XXVII
Hoorcollege 10 & 11: Translatie
Van RNA naar eiwit; met genetische code, wordt gebruikt in alle (bekende) dierensoorten.
Stopcodons:
UAA: You are away
UAG: You are gone
UGA: You go away
Een triplet of codon bevat drie opvolgende nucleotiden.
Het aflezen start bij het startcodon: ATG/AUG
De initiatie AUG start een leesraam
• Open leesraam
• Open reading frame = ORF (Het gedeelte dat vertaald wordt)
o Nucleotidensequentie tussen AUG en het stopcodon
• Voor de initiatie AUG is er geen leesraam.
• Lezen van 5’ naar 3’
tRNA (Transfer RNA)
• tRNA draagt aminozuren aan de 3’ kant
• Anticodon (loops) zijn complementair aan het codon waarvoor het aminozuur bestemd is.
• Interne baseparing binnen tRNA zorgt voor ‘loops’
• Alle tRNAs bevatten ongeveer 75 nucleotiden
• Nucleotiden bij anti-codon, aminozuur aan 3’ kant
Aminoacyl-tRNAsynthase: Koppelt aminozuur aan het tRNA.
• Bij dit koppelen wordt ATP omgezet in AMP + 2 Pi
• Er ontstaat een ‘high-energy’ bond tussen het aminozuur en het tRNA
• Als er een aminozuur gekoppeld is aan tRNA = Charged tRNA
Dus: De twee adaptors van RNA naar eiwit zijn:
• tRNA
• (aminoacyl tRNA-) synthetase
Ribosomen
• In Eukaryoten wordt het RNA getransporteerd naar de ribosomen in het celplasma.
• Vrije ribosomen
• ER-gebonden ribosomen
• Ribosoom is een ribozyme
• 80S: Complete Ribosoom -> 82 ribosomale eiwitten + 4 rRNA moleculen
o 60S: Large subunit -> 49 ribosomale eiwitten + 3 rRNA moleculen
o 40S: Small subunit -> 33 ribosomale eiwitten + 1 rRNA molecuul
▪ Polymeriseren
▪ Aminozuren tot reeksen aminozuren -> eiwitten
▪ Van N-terminus (NH~2 groep) naar C-terminus (carboxyzuur)
▪ Doormiddel van de vorming van een peptideband
• Alanine: R=-CH1
• Ribosoom heeft één bindingsplaats voor mRNA en drie voor tRNA
o Amino acyl = Koppelt aminozuur
o Peptidyl = Koppelt aminozuur met hiervoor gekoppelde aminozuur
o Exit = tRNA verlaat het ribosoom
Biomedische wetenschappen – Cellen
Hoorcollege 10 & 11: Translatie
Van RNA naar eiwit; met genetische code, wordt gebruikt in alle (bekende) dierensoorten.
Stopcodons:
UAA: You are away
UAG: You are gone
UGA: You go away
Een triplet of codon bevat drie opvolgende nucleotiden.
Het aflezen start bij het startcodon: ATG/AUG
De initiatie AUG start een leesraam
• Open leesraam
• Open reading frame = ORF (Het gedeelte dat vertaald wordt)
o Nucleotidensequentie tussen AUG en het stopcodon
• Voor de initiatie AUG is er geen leesraam.
• Lezen van 5’ naar 3’
tRNA (Transfer RNA)
• tRNA draagt aminozuren aan de 3’ kant
• Anticodon (loops) zijn complementair aan het codon waarvoor het aminozuur bestemd is.
• Interne baseparing binnen tRNA zorgt voor ‘loops’
• Alle tRNAs bevatten ongeveer 75 nucleotiden
• Nucleotiden bij anti-codon, aminozuur aan 3’ kant
Aminoacyl-tRNAsynthase: Koppelt aminozuur aan het tRNA.
• Bij dit koppelen wordt ATP omgezet in AMP + 2 Pi
• Er ontstaat een ‘high-energy’ bond tussen het aminozuur en het tRNA
• Als er een aminozuur gekoppeld is aan tRNA = Charged tRNA
Dus: De twee adaptors van RNA naar eiwit zijn:
• tRNA
• (aminoacyl tRNA-) synthetase
Ribosomen
• In Eukaryoten wordt het RNA getransporteerd naar de ribosomen in het celplasma.
• Vrije ribosomen
• ER-gebonden ribosomen
• Ribosoom is een ribozyme
• 80S: Complete Ribosoom -> 82 ribosomale eiwitten + 4 rRNA moleculen
o 60S: Large subunit -> 49 ribosomale eiwitten + 3 rRNA moleculen
o 40S: Small subunit -> 33 ribosomale eiwitten + 1 rRNA molecuul
▪ Polymeriseren
▪ Aminozuren tot reeksen aminozuren -> eiwitten
▪ Van N-terminus (NH~2 groep) naar C-terminus (carboxyzuur)
▪ Doormiddel van de vorming van een peptideband
• Alanine: R=-CH1
• Ribosoom heeft één bindingsplaats voor mRNA en drie voor tRNA
o Amino acyl = Koppelt aminozuur
o Peptidyl = Koppelt aminozuur met hiervoor gekoppelde aminozuur
o Exit = tRNA verlaat het ribosoom
Biomedische wetenschappen – Cellen