Oplossingsgerichte gespreksvoering richt zich niet op het probleem maar juist naar het doel
en wat wil iemand voor het probleem in de plaats wilt en de vooruitgang.
De focus ligt op de gewenste toekomst.
1. Begin van het gesprek altijd voorstellen
Goedemiddag, mijn naam is Hanne fijn dat u gekomen bent, voordat we beginnen met het
gesprek vertel ik eerst even iet over de manier waarop wij werken, zodat u beter begrijpt hoe
wij te werk gaan. Wij werken oplossingsgericht en bij oplossingsgericht werken, gaan we
samen opzoek naar een doel van wat wil jij graag bereiken en we komen bij het doel doordat
ik jou allerlei vragen stel en als we dat doel dan hebben kijken we naar een oplossing en jij
bent de gene die daar heel belangrijk is want jij weet het beste welke oplossingen voor jou
werken.
2. Wat goed dat je bent, wat brengt je hier.
- Tis belangrijk om in het begin het doel al duidelijk te hebben.
- Vragen naar het doel kan op verschillende manieren:
Wat wil je aan het eind van dit gesprek hebben bereikt om te kunnen
zeggen dat het nuttig was?
Waar hoop je op?
Wat wil je voor het probleem in de plaats?
Welk verschil zou dat maken?
Als het doel nog niet duidelijk is kan je ook de wondervraag stellen:
Wondervraag: mag ik jouw een vreemde vraag stellen?:
Stel dat je vannacht ligt te slapen en er een wonder gebeurd, het wonder is dat het
probleem waarvoor je bent gekomen (voldoende) is opgelost. Je weet dat echter niet
want je sliep. Waaraan zou je de volgende ochtend als eerst merken dat het probleem
is opgelost? Wat doe jij dan anders, hoe zullen andere aan jouw merken dat het
wonder is gebeurd, hoe voel jij je?
- Goed deze vraag uitdunnen met bijvoorbeeld en wat nog meer
En wat nog meer
Vragen naar uitzonderingen
Wanneer was er wel even iets van het wonder aanwezig.
Wat was er toen anders.
Wanneer was het probleem er niet of minder.
Schaalvragen:
Als de ideale situatie een 10 en is en het tegenovergestelde een 0 waar op de
schaal staat u dan.
Met welk cijfer bent u tevreden en hoe zit dit er dan uit?
, Empathie laten zien en erkenning geven.
Stiltes laten vallen
Samenvatten
Complimenten geven
Directe complimenten: over wat de client doet, zegt of maakt of over het
uiterlijk.
Indirecte complimenten: die kan de client zichzelf geven door het
beantwoorden van competentievragen: hoe deed je dat, hoe heb je dat voor
elkaar gekregen, hoe kwam je op dat goede idee.
Huiswerksuggesties
- Vraag altijd na of iemand dit wilt. Als iemand dit niet wilt, dan hoef je dit ook niet
mee te geven.
- Het woord huiswerk kan je vermijden zodat er geen associaties worden. Je kan vragen
lijkt het je fijn/ nuttig om iets te doen tussen nu en de volgende afspraak.
- Huiswerksuggesties moeten haalbaar en realistisch zijn.
Niet vragen naar het verleden: waarom is dat gebeurd, wat is de reden etc.
Juist naar de toekomst
Aan het einde van het gesprek vragen hoe de client het gesprek heeft ervaren.
Ook is het belangrijk om feedback te geven en eventuele huiswerktaken voor de
volgende afspraak.
4 oplossingsgerichte basisvragen:
- Waar hoop je op?
- Welk verschil zal dat maken?
- Wat werkt?
- Wat zal een volgend teken van vooruitgang zijn?