1. De basisprincipes te kunnen verwoorden van bezinken en centrifugeren en eenvoudige
opgaven met de bijbehorende formules te kunnen oplossen
Bezinken:
o Het onder invloed van zwaartekracht laten dalen van vaste of vloeistofdeeltjes in een vloeistof of
gas
o Als de dichtheid van de deeltjes groter is dan de dichtheid van de vloeistof / gas bezinken ze.
o De bezinksnelheid wordt beïnvloed door:
- Verschil in dichtheid (p)
- Grootte van het deeltje (d)
- Viscositeit van de stof (n)
- Vorm van het deeltje
Centrifugeren:
o Het onder invloed van een centrifugale versnelling laten bezinken van vaste deeltjes of
vloeistofdruppels in een vloeistoffase
o Door een groter zwaartekrachtveld is er een groter verschil in dichtheid, hierdoor is er snellere
scheiding.
, o De g verandert in versnelling (a)
o Soorten centrifuges
- Trommelcentrifuge
- Schotelcentrifuge
- Decanter
- Cycloon
2. De basisprincipes van membraanprocessen kunnen uitleggen en membraanprocessen in
een processchema kunnen weergeven
TMP = Trans Membrane Pressure: Drukverschil delta P tussen beide zeiden van het membraan
A = schoonwaterpermeabilliteitsconstante = doorlaatbaarheid van membraan voor schoon water in
kg
MTC = Mass Transfer Coefficient = doorlaatbaarheid van membraan voor schoon water m3
OSMOSE
Alléén water kan door het membraan van hoge naar lage concentratie
Bijvoorbeeld om water te verwijderen, concentreren
DIALYSE
Water en kleine opgeloste moleculen (zouten, suikers, aminozuren & aromastoffen) gaan van hoge
naar lage concentratie
Voor het selectief verwijderen van bepaalde stoffen
RO
Omgekeerde osmose / hyperfiltratie
Alléén water kan door het membraan
Bijvoorbeeld voor concentreren of zuiveren
TMP: 10 à 100 bar
A: 1 kg/(m2.h.bar)
MTC: 0,3*10-8 m3/(m2.s.kPa)
NF
Nanofiltratie
Water en kleine eenwaardige zoutionen gaan door het membraan; méérwaardige zoutionen en alle
andere opgeloste stoffen worden tegengehouden.
Bijvoorbeeld om te ontzouten en concentreren
TMP: 5 à 30 bar