Lipidemetabolisme 1: belangrijke lipiden
Lipiden: energiebron waar we het meeste reserve gaan hebben , geven meer acetyl
coA = heterogene groep!
Triglyceriden: opslagvorm => voorraadbron vr ATP productie vr volledige
metabolisme
Vetten gaan aan cel aangerijkt worden ovv lipoporteinen
Kijken nr overkoepelend stuk: hoe geraken ze in de cel?
vetten zijn hydrofoob: kunnen nt zomaar vanuit voeding opgenomen w =>
lipoproteinen nodig
Lipiden (vetzuren):
- Eenvoudige lipiden
- Lipiden waar verschillende moleculen ingekoppeld w om
bepaalde macromoleculen te vormen
Bouwstenen waaruit we energiehalen => vetzuren :
koolhydraten staart!!
Waarvoor gebruiken?
1. Vetzuren veresteren aan glycerolmolecule (uit
koolhydraatmetabolisme) : aanmaak glycerol is aftakking v
glycolyse => als glycolyse goed draait en voldoende ruimte
om dihydroxyglycerolfosfaat nr buiten te laten
alles goed verzadigd: krebcyclus draait goed => citraat
nr buiten doen => acetylcoA vrijstellen
acetyl coA = basis vetzuurstaart (2 C-moleulen => hoe
meer achter elkaar, hoe langer de staart
lichaam kan enkel C16 maken => bij vorming 3x C16
moleculen & omgezette glycerol vanuit
dihydroxyacetonfosfaat
=> met elkaar veresteren => vorming triglyceriden =>
verpakken in lipoproteinen => nr alle weefsels als
energiebron (bv spieren, vetweefsel …)
2. Lichaam kan ook fosfolipiden maken met vetzuren:
- voordeel: hebben polair & apolaire kant => zijn
onderdeel celmembraan
- => structureel belangrijk => cel intregiteit
Steroid behoren ook tot lipiden?
- steroiden
Koolstofstaart
volledig om te
vormen tot
steroid skelet
=> vanuit dit
belangrijke
hormonen
aanmaken bv mineralocorticoide, glucocorticoide, geslachtshormonen ….
,- Glycolipiden: deel koolhydraatmetabolisme gebruiken => koolhydraten koppelen
aan zuren => vorming glycolipiden
= cerebrosieden (suikermoleculen) => hebben neurologisch belangrijke fct
- Homolipiden: kunnen wij nt produceren, hebben langere vetzuurketen
Hoe transporteren?
Bij opname lipiden:
weinig toegankelijk vr
enzymatische activiteit
=> afbreken/ verwerken:
- Thv mond/ speeksel:
linguilale lipase: begin
afbraak
- Gastrische lipase
- Thv Duodenenum:
contact met galzouten
(uit cholesterol)
- Pancreatisch
lipase !!!: finaal
vetzuren afbreken tot
monovetzuren
=> opname via dunne
darm mogelijk
vb. mucovisidose
CFTR proteine : transporters in cel => in alle organen die secreties maken (bv thv
pancreas, longepitheel ..)
=> shuttelen chlorine molecule nr
buiten en nemen water met zich
mee => secreten zijn visceus
(vloeibaar) => uitgescheidde
enzymen toegankelijk
Bij mindere werking CFTR kanalen,
minder aantal kanalen of probleem
productie kanalen => organen
produceren visceuse secreten (want
kanalen die chloriden & water met
zich meetrekt: disfunctioneel of in
aantal minder) => moelijk te
verwijderen
Pancreas gaat enorm visceus
secreet maken, met lipase in, maar
lipase zit in capsule => kunnen er nt
goed uit
neonaat met muco: ondervoed :
want lipase kan nt zo actief zijn
thv lipiden om vetten, thv duodenum, op te nemen (lipiden nog in triglyceride) =>
vervette stoelgang & geen opname v vetoplosbare vitamininen/ lipiden
,oorzaak: alle secreten zijn visceus & alles wat er in zit is in fct oke maar geraakt nooit
tot aan bron waar ze actief moeten zijn
Oplossing: creon geven => voor gastrische lipase
=> hoe meer vetten ze eten hoe meer creon ze moeten nemen
Galzouten:
- Maak je zelf vanuit cholesterol
- Functionele groepen die polariteit
geven aan moleculen
- richten zich met apolaire kan nr
buitenwereld => grotere
druppels die oiv lipase
afgebroken w => kleinere
druppels => w gestabiliseerd
door galzouten
- darmperistaltiek draagt ook toe aan proces!
Hoe maken?
Vanuit cholestorol:
behouden steroid skelet
=> functionele groepen
opzetten => bevorderen
polariteit moleculen => in
staat om te linken met
apolaire vetten EN met
polaire omgeving!
