Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 9 pages
Summary

Financieel Management beknopte samenvatting: overzicht van de tentamenstof

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 9 pages

Samenvatting Financieel Management Boek: Financieel Management voor de creatieve industrie ISBN nummer: 978-94-6236-464-6 Auteur: André van Dijk Vak: Financieel Management Docent: Clyde Moerlie Beschrijving van het studiemateriaal: dit is een overzichtelijke samenvatting van Financieel Management waarbij de tentamenstof voornamelijk wordt gegeven in de vorm van rijtjes met bullet points en definities van begrippen. Zo kan je in een korte tijd alles leren wat je nodig hebt voor het tentamen! Deze samenvatting bevat: - Hoofdstuk 1, 2, 3.1, 3.2, 4, 5, 6, 9.1 en 10.1 - Tentamenstof uit de colleges die niet in het boek staan - Een overzicht van de formules Succes met leren!

Content preview

Financieel Management overzicht tentamenstof Romy Caverlé


 Hoofdstuk 1 Investeringsplan

Investeringsplan = verwoording van wat je nodig hebt om een eigen bedrijf te financieren

Beginbalans = investerings- en financieringsplan naast elkaar

Balans (momentopname) = staat van bezittingen en schulden, waarbij het verschil tussen bezittingen en
schulden het eigen vermogen voorstelt, in ons geval het spaargeld.
- Links: debetkant met de bezittingen
- Rechts: creditkant met de vermogens die je nodig hebt om de bezittingen te financieren

Soorten vermogens: je eigen geld en het geld dat je geleend hebt van anderen.

 Hoofdstuk 2 De balans

Ondernemingsplan: bevat een gedetailleerd verslag van de doelstellingen en het beleid gebaseerd op
brainstormsessies en marktonderzoek. Het geeft aan hoe het geformuleerde beleid van je onderneming wordt
uitgevoerd.

Investeringsbegroting: welke productiemiddelen heb je nodig om de activiteiten uit te voeren om het product
te produceren?

Financieringsplan: hoe financier je de gekochte productiemiddelen? (eigen en/of vreemd vermogen)

Activa (kapitaal/kapitaalgoederen) = bezittingen (inventaris, auto, voorraden, kasgeld)
- Vaste of duurzame activa  kunnen langer dan een jaar worden gebruikt (gebouw, kassa, computer,
machine)
- Vlottende activa  kunnen gewoonlijk binnen een jaar in geld worden omgezet (voorraden,
vorderingen op klanten = debiteuren)
- Liquide middelen  de geldmiddelen die in de kas zitten of op een bankrekening staan.

Passiva = schulden en eigen vermogen

Debet = investeringsbegroting (vermogensbehoefte) en (productie)middelen óf activa óf bezittingen
Credit = financieringsplan (financieringsbehoefte) en eigen vermogen en vreemd vermogen óf passiva óf eigen
vermogen en schulden

Eigen vermogen (permanent vermogen) = door de eigenaar of eigenaren zelf ingebracht
- Verschil tussen de waarde van de bezittingen en schulden

Vreemd vermogen = door anderen ter beschikking gesteld (bijv. door een bank), schulden die je moet
terugbetalen
- Lang vreemd vermogen = een schuld waarvan de terugbetalingstermijn langer dan een jaar is (bijv.
hypothecaire lening
- Kort vreemd vermogen = een schuld die binnen één jaar moet worden afgelost (bijv. aan leveranciers =
crediteuren, of te betalen btw en loonkosten)

Het vermogen is gebruikt om de activa (= bezittingen) te betalen. Het vermogen is dus precies gelijk aan de
waarde van de activa.

Volgorde debet: Volgorde credit:
- Vaste activa - Eigen vermogen
- Vlottende activa - Lang vreemd vermogen
- Liquide middelen - Kort vreemd vermogen




1

, Inventaris = de activa die nodig zijn om een bedrijf in te richten (bij. een kassa, toonbank, vloerbedekking,
kasten)

Voorraden = de inkoopprijs op de balans en ligt voor de inkoopprijs in het magazijn (nog niet verkocht, dus
winst nog niet gerealiseerd)
- Voorraden staan onder vlottende activa en moeten dus zo snel mogelijk verkocht worden
- IJzeren voorraad (reservevoorraad) = minimum voorraad dat altijd aanwezig moet zijn en onder vaste
activa valt

Debiteuren = verzamelnaam voor afnemers (klanten) die nog niet betaald hebben
- Kerndebiteuren = het deel dat onder vaste activa valt (voor het minimum bedrag aan debiteuren)

Kas = het aanwezig contante geld

Verschil tussen het nieuwe en oude eigen vermogen is winst (wanneer er tussentijds geen geld is opgenomen
voor privé-uitgaven). Nieuw vermogen = oud eigen vermogen + nettowinst + privéstoringen - privéopnamen

Hypothecaire lening = lening waarbij een onroerend goed (bijv. gebouw of stuk grond) als zekerheid dient

Rekening-courantkrediet = een lopende rekening bij een bank

Crediteuren = verzamelnaam voor leveranciers van wie goederen zijn gekocht die nog niet zijn betaald

Korte schulden aan de staat:
- Nog te betalen belastingen
- Te betalen interest
- Te betalen dividend

 Hoofdstuk 3.1 en 3.2 De functie van een balans

Hoogte van de post ‘eigen vermogen’ is een belangrijke indicatie voor banken om leningen te verstrekken.
Berekenen hoeveel winst je in een zaak hebt gestopt:
Nieuw eigen vermogen (EV) = oud EV + winst (- verlies) – privéopname

Liquiditeit: geeft aan in welke mate een onderneming aan lopende betalingsverplichtingen kan voldoen
Solvabiliteit: de mate waarin de onderneming aan haar betalingsverplichtingen aan verschaffers van vreemd
vermogen kan voldoen

Tijdsreeksanalyse: inzicht krijgen in de ontwikkeling van de financiële structuur
Historische analyse: verbetering of verslechtering aangeven zonder een absoluut oordeel
Bedrijf vergelijkende analyse: kengetallen vergelijken met die van een andere onderneming

Bezwaren beoordeling financiële structuur d.m.v. liquiditeits- en solvabiliteitskengetallen:
- Je ziet geen ontwikkeling bij een eenmalige berekening, moeilijk om conclusie te trekken
- De cijfers zijn een momentopname
- Balans kan geflatteerd zijn door window dressing (= alle activiteiten voor het balansopmakingsmoment
die tot doel hebben de financiële structuur per balansdatum gunstiger voor te stellen dan deze in
werkelijkheid is)

Dynamische liquiditeit = als de beoordeling van de liquiditeit je inzicht brengt in de in- en uitgaande
geldstromen
- Geeft aan of gedurende een bepaalde periode de binnenkomende geldstroom de uitgaande
geldstroom overtreft

Connected book
 image
Publisher: april 2015 ISBN: 9789462364646 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Unknown
Uploaded on
October 25, 2017
Number of pages
9
Written in
2017/2018
Type
Summary
$5.34

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
romycaverle
3.0
(2)
Sold
4
Followers
4
Items
3
Last sold
5 year ago


Reviews from verified buyers



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions