Student informatie N. Peroneuslaesie
Naam: Dhr. T., 17 jr.
Diagnose: Laesie n. peroneus na sportongeval, verwijzing door neuroloog
N.Peroneus
Na afsplitsing van diverse spiertakken van zijn fibularisgedeelte (naar het caput breve van de m.biceps
femoris) splitst de n.ischiadicus zich gewoonlijk direct boven de fossa poplitea in de n.tibialis en de
n.fibularis (ook wel n.peroneus) communis. De n.fibularis communis volgt daarna de mediale rand van
de m.biceps femoris tot het caput fibulae (gevaar van blessures) Direct na intrede in de m.fibularis
longus splitst de nfibularis communis zich in twee eindtakken: de n.fibularis profundus en de
n.fibularis superficialis. De n.fibularis profundus treeddt door het septum intermusculare cruris
anterius in de extensorenloge. Na innervatie van de m.tibialis anterior en m.extensor digitorum longus
en m.extensor hallucis longus loopt de n.fibularis profundus in een groef tussen de m.tibialis anterior
en m.extensor hallucis longus samen met de vasa tibialia anteriora op de membrana interossea cruris
naar de voetrug. Blessures of compressie van de n.fibularis communis kunnen aan de hand van de
hieruit resulterende verkeerde stand van de voet of gangstoornis grofweg worden gelokaliseerd.
Wordt de zenuw voor splitsing in de twee eindtakken beschadigd, dus bijvoorbeeld ter hoogte van
het collum fibulae (zeer kwetsbaar verloop van de zenuw op deze plaats), dan leidt dit tot
verlamming of zwakte van de extensoren en pronatoren. Dit uit zich in de vorm van de
zogenaamde pes equinovarus (= spits- / klompvoetstand).
Wordt de zenuw na splitsing in de twee eindtakken beschadigd, dan wordt er onderscheid gemaakt
tussen een geïsoleerde verlemming of zwakte van de extensoren OF de pronatoren, al naar gelang
de n.fibularis profundus (dus de extensoren) of de n.fibularis superficialis (dus de pronatoren) is
geraakt. Dienovereenkomstig is het gevolg een pes equinus ( = spitsvoet / voetheffersparese) of
een pronatiezwakte. In de regel is bij geïsoleerde laesies van de n.fibularis superficialis alleen de
sensibele eindtak aangetast, dat wil zeggen er is pijn aan het distale onderbeen en aan de voetrug.
Tot gangstoornissen komt het dus alleen bij een geïsoleerde laesie van de n.fibularis profundus
(bijvoorbeeld bij het compartimentsyndroom na bloedingen in de extensorenloge), die tot een
spitsvoet en de daaruit resulterende gangstoornissen (hanentred) leidt. Om de punt van de voet in
de zwaaibeenfase niet over de grond te laten slepen, is een versterkte buiging in het heup- en
kniegewricht noodzakelijk.
Spieren die geïnnerveerd worden door de n. peroneus superficialis:
Mm. fibulares longus en brevis.
Spieren die geïnnerveerd worden door de n. peroneus profundus:
M. tibialis anterior;
Mm. extensores digitorum longus en brevis;
Mm. extensores hallucis longus en brevis.
,Letsel van de n.peroneus
De n.peroneus loopt vrij oppervlakkig in de knieholte. Deze perifere zenuw is verantwoordelijk voor
de aansturing van de spieren van enkel, voet en tenen. De n.peroneus wordt ook wel n.fibularis
genoemd en is de zenuw die het vaakst door een verwonding of beschadiging wordt getroffen. De
n.peroneus wordt vaak aangetast door ganglia, met vocht gevulde blaasvormige structuren die onder
de huid ontstaan. Daarnaast kan de zenuw door een verlamming worden getroffen, bijvoorbeeld door
langdurig met de benen over elkaar te zitten.
De n.peroneus raakt meestal beschadigd als gevolg van een breuk of ontwrichting rond de knie, druk
uitgeoefend door een gipsverband of spalk en een operatie in de buurt van de knie. Aangezien deze
zenuw dicht onder de huid ligt, kan al beschadiging optreden door lichte druk, zoals bij hurken, zitten
met gekruiste benen of lange tijd op een hard oppervlak liggen.