Lipidesynthese
, Kleinere lipiden druppels w finaal gedregadreerd => tot partikels die je wel kan
openemen
Thv dunne darm: absorptie monoglyceriden (vrije vetzuren)
Transport in waterig milieu => opnieuw absorberen thv microvili=> terug vorming
triglyceriden & inpakkken in chilomicronen (bevatten enkel triglyceriden uit voeding)
=> chilomicronen w rond gestuurd in circulatie : via lymfevaten (chyle: vetrijk) naar
cappilair systeem waar ze w:
- Afgebroken: geven voedingsbestandsdelen vrij => bv. nr spieren : gebruiken
lipiden als energiebron
- Opgenomen dr vetweefsel => slaagt het op vr later
- Deel gaat terug nr lever (blauw): lever gebruikt bestanddelen chylomicronen +
eigen gemaakte vetzuren
o Na afgifte triglyceridel: remnant vorm (restantvorm lipoproteine) => gaan nr
lever
o Lever neemt remnants (nog cholesterolrijk) op via LDL receptoren
o Afbreken & iets doen met apolipoprot & cholesterol:
o pakt die in in nieuw lipoproteine : VLDL:
• bestaat uit triglyceriden die uit eigen metabolisme komen
• = Very Large Density Lipoproteine
o VLDL w vrijgesteld mbv apoproteinen => zullen zorgen voor vrijstelling OF
zorgen vr binden met LPL
o VLDL gaat nr circulatie : op moment dat weefsel nodig heeft => naar weefsels
brengen => afgifte triglyceriden aan spieren, vetweefsel
o Als VLDL leegehaald: rest = IDL (intermediate density lipoproteine)
o IDL gaat
Linken aan LDL-R => opgenomen dr lever
Gaan passeren & ander LPL tegenkomen => w omgevormd tot LDL (low density
lipoproteine) waarbij nog triglyceriden w uitgehaald
=> LDL gaat cholesterol afgeven aan weefsels die het nodig hebben (bv bijnier)
OF bij teveel aan cholesterol terug nr lever gaan via LDL-R
HDL:
- = high density lipoproteine
- Lipoproteine dat dr lever w aangemaakt
- te veel aan cholesterol oppikken & terugbrengen naar lever
- doen omgekeerde beweging: gaan rijk zijn aan cholesterol (komt v perfiere
weefsels) => w terug gebracht nr lever
Lipoproteine lipase (LPL): enzymen die chylomicronen afbreken, zitten in bloedbaan
(cappilair bed)
Apoproteine = apolipoproteine
- Herkenningspunten
- Eiwitstructuren die aan buitenkant staan
- Intrageren met plaatsen waar chylomicron moet aangrijpen
- Bepalen waar VLDL, LDL, remnants … naar toe gaan
- Elke soort heeft een bepaald doel
Lipiden: energiebron waar we het meeste reserve gaan hebben , geven meer acetyl
coA = heterogene groep!
Triglyceriden: opslagvorm => voorraadbron vr ATP productie vr volledige
metabolisme
Vetten gaan aan cel aangerijkt worden ovv lipoporteinen
Kijken nr overkoepelend stuk: hoe geraken ze in de cel?
vetten zijn hydrofoob: kunnen nt zomaar vanuit voeding opgenomen w =>
lipoproteinen nodig
Lipiden (vetzuren):
- Eenvoudige lipiden
- Lipiden waar verschillende moleculen ingekoppeld w om
bepaalde macromoleculen te vormen
Bouwstenen waaruit we energiehalen => vetzuren :
koolhydraten staart!!
Waarvoor gebruiken?
1. Vetzuren veresteren aan glycerolmolecule (uit
koolhydraatmetabolisme) : aanmaak glycerol is aftakking v
glycolyse => als glycolyse goed draait en voldoende ruimte
om dihydroxyglycerolfosfaat nr buiten te laten
alles goed verzadigd: krebcyclus draait goed => citraat
nr buiten doen => acetylcoA vrijstellen
acetyl coA = basis vetzuurstaart (2 C-moleulen => hoe
meer achter elkaar, hoe langer de staart
lichaam kan enkel C16 maken => bij vorming 3x C16
moleculen & omgezette glycerol vanuit
dihydroxyacetonfosfaat
=> met elkaar veresteren => vorming triglyceriden =>
verpakken in lipoproteinen => nr alle weefsels als
energiebron (bv spieren, vetweefsel …)
2. Lichaam kan ook fosfolipiden maken met vetzuren:
- voordeel: hebben polair & apolaire kant => zijn
onderdeel celmembraan
- => structureel belangrijk => cel intregiteit
Steroid behoren ook tot lipiden?
- steroiden
Koolstofstaart
volledig om te
vormen tot
steroid skelet
=> vanuit dit
belangrijke
hormonen
aanmaken bv mineralocorticoide, glucocorticoide, geslachtshormonen ….
,- Glycolipiden: deel koolhydraatmetabolisme gebruiken => koolhydraten koppelen
aan zuren => vorming glycolipiden
= cerebrosieden (suikermoleculen) => hebben neurologisch belangrijke fct
- Homolipiden: kunnen wij nt produceren, hebben langere vetzuurketen
Hoe transporteren?
