A.
RUIMTELIJKE
ORDENING
Bodembestemmingsplannen
versus
structuurplannen
HET
NDRO
VAN
1999
EN
DE
RUIMTELIJKE
STRUCTUURPLANNEN
EN
RUP’S
-‐ bij
inwerkingtreding
van
het
nieuwe
decreet:
à
bestaande
bestemmingsplannen
opgenomen
in
plannenregister
-‐ Er
komen
vervangende
plannen
ipv
de
bestemmingsplannen
à
deze
zullen
wel
gebaseerd
zijn
op
de
oude
plannen
à
Structuurplannen
en
ruimtelijke
uitvoeringsplannen
KARAKTERISTIEKEN
VAN
DE
STRUCTUURPLANNEN
EN
RUP’S
-‐ Ruimtelijk
structuurplan:
o geeft
kader
aan
voor
gewenste
ruimtelijke
structuur
o langetermijnvisie
op
de
ruimtelijke
ontwikkeling
o bestaat
uit
3
delen:
informatief
gedeelte,
richtinggevend
gedeelte,
bindend
gedeelte
-‐ Ruimtelijk
uitvoeringsplan
o zorgen
voor
de
realisatie
van
de
structuurplannen
o vergelijkbaar
met
een
BPA,
maar
meer
visie
o zeer
dynamisch
o het
nieuwe
planninginstrument
-‐ Bestaan
op
3
bestuursniveau’s:
o Ruimtelijk
Structuurplan
Vlaanderen
à
gewestelijke
RUP’s
o Provinciaal
Ruimtelijk
Structuurplan
à
provinciale
RUP’s
o Gewestelijk
Ruimtelijk
Structuurplan
-‐>
gemeentelijke
RUP’s
o (verkavelingsplannen)
o (bouwplannen)
WELKE
PLANNEN
BEPALEN
HET
HEDENDAAGS
BELEID
Het
gewestplan
-‐ vroeger
steunde
bijna
alle
R.O.
op
het
gewestplan
1
,-‐ geen
wijzigingen
meer
aan
het
gewestplan:
er
zijn
RUP’s
-‐ blijven
dikwijls
wel
nog
een
rol
spelen
-‐ 99,9%
van
de
gebruikswaarde:
cartografisch
document
2
,5. BESTEMMINGEN
OP
HET
GEWESTPLAN
VERSUS
ZONEVREEMD
5.2. Zonevreemde
woningen
en
gebouwen
-‐ op
gewestplan
worden
verschillende
zones
vastgelegd
-‐ bv
woongebied,
industriegebied,
agrarisch
gebied,
militaire
gebieden,
…
(±
40
zones)
-‐ Als
een
gebouw
in
een
zone
ligt
waar
het
niet
thuishoort
à
zonevreemd
§ woning
in
landbouwgebied
§ kasteel
in
natuurgebeid
§ winkel
in
industriegebied
-‐ meestal
stonden
deze
gebouwen
er
al
van
voor
de
gewestplannen
-‐ Zonevreemd
≠
illegaal!
-‐ alle
gebouwen
van
voor
1962(!)
zijn
bij
wet
gelegaliseerd
(maar
kunnen
wel
zonevreemd
zijn)
-‐ om
deze
gebouwen
te
kunnen
beheren
à
uitzonderingsregeling
voor
zonevreemde
gebouwen
-‐ bij
aanvragen
vormt
de
bestemming
op
zichzelf
geen
voldoende
basis
voor
weigering
-‐ deze
regeling
blijft
gelden
tot
zolang
de
bestemming
van
de
zone
niet
aangepast
wordt
-‐ ze
vervalt
wel
wanneer
er
een
RUP
opgemaakt
wordt
waarin
het
gebouw
ligt
à
moet
namelijk
duidelijke
voorschriften
bevatten
voor
zonevreemde
gebouwen
-‐ perceel
in
goedgekeurde,
niet-‐vervallen
verkaveling
à
verkaveling
voorrang
op
gewestplan
–>
bouwen
mag
indien
je
de
verkavelingsvoorschriften
respecteert
-‐ een
woning
in
woonuitbreidingsebied
is
nooit
zonevreemd!
5.3.
