Taal
Taal = systeem van conventionele tekens (volgens wat er afgesproken is), waarmee de gebruikers van
de taal ideeën kunnen communiceren.
Taalteken = een waarneembare vorm met een niet-waarneembare betekenis
↳ bv: Koe = melkproducerend herkauwend zoogdier
Deelaspecten van taal
Fonetiek
= waarneembare eigenschappen van klanken
Fonologie
= verwijst regelrecht naar een welbepaalde taal
Semantiek of betekenisleer
→ woordenschat
Syntaxis
→ zinsopbouw
Morfologie
→ vormveranderingen
Pragmatiek
→ manier waarop taal gebruikt wordt in het dagelijks leven
Metalinguïstiek
= nadenken, reflecteren over taal
Relatie taal en spraak
Spraak
= het vermogen om gedachten te uiten door middel van gearticuleerde klanken en woorden
→ werking individueel verschillend, actief
Taal
→ een systeem dat overgeërfd wordt, passief
1
,Taal en communicatie
Spraakketen
Hinder/storing in de spraakketen
• Gebrekkige kennis
o Door nature
o Door afasie
Afasie
= taalgebruikstoornissen die kunnen optreden als gevolg van een hersenletsel
Stotteren
= stoornis in de vloeiendheid van het spreken
Schisis
= een aangeboren spleet of groef in de lip, de lip/kaak, lip/kaak/gehemelte of het gehemelte
2
,Menselijke taal is een ingewikkelde code
Taal = gestructureerde code
Morfeem
= betekenisdragende woorddelen
Foneem
= klanken, woordonderscheidende functie
Taal = dubbele code
• Omzetting van concept in abstracte tekens
↓
• Omzetting in concrete taaltekens
• Beide fasen hebben andere, aparte regels
Fonetiek en fonologie
Concrete en abstracte aspecten van de klankvorm en hun relatie tot elkaar
Fonologie
Fonemen liggen aan de basis van het betekenisverschil tussen 2 woorden
↳ schoon vs schoen
Fonetiek
Abstracte klankeenheden realiseren
• Hoe ze door het spraakorgaan worden gearticuleerd
• Welke fysische-akoestische eigenschappen ze hebben
• En hoe ze worden waargenomen
Fonetisch schrift
↳ visueel maken van de klanken
• IPA = international phonetic association
Afspraken
• Tussen haakjes plaatsen /…/
• Woordklemtoon
o Eerste: /’/
o Tweede: /,/
3
, Toepassingen op de Nederlandse taal
Consonanten
= medeklinkers
Bilabiaal Beide lippen nodig
Labiodentaal Tanden en lippen nodig
Alveolair Alveolen (achter de voorste snijtanden)
Palataal Tong maakt contact met het hard verhemelte
Velair Tong maakt contact met het zacht verhemelte
Uvulair Huig
Glottaal Lucht botst tegen de stemplooien
Approximant Lucht langs de zijkant
Glotis Stemspleet
Palatum Harde verhemelte
Velum Zachte verhemelte
Uvula Huigje
Addentaliteit Tong tegen de tanden
Interdentaliteit Tong tussen de tanden
Fricatief Wrijfklanken
Explosieven Plofklanken
Nasalen Neusklanken
4