Deel I : Elementaire eenheden van de sociologie
Deze samenvatting is geschreven o.b.v. de cursus (Basisbeginselen Economische Sociologie) van Prof. Stefaan Adriaenssens
Hoofdstuk 4: Macht, gezag en hulpbronnen
1.1. Macht en gezag
~ Max Weber ontwikkelt een typologie over macht
~ Macht = het vermogen om anderen een bepaald (gewenst) gedrag te laten stellen
via dwang of geweld (uitzondering)
via machtsuitoefening (legitieme machtsuitoefening: de gedomineerde is akkoord)
° 3 types van gezag EX
1. Traditioneel gezag
= vorm van gezag vloeiend uit het idee dat het altijd zo geweest is, door ingewortelde
gewoontes of tradities (vb. ouderlijk gezag, koningschap, presidentschap,…)
Samenlevingen waar traditioneel gezag overheerst, neigen naar een economisch
traditionalisme
2. Charismatisch gezag
= gebaseerd op de overtuigingen van de volgelingen in de uitzonderlijke capaciteiten
van de leider (vb. Hitler, Mahathma Gandhi, Martin Luther King, Nelson Mandela)
Samenlevingen die onstabiel, onderhevig aan snelle verandering of in crisis zijn
produceren meer charismatische leiders
Charismatisch gezag kan heel veel, heel snel in beweging brengen, maar is tijdelijk
doordat het gebonden is aan één persoon (kan veranderen in een ander type na het
verdwijnen van de oorspronkelijke leider)
Charismatisch gezag staat onverschillig of zelfs vijandig tegenover systematisch
geldgewin (<-> kapitalisme)
3. Rationeel-legaal gezag
= gezag wordt toegewezen aan een persoon/institutie door wetten/regels (vb.
politieagent, het leger, manager in onderneming,…)
Dit soort gezag is primordiaal voor de doorbraak van het rationeel kapitalisme,
want het vergemakkelijkt de toewijzing van mensen aan bepaalde taken op basis van
bepaalde competenties
Noodzakelijke voorwaarde voor een doelgerichte organisatie van staten of
ondernemingen
Begint bij de vaststelling dat
de ongelijke verdeling over
beschikkingsmacht van een
Deze samenvatting is geschreven o.b.v. de cursus (Basisbeginselen Economische Sociologie) van Prof. Stefaan Adriaenssens
Hoofdstuk 4: Macht, gezag en hulpbronnen
1.1. Macht en gezag
~ Max Weber ontwikkelt een typologie over macht
~ Macht = het vermogen om anderen een bepaald (gewenst) gedrag te laten stellen
via dwang of geweld (uitzondering)
via machtsuitoefening (legitieme machtsuitoefening: de gedomineerde is akkoord)
° 3 types van gezag EX
1. Traditioneel gezag
= vorm van gezag vloeiend uit het idee dat het altijd zo geweest is, door ingewortelde
gewoontes of tradities (vb. ouderlijk gezag, koningschap, presidentschap,…)
Samenlevingen waar traditioneel gezag overheerst, neigen naar een economisch
traditionalisme
2. Charismatisch gezag
= gebaseerd op de overtuigingen van de volgelingen in de uitzonderlijke capaciteiten
van de leider (vb. Hitler, Mahathma Gandhi, Martin Luther King, Nelson Mandela)
Samenlevingen die onstabiel, onderhevig aan snelle verandering of in crisis zijn
produceren meer charismatische leiders
Charismatisch gezag kan heel veel, heel snel in beweging brengen, maar is tijdelijk
doordat het gebonden is aan één persoon (kan veranderen in een ander type na het
verdwijnen van de oorspronkelijke leider)
Charismatisch gezag staat onverschillig of zelfs vijandig tegenover systematisch
geldgewin (<-> kapitalisme)
3. Rationeel-legaal gezag
= gezag wordt toegewezen aan een persoon/institutie door wetten/regels (vb.
politieagent, het leger, manager in onderneming,…)
Dit soort gezag is primordiaal voor de doorbraak van het rationeel kapitalisme,
want het vergemakkelijkt de toewijzing van mensen aan bepaalde taken op basis van
bepaalde competenties
Noodzakelijke voorwaarde voor een doelgerichte organisatie van staten of
ondernemingen
Begint bij de vaststelling dat
de ongelijke verdeling over
beschikkingsmacht van een