Zoneringen
op
het
Gewestplan
-‐ Ruimtelijk
functionele
zonering
van
het
grondgebied
-‐ Opmaak
gestart
in
de
jaren
‘70
-‐ geen
veranderingen
meer
aangebracht
sinds
1999
-‐ Indien
er
een
RUP
opgemaakt
is,
gebruikt
met
het
RUP
-‐ Waar
er
geen
RUP’s
zijn,
blijft
het
gewestplan
van
kracht
5.3.1. De
woongebieden
-‐ Rode
gebieden
op
het
gewestplan
-‐ Bestemd
voor
wonen,
handel,
dienstverlening,
ambacht
en
kleinbedrijf
à
tenzij
deze
beter
in
een
andere
zone
passen
-‐ Deze
bedrijven,
handel,
…
mogen
in
woonzone
-‐ Voor
het
vergunnen
van
handel,
kleinbedrijven,
…
in
woongebieden:
voorwaarden:
§ moeten
behoren
tot
de
normale
uitrusting
van
een
woongebied
§ mogen
de
woonfunctie
niet
storen
3
, § oppervlaktebehoefte
dient
beperkt
te
zijn
-‐ groene
ruimten
binnen
het
woongebied
§ gewestplan
slechts
algemene
maatregelen
voor
ordening
§ BPA
of
RUP
geeft
een
gedetailleerde
bestemming
van
de
percelen
-‐ sociaal
culturele
inrichtingen
§ inrichtingen
die
door
hun
relaties
met
het
publiek
deel
uit
maken
van
een
woongebied
à
veelvuldig
bezocht
door
de
bewoners
à
centrumvormende
elementen
-‐ toeristische
voorzieningen
§ enkel
die
wegens
hun
aard
kunnen
thuishoren
in
woonzone
§ vakantiehuizen,
hotels,
informatiekantoren,
…
§ niet
in
woonzone:
kampeerterreinen,
weekendverblfijparken,
…
à
te
oppervlaktebehoeftig
-‐ agrarische
bedrijven
-‐ woonuitbreidingsgebieden
§ Wit
met
rode
arcering
§ reservezone
van
het
woongebied
§ eerst
wonen
in
woonzone
stimuleren,
nadien
woonuitbreidingsgebied
aansnijden
§ belangrijk
element
in
het
grondbeleid!
§ uitsluitend
bestemd
voor
groepswoningbouw
tenzij:
o er
door
de
overheid
van
de
ordening
van
het
gebied
anders
beslist.
BPA,
RUP,
verkaveling
o de
uitgaven
voor
de
voorzieningen
vastgelegd
zijn
in
de
begroting
o er
een
verbintenis
met
een
promotor
is
aangegaan
ivm
de
voorzieningen
§ atlas
van
de
woonuitbreidingsgebieden
-‐ woonparken
§ ‘zeldzame’
zone
§ louter
residentiële
aard,
rustig
verblijven
in
het
groen
§ nieuwe
woonparken:
richtlijnen:
o woondichtheid:
5
tot
10
woningen
per
ha
(cfr
geringe
woondichtheid
<15
woningen/ha)
o kaveloppervlakte:
1000
tot
2000
m2
o bebouwde
oppervlakte
:
max
250
m2
o max
2
bouwlagen
o percelen
palend
aan
verharde
weg
o niet-‐bebouwde
oppervlakte:
× hoogstammig
groen
4
RUIMTELIJKE
ORDENING
Bodembestemmingsplannen
versus
structuurplannen
HET
NDRO
VAN
1999
EN
DE
RUIMTELIJKE
STRUCTUURPLANNEN
EN
RUP’S
-‐ bij
inwerkingtreding
van
het
nieuwe
decreet:
à
bestaande
bestemmingsplannen
opgenomen
in
plannenregister
-‐ Er
komen
vervangende
plannen
ipv
de
bestemmingsplannen
à
deze
zullen
wel
gebaseerd
zijn
op
de
oude
plannen
à
Structuurplannen
en
ruimtelijke
uitvoeringsplannen
KARAKTERISTIEKEN
VAN
DE
STRUCTUURPLANNEN
EN
RUP’S
-‐ Ruimtelijk
structuurplan:
o geeft
kader
aan
voor
gewenste
ruimtelijke
structuur
o langetermijnvisie
op
de
ruimtelijke
ontwikkeling
o bestaat
uit
3
delen:
informatief
gedeelte,
richtinggevend
gedeelte,
bindend
gedeelte
-‐ Ruimtelijk
uitvoeringsplan
o zorgen
voor
de
realisatie
van
de
structuurplannen
o vergelijkbaar
met
een
BPA,
maar
meer
visie
o zeer
dynamisch
o het
nieuwe
planninginstrument
-‐ Bestaan
op
3
bestuursniveau’s:
o Ruimtelijk
Structuurplan
Vlaanderen
à
gewestelijke
RUP’s
o Provinciaal
Ruimtelijk
Structuurplan
à
provinciale
RUP’s
o Gewestelijk
Ruimtelijk
Structuurplan
-‐>
gemeentelijke
RUP’s
o (verkavelingsplannen)
o (bouwplannen)
WELKE
PLANNEN
BEPALEN
HET
HEDENDAAGS
BELEID
Het
gewestplan
-‐ vroeger
steunde
bijna
alle
R.O.
op
het
gewestplan
1
,-‐ geen
wijzigingen
meer
aan
het
gewestplan:
er
zijn
RUP’s
-‐ blijven
dikwijls
wel
nog
een
rol
spelen
-‐ 99,9%
van
de
gebruikswaarde:
cartografisch
document
2
,5. BESTEMMINGEN
OP
HET
GEWESTPLAN
VERSUS
ZONEVREEMD
5.2. Zonevreemde
woningen
en
gebouwen
-‐ op
gewestplan
worden
verschillende
zones
vastgelegd
-‐ bv
woongebied,
industriegebied,
agrarisch
gebied,
militaire
gebieden,
…
(±
40
zones)
-‐ Als
een
gebouw
in
een
zone
ligt
waar
het
niet
thuishoort
à
zonevreemd
§ woning
in
landbouwgebied
§ kasteel
in
natuurgebeid
§ winkel
in
industriegebied
-‐ meestal
stonden
deze
gebouwen
er
al
van
voor
de
gewestplannen
-‐ Zonevreemd
≠
illegaal!
