H6 Aardrijkskunde laten leven
6.1 Inleiding
Voor leerlingen zijn begrippen, geografische patronen en processen vaak
abracadabra. Het is de taak van de docent en de methode om die voorstelbaar
te maken, zodat leerlingen snappen wat ermee wordt bedoeld.
6.2 Casus
-
6.3 Het gebruik van bronnen
6.3.1 De functie van bronnen
Concretiseren gebeurt door het gebruiken van bronnen; alle informatiebronnen
die in een leerproces een brugfunctie vervullen tussen de (geografische)
werkelijkheid en de leerling.
We onderscheiden:
- Bronnen met een kijkkarakter (foto’s en film)
- Bronnen met een handelingskarakter (rollenspel en experimenteren)
- Bronnen met een symboolkarakter (modellen en diagrammen)
Wanneer zet je bronnen
in?
Om de aandacht te
richten, te motiveren,
als onderdeel van de
uitleg, te oefenen, bij
een toepassings-
opdracht, evaluatie,
toets of controle.
Wat is het doel van een bron?
1. Het denkproces activeren
2. Moeilijk voorstelbare begrippen zichtbaar maken
3. Processen inzichtelijk maken
4. Correcte beeldvorming bewerkstelligen
1
Handboek Vakdidactiek Aardrijkskunde Wigcher Verstraete
H6 Aardrijkskunde laten leven
, 6.3.2 Soorten beelden in bronnen
Drie soorten beelden;
1. Een natuurgetrouw beeld dat de werkelijkheid laat zien zoals die is
2. Een structuurgetrouw beeld dat een vereenvoudigd beeld van de
werkelijkheid laat zien, de structuur is zichtbaar
3. Een analoog beeld, bijvoorbeeld een diagram of grafiek, waarbij
bepaalde aspecten van de werkelijkheid door een analogie getoond
worden.
6.3.3 Stappen voor het analyseren van bronnen
Bronnen moeten altijd worden voorzien van opdrachten om ervoor te zorgen
dat hogere cognitieve vaardigheden worden bereikt. Opdrachten opbouwen
volgens een stappenplan.
NHL gaat uit van geografische vierslag;
1. Waarnemen/beschrijven: wat zie ik? Waar zie ik het? Hoe ziet het eruit?
2. Herkennen: heb ik dat ergens anders meer gezien?
3. Verklaren: hoe komt dat? Waarom daar? Waarom niet ergens anders?
4. Waarderen: wat vind ik ervan? Wat vinden anderen ervan? Kan het ook
anders?
Het boek gaat uit van 5 stappen, waarbij 1 en 2 samen het waarnemen vormen:
2
Handboek Vakdidactiek Aardrijkskunde Wigcher Verstraete
H6 Aardrijkskunde laten leven
6.1 Inleiding
Voor leerlingen zijn begrippen, geografische patronen en processen vaak
abracadabra. Het is de taak van de docent en de methode om die voorstelbaar
te maken, zodat leerlingen snappen wat ermee wordt bedoeld.
6.2 Casus
-
6.3 Het gebruik van bronnen
6.3.1 De functie van bronnen
Concretiseren gebeurt door het gebruiken van bronnen; alle informatiebronnen
die in een leerproces een brugfunctie vervullen tussen de (geografische)
werkelijkheid en de leerling.
We onderscheiden:
- Bronnen met een kijkkarakter (foto’s en film)
- Bronnen met een handelingskarakter (rollenspel en experimenteren)
- Bronnen met een symboolkarakter (modellen en diagrammen)
Wanneer zet je bronnen
in?
Om de aandacht te
richten, te motiveren,
als onderdeel van de
uitleg, te oefenen, bij
een toepassings-
opdracht, evaluatie,
toets of controle.
Wat is het doel van een bron?
1. Het denkproces activeren
2. Moeilijk voorstelbare begrippen zichtbaar maken
3. Processen inzichtelijk maken
4. Correcte beeldvorming bewerkstelligen
1
Handboek Vakdidactiek Aardrijkskunde Wigcher Verstraete
H6 Aardrijkskunde laten leven
, 6.3.2 Soorten beelden in bronnen
Drie soorten beelden;
1. Een natuurgetrouw beeld dat de werkelijkheid laat zien zoals die is
2. Een structuurgetrouw beeld dat een vereenvoudigd beeld van de
werkelijkheid laat zien, de structuur is zichtbaar
3. Een analoog beeld, bijvoorbeeld een diagram of grafiek, waarbij
bepaalde aspecten van de werkelijkheid door een analogie getoond
worden.
6.3.3 Stappen voor het analyseren van bronnen
Bronnen moeten altijd worden voorzien van opdrachten om ervoor te zorgen
dat hogere cognitieve vaardigheden worden bereikt. Opdrachten opbouwen
volgens een stappenplan.
NHL gaat uit van geografische vierslag;
1. Waarnemen/beschrijven: wat zie ik? Waar zie ik het? Hoe ziet het eruit?
2. Herkennen: heb ik dat ergens anders meer gezien?
3. Verklaren: hoe komt dat? Waarom daar? Waarom niet ergens anders?
4. Waarderen: wat vind ik ervan? Wat vinden anderen ervan? Kan het ook
anders?
Het boek gaat uit van 5 stappen, waarbij 1 en 2 samen het waarnemen vormen:
2
Handboek Vakdidactiek Aardrijkskunde Wigcher Verstraete
H6 Aardrijkskunde laten leven