Het gevolg van het niet goed functioneren van de n.peroneus is een klapvoet. Deze ontstaat doordat de
voetspieren verzwakt of verlamd zijn waardoor de voet niet meer bij de enkel gebogen kan worden en
de tenen naar beneden wijzen en over de grond slepen tijdens het lopen. Ook is de voet meestal naar
binnen gedraaid. Daarnaast is er vaak een branderige pijn aan de zijkant van het been en de enkel en
gevoelloosheid van de voet. Het aangedane gebied kan gezwollen zijn en de huid kan blauw of paars
verkleurd zijn. De aandoening komt vaak voor bij magere, bedlegerige mensen en bij mensen in een
rolstoel.
Letsel van de n.peroneus communis leidt tot een naar binnen gedraaide voet waarbij het onmogelijk is
de enkel zo te buigen dat de voet omhoog wijst en de tenen te strekken. Dit gaat gepaard met verlies
van gevoelswaarneming aan de buitenkant van het hele been en aan de voorkant in het midden van het
been. De huid van de wreef en de bovenkant van de tenen (behalve van de grote teen) is tevens
gevoelloos.
De diagnose wordt gesteld op basis van de verschijnselen en een lichamelijk onderzoek. Aanvullende
onderzoeken, zoals elektromyografie, zenuwgeleidingsonderzoeken en MRI-scans, kunnen de
diagnose bevestigen.
De behandeling is afhankelijk van de onderliggende oorzaak. Als ganglia de oorzaak zijn, kan een
operatieve verwijdering mogelijk verlichting van de verschijnselen geven. De behandeling van een
verlamming omvat vaak fysiotherapie en het gebruik van hulpmiddelen zoals een voetbeugel, om
ervoor te zorgen dat de patiënt de voet weer normaal kan neerzetten en minder beperkt wordt in zijn
dagelijkse activiteiten.
Zenuwletsel: neuropraxie
Neuropraxie ontstaat door drukvermeerdering. Hierdoor ontstaat een verstoring van de circulatie, die
geen structurele schade aanricht.
Anoxie oedeem lokale metabole geleidingsstoornis.
Wordt de druk nog wat hoger, dan ontstaat er demyelinisatie van de cellen van Schwann
demyelinisatie-blokkade. Eén en ander is reversibel.
Zenuwletsel: axonotmesis
Axonotmesis ontstaat wanneer door drukvermeerdering beschadiging van zenuwvezels ontstaat.
Herstel is goed wanneer de cellen van Schwann en het bindweefsel niet beschadigd zijn. De route voor
groeirichting bestaat namelijk nog.
Zenuwletsel: neurotmesis
Neurotmesis is gelijk aan axonotmesis, maar dan met beschadiging van de cellen van Schwann en het
bindweefsel. Neurotmesis heeft een slechte prognose met onvolledig herstel, als er al herstel
plaatsvindt.
, Zenuwweefsel en cellen van Schwann
Zenuwweefsel groeit met ongeveer 1mm per dag. De cellen van Schwann zijn gliacellen
(tegenovergestelde van zenuwcellen) die geassocieerd zijn met de axon van sommige zenuwcellen.
Elke cel vormt 1 segment van een myelineschede, en tussen elk segment vindt men de knopen van
Ranvier. De cellen van Schwann hebben als functie om de impulsgeleiding in het axon te versnellen.
PNF patronen
1. De gemaakte beweging is het patroon;
2. De gemaakte beweging is driedimensionaal;
3. De gemaakte beweging bestaat uit:
flexie of extensie, met
adductie of abductie en
endorotatie of exorotatie.
Proprioceptieve (intern verkregen informatie over houding en beweging van het lichaam)
Neuromusculaire (betrekking op spieren en zenuwen)
Fascilitatie (vergemakkelijken).
Het is een behandelmethode om de basisprincipes van de motoriek van de patiënt te verbeteren.
Het doel van PNF is:
- Bewegingsmogelijkheid vergroten;
- Stabiliteit verbeteren;
- Gecoördineerde bewegingen verbeteren;
- Uithoudingsvermogen vergroten.