Technologie en recht
1 Computer- en internettechnologieën ................................................................................................... 3
1.1 Computersystemen en software ................................................................................................... 3
1.1.1 Computersystemen ............................................................................................................... 3
1.1.2 Algoritmes.............................................................................................................................. 5
1.1.3 Software ................................................................................................................................. 6
1.2 Internet en cloud ........................................................................................................................... 7
1.2.1 Computernetwerken en internet ......................................................................................... 7
1.2.2 Cloudcomputing .................................................................................................................. 12
1.2.3 Het internet der dingen ...................................................................................................... 13
2 Autonome en intelligente systemen ................................................................................................... 15
2.1 Big data, machine learning en artificiële intelligentie ................................................................ 15
2.1.1 Concepten en definities ...................................................................................................... 15
2.1.2 Maatschappelijke uitdagingen ............................................................................................ 18
2.1.3 Recente beleidsontwikkelingen .......................................................................................... 19
2.2 Slimme algoritmes in tekst- en beeldanalyse ............................................................................. 21
2.2.1 Neurale netwerken .............................................................................................................. 21
2.2.2 Beeldanalyse ........................................................................................................................ 23
2.2.3 Tekstanalyse ......................................................................................................................... 26
2.3 Slimme algoritmes in de rechtspraktijk ...................................................................................... 29
2.3.1 Legal tech ............................................................................................................................. 29
2.3.2 AI in de rechtspraak............................................................................................................. 30
2.4 Regulering van artificiële intelligentie ........................................................................................ 32
2.4.1 Overzicht regulering van AI ................................................................................................. 32
2.4.2 Gevalstudie: buitencontractuele aansprakelijkheid .......................................................... 34
3 Privacy- en beveiligingstechnologieën ................................................................................................ 36
3.1 Online privacy .............................................................................................................................. 36
3.1.1 Begrippen en definities ....................................................................................................... 36
3.1.2 Uitdagingen voor online privacy ......................................................................................... 37
3.1.3 Anonimiseren van databanken en differentiële privacy .................................................... 39
3.2 Beveiligingstechnologieën ........................................................................................................... 41
3.2.1 Inleiding tot cybersecurity .................................................................................................. 41
3.2.2 Basisiconcepten van computerbeveiliging ......................................................................... 42
4 Blockchaintechnologie (BCT) ............................................................................................................... 44
4.1 Basisconcepten van BCT .............................................................................................................. 44
1
, 4.1.1 BCT: what’s in a name? ....................................................................................................... 44
4.1.2 Bouwstenen van de BCT...................................................................................................... 45
4.1.3 Blockchain focus: Bitcoin en Ethereum .............................................................................. 47
4.2 Juridische toepassingen van BCT en smart contracts ................................................................ 48
4.2.1 Blockchain en AVG ............................................................................................................... 48
4.2.2 Blockchain focus: smart contracts ...................................................................................... 50
5 Disruptieve nieuwe technologie.......................................................................................................... 52
5.1 Impact van biotechnologie .......................................................................................................... 52
5.1.1 Wetenschappelijke basis van biotechnologie .................................................................... 52
5.1.2 Wetgeving rond biotechnologie ......................................................................................... 54
5.2 Convergentie van nano/bio/ICT-technologie en de bijhorende regelgeving ............................ 55
5.2.1 Convergentie van nano/bio/ICT-technologie ..................................................................... 55
5.2.2 De regelgeving bij nieuwe technologieën .......................................................................... 60
2
,1 Computer- en internettechnologieën
1.1 Computersystemen en software
Voorbeeldvragen: p. 17
1.1.1 Computersystemen
• De digitale revolutie = digitale transformatie
o Vooruitgang in ICT (= information and communication technology) veroorzaakt digitale
transformatie in onze samenleving
o Impact op onze manier van leven, wonen en werken
▪ Digitaal verwerken van data en documenten (bv doktersattesten)
▪ Digitaliseren van de processen in bedrijven en organisaties (bv elektronisch
betalen)
▪ Digitalisering van de samenleving zelf = “digitaliteit” (Nicolas Negroponte – MIT;
met verwijzing naar de ‘moderniteit’)
o Impact is:
▪ Sociaaleconomisch
▪ Mentaal-cultureel
• Computers en hun geschiedenis
o Computers zijn via netwerk verbonden
o Computers zijn (programmeerbare) machines om berekeningen te maken
o In het begin niet zo handig => groot en verbruikten veel vermogen
▪ Oplossing: CMOS-halfgeleidertechnologie en geïntegreerde schakeling (= chip)
▪ Schaalverkleining transistoren
o Bedrijven
▪ IBM (1911)
▪ Intel (1968)
▪ Microsoft (1975)
▪ Apple (1977)
▪ Adobe (1982)
▪ Dell (1984)
o Producten
▪ Windows (1985)
▪ Amazon (1994)
▪ Google (1998)
▪ Wikipedia (2001)
▪ Facebook (2004)
▪ YouTube (2005)
▪ Twitter (2006)
▪ iPhone (2007)
▪ Spotify (2012)
▪ Tinder (2013)
• Wet van Moore
o Elke 24 maand verdubbelt aantal transistoren op een chip
o Transistor = digitaal programmeerbare schakelaar die 1 of 0 aangeeft
o Technische achtergrond
▪ Verkleining van transistoren en bijhorende productieprocessen in micro-
elektronica
3
, ▪ Kostprijs per transistor wordt goedkoper
▪ Aantal transistoren op een chip is een (ruwe) indicatie van rekenkracht van de
processoren => sneller en krachtiger
o Grafiek p. 22 => rekenkracht computers neemt exponentieel toe in de tijd
o Gevolgen exponentiële groei
▪ Computers worden goedkoper, sneller + steeds grotere aantallen => totale
rekenkracht neemt steeds toe
- Snelheid per machine stijgt
- Totaal aantal machines stijgt
▪ Netwerken tussen computers versterken de exponentiële groei
▪ Wat doen we met al die rekenkracht?