Bij opname lipiden:
weinig toegankelijk vr
enzymatische activiteit
=> afbreken/ verwerken:
- Thv mond/ speeksel:
linguilale lipase: begin
afbraak
- Gastrische lipase
- Thv Duodenenum:
contact met galzouten
(uit cholesterol)
- Pancreatisch
lipase !!!: finaal
vetzuren afbreken tot
monovetzuren
=> opname via dunne
darm mogelijk
vb. mucovisidose
CFTR proteine : transporters in cel => in alle organen die secreties maken (bv thv
pancreas, longepitheel ..)
=> shuttelen chlorine molecule nr
buiten en nemen water met zich
mee => secreten zijn visceus
(vloeibaar) => uitgescheidde
enzymen toegankelijk
Bij mindere werking CFTR kanalen,
minder aantal kanalen of probleem
productie kanalen => organen
produceren visceuse secreten (want
kanalen die chloriden & water met
zich meetrekt: disfunctioneel of in
aantal minder) => moelijk te
verwijderen
Pancreas gaat enorm visceus
secreet maken, met lipase in, maar
lipase zit in capsule => kunnen er nt
goed uit
neonaat met muco: ondervoed :
want lipase kan nt zo actief zijn
thv lipiden om vetten, thv duodenum, op te nemen (lipiden nog in triglyceride) =>
vervette stoelgang & geen opname v vetoplosbare vitamininen/ lipiden
,oorzaak: alle secreten zijn visceus & alles wat er in zit is in fct oke maar geraakt nooit
tot aan bron waar ze actief moeten zijn
Oplossing: creon geven => voor gastrische lipase
=> hoe meer vetten ze eten hoe meer creon ze moeten nemen
Galzouten:
- Maak je zelf vanuit cholesterol
- Functionele groepen die polariteit
geven aan moleculen
- richten zich met apolaire kan nr
buitenwereld => grotere
druppels die oiv lipase
afgebroken w => kleinere
druppels => w gestabiliseerd
door galzouten
- darmperistaltiek draagt ook toe aan proces!
Hoe maken?
Vanuit cholestorol:
behouden steroid skelet
=> functionele groepen
opzetten => bevorderen
polariteit moleculen => in
staat om te linken met
apolaire vetten EN met
polaire omgeving!
Lipidesynthese
, Kleinere lipiden druppels w finaal gedregadreerd => tot partikels die je wel kan
openemen
Thv dunne darm: absorptie monoglyceriden (vrije vetzuren)
Transport in waterig milieu => opnieuw absorberen thv microvili=> terug vorming
triglyceriden & inpakkken in chilomicronen (bevatten enkel triglyceriden uit voeding)
=> chilomicronen w rond gestuurd in circulatie : via lymfevaten (chyle: vetrijk) naar
cappilair systeem waar ze w:
- Afgebroken: geven voedingsbestandsdelen vrij => bv. nr spieren : gebruiken
lipiden als energiebron
- Opgenomen dr vetweefsel => slaagt het op vr later
- Deel gaat terug nr lever (blauw): lever gebruikt bestanddelen chylomicronen +
eigen gemaakte vetzuren
o Na afgifte triglyceridel: remnant vorm (restantvorm lipoproteine) => gaan nr
lever
o Lever neemt remnants (nog cholesterolrijk) op via LDL receptoren
o Afbreken & iets doen met apolipoprot & cholesterol:
o pakt die in in nieuw lipoproteine : VLDL:
• bestaat uit triglyceriden die uit eigen metabolisme komen
• = Very Large Density Lipoproteine
o VLDL w vrijgesteld mbv apoproteinen => zullen zorgen voor vrijstelling OF
zorgen vr binden met LPL
o VLDL gaat nr circulatie : op moment dat weefsel nodig heeft => naar weefsels
brengen => afgifte triglyceriden aan spieren, vetweefsel
o Als VLDL leegehaald: rest = IDL (intermediate density lipoproteine)
o IDL gaat
Linken aan LDL-R => opgenomen dr lever
Gaan passeren & ander LPL tegenkomen => w omgevormd tot LDL (low density
lipoproteine) waarbij nog triglyceriden w uitgehaald
=> LDL gaat cholesterol afgeven aan weefsels die het nodig hebben (bv bijnier)
OF bij teveel aan cholesterol terug nr lever gaan via LDL-R
HDL:
- = high density lipoproteine
- Lipoproteine dat dr lever w aangemaakt
- te veel aan cholesterol oppikken & terugbrengen naar lever
- doen omgekeerde beweging: gaan rijk zijn aan cholesterol (komt v perfiere
weefsels) => w terug gebracht nr lever
Lipoproteine lipase (LPL): enzymen die chylomicronen afbreken, zitten in bloedbaan
(cappilair bed)
Apoproteine = apolipoproteine
- Herkenningspunten
- Eiwitstructuren die aan buitenkant staan
- Intrageren met plaatsen waar chylomicron moet aangrijpen
- Bepalen waar VLDL, LDL, remnants … naar toe gaan
- Elke soort heeft een bepaald doel