-‐ alle
gebouwen
van
voor
1962(!)
zijn
bij
wet
gelegaliseerd
(maar
kunnen
wel
zonevreemd
zijn)
-‐ om
deze
gebouwen
te
kunnen
beheren
à
uitzonderingsregeling
voor
zonevreemde
gebouwen
-‐ bij
aanvragen
vormt
de
bestemming
op
zichzelf
geen
voldoende
basis
voor
weigering
-‐ deze
regeling
blijft
gelden
tot
zolang
de
bestemming
van
de
zone
niet
aangepast
wordt
-‐ ze
vervalt
wel
wanneer
er
een
RUP
opgemaakt
wordt
waarin
het
gebouw
ligt
à
moet
namelijk
duidelijke
voorschriften
bevatten
voor
zonevreemde
gebouwen
-‐ perceel
in
goedgekeurde,
niet-‐vervallen
verkaveling
à
verkaveling
voorrang
op
gewestplan
–>
bouwen
mag
indien
je
de
verkavelingsvoorschriften
respecteert
-‐ een
woning
in
woonuitbreidingsebied
is
nooit
zonevreemd!
5.3.
Zoneringen
op
het
Gewestplan
-‐ Ruimtelijk
functionele
zonering
van
het
grondgebied
-‐ Opmaak
gestart
in
de
jaren
‘70
-‐ geen
veranderingen
meer
aangebracht
sinds
1999
-‐ Indien
er
een
RUP
opgemaakt
is,
gebruikt
met
het
RUP
-‐ Waar
er
geen
RUP’s
zijn,
blijft
het
gewestplan
van
kracht
5.3.1. De
woongebieden
-‐ Rode
gebieden
op
het
gewestplan
-‐ Bestemd
voor
wonen,
handel,
dienstverlening,
ambacht
en
kleinbedrijf
à
tenzij
deze
beter
in
een
andere
zone
passen
-‐ Deze
bedrijven,
handel,
…
mogen
in
woonzone
-‐ Voor
het
vergunnen
van
handel,
kleinbedrijven,
…
in
woongebieden:
voorwaarden:
§ moeten
behoren
tot
de
normale
uitrusting
van
een
woongebied
§ mogen
de
woonfunctie
niet
storen
3
, § oppervlaktebehoefte
dient
beperkt
te
zijn
-‐ groene
ruimten
binnen
het
woongebied
§ gewestplan
slechts
algemene
maatregelen
voor
ordening
§ BPA
of
RUP
geeft
een
gedetailleerde
bestemming
van
de
percelen
-‐ sociaal
culturele
inrichtingen
§ inrichtingen
die
door
hun
relaties
met
het
publiek
deel
uit
maken
van
een
woongebied
à
veelvuldig
bezocht
door
de
bewoners
à
centrumvormende
elementen
-‐ toeristische
voorzieningen
§ enkel
die
wegens
hun
aard
kunnen
thuishoren
in
woonzone
§ vakantiehuizen,
hotels,
informatiekantoren,
…
§ niet
in
woonzone:
kampeerterreinen,
weekendverblfijparken,
…
à
te
oppervlaktebehoeftig
-‐ agrarische
bedrijven
-‐ woonuitbreidingsgebieden
§ Wit
met
rode
arcering
§ reservezone
van
het
woongebied
§ eerst
wonen
in
woonzone
stimuleren,
nadien
woonuitbreidingsgebied
aansnijden
§ belangrijk
element
in
het
grondbeleid!
§ uitsluitend
bestemd
voor
groepswoningbouw
tenzij:
o er
door
de
overheid
van
de
ordening
van
het
gebied
anders
beslist.
BPA,
RUP,
verkaveling
o de
uitgaven
voor
de
voorzieningen
vastgelegd
zijn
in
de
begroting
o er
een
verbintenis
met
een
promotor
is
aangegaan
ivm
de
voorzieningen
§ atlas
van
de
woonuitbreidingsgebieden
-‐ woonparken
§ ‘zeldzame’
zone
§ louter
residentiële
aard,
rustig
verblijven
in
het
groen
§ nieuwe
woonparken:
richtlijnen:
o woondichtheid:
5
tot
10
woningen
per
ha
(cfr
geringe
woondichtheid
<15
woningen/ha)
o kaveloppervlakte:
1000
tot
2000
m2
o bebouwde
oppervlakte
:
max
250
m2
o max
2
bouwlagen
o percelen
palend
aan
verharde
weg
o niet-‐bebouwde
oppervlakte:
× hoogstammig
groen
4