- Zelfde problemen oplossen, maar sneller?
- Nieuwe types van problemen oplossen, binnen dezelfde tijd?
▪ Dit is de verklarende factor voor het succes van de software-industrie, het
toenemend belang van algoritmes, e.d.
• Technologische singulariteit: computers worden krachtiger dan de mensheid
• Computerarchitecturen
o “Von Neumann architectuur”
▪ 1945: First draft of report on the EDVAC
▪ Beschrijft een architectuur voor een werkende computer, zoals we die vandaag
nog steeds kennen
▪ Hardware = (micro)elektronica
▪ Is zeer geschikt voor berekeningen maar niet voor cognitieve taken (=>
neuromorfe computers)
▪ Toegang tot geheugen is flessenhals
▪ Werking: p. 24
o Neuromorfe computers
▪ Menselijk brein is goed in cognitieve taken
- Dingen/personen herkennen
- Spraak/tekst interpreteren
- (Re)ageren in snel veranderende omstandigheden…
▪ Het brein is plastisch, adaptief, flexibel, leert continu
▪ Neuromorfe computers worden gebouwd volgens werking van het brein
- Groot aantal verbonden neuronen
- Gewichten van verbindingen zijn dynamisch aanpasbaar
- Vormen samen een neuraal netwerk
▪ Filmpje: p. 25
o Kwantumcomputers
▪ Gebruikt qubits die tegelijkertijd ‘1’ en ‘0’ kunnen zijn => rekenkracht stijgt
exponentieel met aantal qubits
4
1 Computer- en internettechnologieën ................................................................................................... 3
1.1 Computersystemen en software ................................................................................................... 3
1.1.1 Computersystemen ............................................................................................................... 3
1.1.2 Algoritmes.............................................................................................................................. 5
1.1.3 Software ................................................................................................................................. 6
1.2 Internet en cloud ........................................................................................................................... 7
1.2.1 Computernetwerken en internet ......................................................................................... 7
1.2.2 Cloudcomputing .................................................................................................................. 12
1.2.3 Het internet der dingen ...................................................................................................... 13
2 Autonome en intelligente systemen ................................................................................................... 15
2.1 Big data, machine learning en artificiële intelligentie ................................................................ 15
2.1.1 Concepten en definities ...................................................................................................... 15
2.1.2 Maatschappelijke uitdagingen ............................................................................................ 18
2.1.3 Recente beleidsontwikkelingen .......................................................................................... 19
2.2 Slimme algoritmes in tekst- en beeldanalyse ............................................................................. 21
2.2.1 Neurale netwerken .............................................................................................................. 21
2.2.2 Beeldanalyse ........................................................................................................................ 23
2.2.3 Tekstanalyse ......................................................................................................................... 26
2.3 Slimme algoritmes in de rechtspraktijk ...................................................................................... 29
2.3.1 Legal tech ............................................................................................................................. 29
2.3.2 AI in de rechtspraak............................................................................................................. 30
2.4 Regulering van artificiële intelligentie ........................................................................................ 32
2.4.1 Overzicht regulering van AI ................................................................................................. 32
2.4.2 Gevalstudie: buitencontractuele aansprakelijkheid .......................................................... 34
3 Privacy- en beveiligingstechnologieën ................................................................................................ 36
3.1 Online privacy .............................................................................................................................. 36
3.1.1 Begrippen en definities ....................................................................................................... 36
3.1.2 Uitdagingen voor online privacy ......................................................................................... 37
3.1.3 Anonimiseren van databanken en differentiële privacy .................................................... 39
3.2 Beveiligingstechnologieën ........................................................................................................... 41
3.2.1 Inleiding tot cybersecurity .................................................................................................. 41
