Pedagogiek
Werkcollege 1 13-9-2017
Mongolië, Japan, VS, Namibië.
Leg uit wat het Cultural Niche model van Harkness en Super (Eldering, 2014, H3) inhoudt,
leg aan de hand van dit model uit wat de verschillen en overeenkomsten zijn in het opgroeien
van de baby's in de documentaire. Vergelijk in je antwoord minimaal 2 van de 4 culturele
contexten die in de documentaire aan bod komen.
Bronfenbrenner: alles om het microsysteem is van invloed op het microsysteem en de ringen
daarbinnen. Daar kunnen ook problemen binnen komen die dan van invloed kunnen zijn het
het microsysteem. Volksgezondheid (macro) kan ook van grote invloed zijn, hier zijn
wereldwijd veel verschillen tussen.
Harkness & Super: Cultuur is van invloed op de drie subsystemen rondom het kind.
1. Settingen 2. Gewoonten, verzorging, opvoeding 3. Psychologie van ouders. 1. Aspecten
van de settingen: fysieke locatie, hoe ziet thuis eruit, waar is het kind?, welke mensen
bemoeien zich ermee. 2. Aspecten van de gewoonten van verzorging en opvoeding: schoenen
uit doen, samen eten aan tafel, gezond verstand van die cultuur. 3. Aspecten van de
psychologie van de opvoeders: wat de ouders belangrijk vinden wat het kind leert, wat het
kind wordt.
pediatrisch (niet westers (rurale gebieden): maximaal lichaamscontact, eten en slapen op
basis van de behoefte van het kind) vs pedagogisch (westers: snel alleen laten, eten en slapen
via de klok, er worden veel prikkels aangeboden aan het kind).
situationeel (niet westers:: geen vooropgezet plan) vs intentioneel (westers: veel gerichter,
veel bewuster).
Mongolië:
micro: heel alleen, vrij weinig mensen.
meso: kun je niet veel over zeggen, er is maar 1 micro systeem.
exo:4 tenten, maar vrij beperkt contact.
macro: weinig regels voor veiligheid, religie broertje werd kaal → boeddhisme.
Gezondheidszorg was er een beetje.
Setting (micro en exo): tent, alleen, vader bijna niet in beeld, dieren, zand, wind, veel gevaar
voor kinderen binnen en buiten.
Gewoontes in verzorging en opvoeding: inbakeren was heel strak
psychologie van de opvoeders: door stevig inbakeren wordt het kind mooier en betere fysiek,
kind niet bij de moeder na de bevalling, grotendeels situationeel
Namibië:
Micro: Kind was veel bij de moeder, veel kinderen ook van andere moeders en de andere
moeders zelf.
Meso: maar 1 micro
Exo: Kind wordt meegenomen naar het werk, geen vaders want die zijn aan het werk
Macro: geen sprake van hygiëne.
1
Werkcollege 1 13-9-2017
Mongolië, Japan, VS, Namibië.
Leg uit wat het Cultural Niche model van Harkness en Super (Eldering, 2014, H3) inhoudt,
leg aan de hand van dit model uit wat de verschillen en overeenkomsten zijn in het opgroeien
van de baby's in de documentaire. Vergelijk in je antwoord minimaal 2 van de 4 culturele
contexten die in de documentaire aan bod komen.
Bronfenbrenner: alles om het microsysteem is van invloed op het microsysteem en de ringen
daarbinnen. Daar kunnen ook problemen binnen komen die dan van invloed kunnen zijn het
het microsysteem. Volksgezondheid (macro) kan ook van grote invloed zijn, hier zijn
wereldwijd veel verschillen tussen.
Harkness & Super: Cultuur is van invloed op de drie subsystemen rondom het kind.
1. Settingen 2. Gewoonten, verzorging, opvoeding 3. Psychologie van ouders. 1. Aspecten
van de settingen: fysieke locatie, hoe ziet thuis eruit, waar is het kind?, welke mensen
bemoeien zich ermee. 2. Aspecten van de gewoonten van verzorging en opvoeding: schoenen
uit doen, samen eten aan tafel, gezond verstand van die cultuur. 3. Aspecten van de
psychologie van de opvoeders: wat de ouders belangrijk vinden wat het kind leert, wat het
kind wordt.
pediatrisch (niet westers (rurale gebieden): maximaal lichaamscontact, eten en slapen op
basis van de behoefte van het kind) vs pedagogisch (westers: snel alleen laten, eten en slapen
via de klok, er worden veel prikkels aangeboden aan het kind).
situationeel (niet westers:: geen vooropgezet plan) vs intentioneel (westers: veel gerichter,
veel bewuster).
Mongolië:
micro: heel alleen, vrij weinig mensen.
meso: kun je niet veel over zeggen, er is maar 1 micro systeem.
exo:4 tenten, maar vrij beperkt contact.
macro: weinig regels voor veiligheid, religie broertje werd kaal → boeddhisme.
Gezondheidszorg was er een beetje.
Setting (micro en exo): tent, alleen, vader bijna niet in beeld, dieren, zand, wind, veel gevaar
voor kinderen binnen en buiten.
Gewoontes in verzorging en opvoeding: inbakeren was heel strak
psychologie van de opvoeders: door stevig inbakeren wordt het kind mooier en betere fysiek,
kind niet bij de moeder na de bevalling, grotendeels situationeel
Namibië:
Micro: Kind was veel bij de moeder, veel kinderen ook van andere moeders en de andere
moeders zelf.
Meso: maar 1 micro
Exo: Kind wordt meegenomen naar het werk, geen vaders want die zijn aan het werk
Macro: geen sprake van hygiëne.
1