Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Motorisch leren

Rating
-
Sold
-
Pages
7
Uploaded on
25-10-2023
Written in
2016/2017

Uitgebreid overzicht van het motorisch leren. Met de soorten kennisopbouw, soorten van aandacht, manieren van aanbieden en de verzorging van de terugkoppeling.

Institution
Course

Content preview

Fysiologie motoriek Engelse termen

Motorisch leren: een proces dat leidt tot relatief
duurzame veranderingen in het gedragspotentiaal
als gevolg van specifieke ervaringen met de
omgeving.


1. soort van kennisopbouw
 expliciet/impliciet leren (foutloos, analogie,
differentieel)
expliciet -> met kennis verwerven over de
optimale uitvoering. (doet groot beroep op
cognitieve functies gelieerd aan
werkgeheugen, taal.
Impliciet -> leren door te doen, zonder
bewust te worden hoe het moet. (patienten
met beperkingen in taal en werkgeheugen zijn gebaat bij impliciet leren. Het is meer
duurzaam en langer houdbaar.

Impliciet leren: structured play ( je gaat met allerlei vormen kijken hoe je een bepaalde beweging kan
verbeteren, op een speelse manier en veel variatie), externe focus instructie en feedback, maak het
uitdagend, analogien/randomized and varied, practice/differential learning, imitation learning
(voordoen), dual task condition (dubbeltaak training), foutloos leren, effectief leren door taak en
omgeving te manipuleren.
Expliciet leren: instructie, feedback (evalueren van de oefening), zelf ontdekkend leren,
probleemoplossend leren, dialogisch werken (vragen stellen), trial & error learning.

 constant/varied practise

constant: een volgorde van oefenen waarbij de persoon 1 variatie van een vaardigheid
oefent tijdens een behandeling (het oefenen van lopen over en linoleum vloer van positie A
naar B of het werpen van een basketbal met een set shot vanuit 1 afstand in basket.

varied: een volgorde van oefenen waarbij de persoon een aantal variaties oefent van 1
vaaridigheid tijdens een sessie. (oefenen van bovenhandse strekworp met verschillende
ballen over verschillende afstanden en doelgroottes of lopen op verschillende ondergronden,
met verschillende schoenen, met en zonder last, met verschillende snelheden.

2. soort van aandacht, dus waar richt je je op?
 interne/externe focus

Interne focus van aandacht:
- aandacht gericht op de uitvoering van de
beweging zelf of op onderliggende processen
- verstoord automatische sturing van de
beweging.
- maakt bewegingen o.h.a trager, minder
vloeiend en minder effectief.
- interne focus gericht op mechanische en neurale
processen , bv verdeling gewicht op beide voeten.

, Externe focus van aandacht:
- aandacht gericht op het effect op de beweging in de omgeving
- bevordert automatische karakter van beweging.
- maakt beweging o.h.a sneller, vloeiender en effectiever.


- beter dan interne focus
- in opzettelijke taken verbeterd de posturale controle ook
- de taken moeten uitdagend zijn
- de instructie moet kort zijn

Balanshandhaving; op kantelplank aandacht richten op verdeling gewicht voeten (intern) of
op markeren (extern)
Miktaak; aandacht gericht op pols bij basketbal (intern) of op ring van basket (extern)
Springen; aandacht richten op toppen van vingers (intern) of op het apparaat dat aangetikt
moet worden (extern)
Isometrische krachttaak; interne breng hand naar schouder, externe breng halter naar
schouder.
Cyclische taak bij zwemmen; sla je armen terug (intern) of duw het water weg (extern)

 small/broad

small: aandacht op 1 ding
broad: aandacht op meer dingen/omgeving

3. manier van aanbieden
 blocked/serieel/random
Het contextuele
interferentie effect
(CI-effect)
CI effect ontstaat
door taken binnen
een oefensessie
sterk af te wisselen
- blocked practise
(laag IC)
- serieel practise
(middel IC)
- random practise
(hoog IC)


Random practice vooral prefrontale schors (plannen), m.n. toe te passen bij gevorderden.
Blocked practice vooral primaire motorische schors (uitvoering van beweging), m.n. toe te
passen bij beginnelingen.
Random practice doet beter op retentie- en transfertest.
CI effect; interferentie zijn de verstoringen/afwisselingen die bij mn random practice worden
aangebracht, dit geeft i.e.i. vaak een minder goed resultaat op de uitvoering echter de
hersenen worden meer uitgedaagd om oplossingen te verzinnen waardoor het beter beklijft
(retentie). Oorzaak van CI effect is nog onbekend mogelijk dat dit komt doordat telkens een
nieuw actieplan moet worden opgesteld bij random practise (prefrontaal).

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 25, 2023
Number of pages
7
Written in
2016/2017
Type
SUMMARY

Subjects

$7.53
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
daniquevanderzanden60

Get to know the seller

Seller avatar
daniquevanderzanden60 Fontys Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
2 year
Number of followers
2
Documents
12
Last sold
2 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions