestimuleerd)
4. submucosa: dikke bindweefsellaag met bloedvaten,
zenuwen, grote klieren (die door de spier bewegingen
worden gestimuleerd) en lymfatisch weefsel
5. muscularis, (dikke spierlaag) wat dient voor de peristaltiek
Muscularis bestaat uit kringspieren (circulaire spierlaag) en
lengtespieren (longitudinale spierlaag).
8. Serosa: (helemaal aan de onderkant) viscerale blad van de buikvlies om het af te sluiten
Verschillende onderdelen spijsverteringskanaal (vul het aan met zelfstudie!!):
Cavum oris
Belangrijke structuren
- tong
- kauwspieren
- gebit
- speekselklieren (ptyaline is speekselamylase wat sacharides afbreekt)
Slikken: willekeurige fase en onwillekeurig.
Willekeurig; (als voedsel voldoende is gekauwd) bij sluiten van de mond waarbij je voedsel met de
tong naar achter schuift. Onwillekeurig; (na het willekeurig slikken) voedsel komt bij farynxbogen (niet
de gehemeltebogen!) en keelwand stimulatie slik reflex:
- sluitspier slokdarm ontspant (deze is dus normaal aangespannen) waardoor slokdarm open
- huig naar boven zodat afsluiten neusholte
- strottenklepje (epiglottis) kantelt zodat glottis (daaronder gelegen)omhoog beweegt en luchtpijp
ook wordt afgesloten.
Dan gaat het voedsel richting pharynx. Als je je verslikt slaat hoestreflex aan omdat voedsel in
strottenhoofd of luchtpijp terecht komt.
2