3.2.2 Basisiconcepten van computerbeveiliging ......................................................................... 42
4 Blockchaintechnologie (BCT) ............................................................................................................... 44
4.1 Basisconcepten van BCT .............................................................................................................. 44
1
, 4.1.1 BCT: what’s in a name? ....................................................................................................... 44
4.1.2 Bouwstenen van de BCT...................................................................................................... 45
4.1.3 Blockchain focus: Bitcoin en Ethereum .............................................................................. 47
4.2 Juridische toepassingen van BCT en smart contracts ................................................................ 48
4.2.1 Blockchain en AVG ............................................................................................................... 48
4.2.2 Blockchain focus: smart contracts ...................................................................................... 50
5 Disruptieve nieuwe technologie.......................................................................................................... 52
5.1 Impact van biotechnologie .......................................................................................................... 52
5.1.1 Wetenschappelijke basis van biotechnologie .................................................................... 52
5.1.2 Wetgeving rond biotechnologie ......................................................................................... 54
5.2 Convergentie van nano/bio/ICT-technologie en de bijhorende regelgeving ............................ 55
5.2.1 Convergentie van nano/bio/ICT-technologie ..................................................................... 55
5.2.2 De regelgeving bij nieuwe technologieën .......................................................................... 60
2
,1 Computer- en internettechnologieën
1.1 Computersystemen en software
Voorbeeldvragen: p. 17
1.1.1 Computersystemen
• De digitale revolutie = digitale transformatie
o Vooruitgang in ICT (= information and communication technology) veroorzaakt digitale
transformatie in onze samenleving
o Impact op onze manier van leven, wonen en werken
▪ Digitaal verwerken van data en documenten (bv doktersattesten)
▪ Digitaliseren van de processen in bedrijven en organisaties (bv elektronisch
betalen)
▪ Digitalisering van de samenleving zelf = “digitaliteit” (Nicolas Negroponte – MIT;
met verwijzing naar de ‘moderniteit’)
o Impact is:
▪ Sociaaleconomisch
▪ Mentaal-cultureel
• Computers en hun geschiedenis
o Computers zijn via netwerk verbonden
o Computers zijn (programmeerbare) machines om berekeningen te maken
o In het begin niet zo handig => groot en verbruikten veel vermogen
▪ Oplossing: CMOS-halfgeleidertechnologie en geïntegreerde schakeling (= chip)
▪ Schaalverkleining transistoren
o Bedrijven
▪ IBM (1911)
▪ Intel (1968)
▪ Microsoft (1975)
▪ Apple (1977)
▪ Adobe (1982)
▪ Dell (1984)
o Producten
▪ Windows (1985)
▪ Amazon (1994)
▪ Google (1998)
▪ Wikipedia (2001)
▪ Facebook (2004)
▪ YouTube (2005)
▪ Twitter (2006)
▪ iPhone (2007)
▪ Spotify (2012)
▪ Tinder (2013)
• Wet van Moore
o Elke 24 maand verdubbelt aantal transistoren op een chip
o Transistor = digitaal programmeerbare schakelaar die 1 of 0 aangeeft
o Technische achtergrond
▪ Verkleining van transistoren en bijhorende productieprocessen in micro-
elektronica
3
, ▪ Kostprijs per transistor wordt goedkoper
▪ Aantal transistoren op een chip is een (ruwe) indicatie van rekenkracht van de
processoren => sneller en krachtiger
o Grafiek p. 22 => rekenkracht computers neemt exponentieel toe in de tijd
o Gevolgen exponentiële groei
▪ Computers worden goedkoper, sneller + steeds grotere aantallen => totale
rekenkracht neemt steeds toe
- Snelheid per machine stijgt
- Totaal aantal machines stijgt
▪ Netwerken tussen computers versterken de exponentiële groei
▪ Wat doen we met al die rekenkracht?
- Zelfde problemen oplossen, maar sneller?
- Nieuwe types van problemen oplossen, binnen dezelfde tijd?
▪ Dit is de verklarende factor voor het succes van de software-industrie, het
toenemend belang van algoritmes, e.d.
• Technologische singulariteit: computers worden krachtiger dan de mensheid
• Computerarchitecturen
o “Von Neumann architectuur”
▪ 1945: First draft of report on the EDVAC
▪ Beschrijft een architectuur voor een werkende computer, zoals we die vandaag
nog steeds kennen
▪ Hardware = (micro)elektronica
▪ Is zeer geschikt voor berekeningen maar niet voor cognitieve taken (=>
neuromorfe computers)
▪ Toegang tot geheugen is flessenhals
▪ Werking: p. 24
o Neuromorfe computers
▪ Menselijk brein is goed in cognitieve taken
- Dingen/personen herkennen
- Spraak/tekst interpreteren
- (Re)ageren in snel veranderende omstandigheden…
▪ Het brein is plastisch, adaptief, flexibel, leert continu
▪ Neuromorfe computers worden gebouwd volgens werking van het brein
- Groot aantal verbonden neuronen
- Gewichten van verbindingen zijn dynamisch aanpasbaar
- Vormen samen een neuraal netwerk
▪ Filmpje: p. 25
o Kwantumcomputers
▪ Gebruikt qubits die tegelijkertijd ‘1’ en ‘0’ kunnen zijn => rekenkracht stijgt
exponentieel met aantal qubits
4