William Phillips liet zien dat er tussen werkeloosheid en inflatie een negatief verband bestaat. Een
hoge werkeloosheid gaat gepaard met een lagere inflatie. Dit negatieve verband noem je de
Phillipscurve. Miltoen Friedman heeft aangetoond dat het negatieve verband alleen op de korte
termijn geldt. De oorspronkelijke Phillipscurve noemen we daarom de Phillips Curve op de Korte
Termijn(PCKT):
Inflatie (%) Totdat in het midden van de jaren ’70 de oliecrisis uitbrak, werd
deze oorspronkelijke Phillipscurve gebruikt bij het economisch
beleid. Het leek mogelijk inflatie en werkeloosheid tegen elkaar uit
te ruilen. Door het juiste begrotings- en monetair beleid te voeren
kon een recessie worden tegengegaan door een hogere inflatie te
accepteren. Het verband uit de Phillipscurve zie je ook terug in het
0%
Werkeloosheid . geaggregeerde-vraag-en-aanbodmodel, namelijk in de GA-KT lijn.
(%)
Deze schetst een positieve samenhang
Tussen het prijspeil en het reële bbp. Deze toename van het bbp veroorzaakt een grotere vraag naar
arbeid en daarmee een afname van de werkeloosheid. De Phillipscurve is een spiegelbeeld van de
GA-KT. Bij beid curves gaat een hoger prijspeil samen met een lagere werkeloosheid.
Inflatie (%) GA-KT
Algemeen prijspeil
4
104
2 100
0%
3 5 Werkeloosheid .
(%)
9,5 9,7 Reëel bbp (x100 miljard)
Voorbeeld: Veronderstel dat de arbeidsproductiviteit in deze economie 100.000,- bedraagt.
Laat zien dat de beroepsbevolking 10 miljoen arbeidsjaren is:
Bij een inflatie van 2% is het prijspeil 100 en het bbp 950 miljard. De werkgelegenheid is
950 miljard/100.000= 9,5 miljoen
Bereken met hoeveel arbeidsjaren de werkeloosheid afneemt als de inflatie stijgt van 2% naar 4%:
Toename bbp/arbeidsproductiviteit = 20 miljard/100.000 = 200.000 arbeidsjaren
GV’ GA-LT GA-KT
Inflatie (%) Algemeen prijspeil
GV
B B
4
104
A A
2 100
0%
3 5 Werkeloosheid .
(%)
9,5 9,7 Reëel bbp (x100 miljard)
Met de figuren hierboven gaan we na wat de gevolgen zijn van een positieve vraagschok. De GV-lijn
schuift evenwijdig omhoog GV’. Het korte termijn evenwicht tussen de GV en GA verschuift van A
naar B.
De Phillipscurve is een gespiegelde GA-KT. Als de GA-KT verschuift, verschuift ook de Phillipscurve. In
het geaggregeerde model zagen we de GA-KT verschuiven als er een aanbodschok optreedt.