Leerdoelen voor de formatieve toets Hoofdstuk 2
Paragraaf 2.1 Elektrische energie produceren
Je kunt het principe van een dynamo uitleggen aan de hand van inductie.
Een dynamo zet bewegingsenergie om in elektrische energie. Als je het magnetisch veld in de spoel
veranderd, ontstaat er een spanning tussen de uiteinden van de spoel. Dat verschijnsel heet inductie.
Bv
Wanneer je in een spoel een magneet schuift, dan slaat de spanningsmeter naar rechts uit.
Wanneer je de magneet uit de spoel haalt, dan slaat de spanningsmeter naar links uit
Beweeg je de magneet niet, dan staat de spanningsmeter op 0
De beweging van de magneet veroorzaakt dus een spanning over de spoel
(Een spoel = een gewikkeld stuk metaaldraad)
Je kunt berekeningen maken met het verband tussen vermogen, spanning en stroomsterkte.
Vermogen = de hoeveelheid geleverde energie per seconde
Het vermogen hangt af van de geleverde spanning (U) en de stroom (I)
Formule: P = U * I
Als je de spanning U invult in volt (V) en de stroom I in ampère (A), vindt je het vermogen P in watt
(W)
Je kunt de elektrische energie berekenen die in een bepaalde tijd is omgezet.
Je kunt het energiegebruik berekenen door het vermogen te vermenigvuldigen met de tijd.
Formule: E = P * t
Als je het vermogen P invult in W en de tijd t is s, vind je het energiegebruik E in joule (J)
Je kunt de eenheden joule en kilowattuur naar elkaar omrekenen.
Je kunt de formule E = P * t op twee manieren invullen:
- Het vermogen P in W en de tijd t in s > dan vind je energiegebruik E in J
- Het vermogen P in kW en de tijd t in h > dan vind je het energiegebruik E in kWh
(kWh = kilowattuur)
1 kWh = 3,6 MJ
Paragraaf 2.1 Elektrische energie produceren
Je kunt het principe van een dynamo uitleggen aan de hand van inductie.
Een dynamo zet bewegingsenergie om in elektrische energie. Als je het magnetisch veld in de spoel
veranderd, ontstaat er een spanning tussen de uiteinden van de spoel. Dat verschijnsel heet inductie.
Bv
Wanneer je in een spoel een magneet schuift, dan slaat de spanningsmeter naar rechts uit.
Wanneer je de magneet uit de spoel haalt, dan slaat de spanningsmeter naar links uit
Beweeg je de magneet niet, dan staat de spanningsmeter op 0
De beweging van de magneet veroorzaakt dus een spanning over de spoel
(Een spoel = een gewikkeld stuk metaaldraad)
Je kunt berekeningen maken met het verband tussen vermogen, spanning en stroomsterkte.
Vermogen = de hoeveelheid geleverde energie per seconde
Het vermogen hangt af van de geleverde spanning (U) en de stroom (I)
Formule: P = U * I
Als je de spanning U invult in volt (V) en de stroom I in ampère (A), vindt je het vermogen P in watt
(W)
Je kunt de elektrische energie berekenen die in een bepaalde tijd is omgezet.
Je kunt het energiegebruik berekenen door het vermogen te vermenigvuldigen met de tijd.
Formule: E = P * t
Als je het vermogen P invult in W en de tijd t is s, vind je het energiegebruik E in joule (J)
Je kunt de eenheden joule en kilowattuur naar elkaar omrekenen.
Je kunt de formule E = P * t op twee manieren invullen:
- Het vermogen P in W en de tijd t in s > dan vind je energiegebruik E in J
- Het vermogen P in kW en de tijd t in h > dan vind je het energiegebruik E in kWh
(kWh = kilowattuur)
1 kWh = 3,6 MJ