College fysiotherapie.
Week 1.
Preventie is één van de belangrijkste dingen om ziektes te voorkomen.
Preventie: voorkomen van ziekte en bevorderen gezonde levensstijl
Bewegingsarmoede: te weinig beweging per dag
Bewegen:
- Bevorderd gezondheid
- Verbeterd prestaties
- Verminderd overgewicht
- Ontspanning
Je kunt ziektes voorkomen door gezond te leven, genoeg sporten, gezond en gevarieerd eten. Als je
dit niet doet kost het de maatschappij geld.
Inactiviteit kan leiden tot allerlei ziektes: Hart- en vaatziekten, overgewicht, depressie, kanker etc.
Bewegen is een fundamentele functie voor het lichaam.
De fysiotherapeut is deskundig in het begeleiden van gezond bewegen bijv. door het opstellen van
trainingsprogramma’s.
Afvalproducten, (co2) zijn slecht voor je lichaam. Daarom wordt het weer uit je lijf gedrukt door de
longen, het gaat eerst nog langs je hart, (rechterkant). Dit moet om ruimte te maken voor zuurstof.
We kunnen best met een beetje minder zuurstof, maar dan maken we andere afvalstoffen.
Leren hoe je zieke mensen beter maakt, zit ook vooral ‘tussen de oren’.
Fysiotherapeut deskundige in het begeleiden van gezond bewegen bijv. door het opstellen van
trainingsprogramma’s
College Fysiotherapie.
Week 2.
Preventie:
Voorkomen van negatieve aspecten.
Preventie in gezondheidszorg:
3 niveaus:
Primair
Secundair
Tertiair
Primaire preventie:
Gedrag wat gericht is op het voorkomen van het krijgen van ziektes of aandoeningen:
Persoon
Organisatie
Gemeenschap
Secundaire preventie:
Gedrag wat gericht is op het voorkomen van de complicaties van ziektes of aandoeningen.
Tertiaire preventie:
Voorkomen dat iets onaangenaams weer gebeurd.
, Preventie fysiotherapeutisch handelen:
Bevorderen gezonde levenswijze en het voorkomen van ziekte bij gezonde personen of bij personen
met risicofactoren.
College Fysiotherapie.
Week 3.
Motorisch leren: je leert een nieuwe vaardigheid aan die vaardigheid verbeter je door ervaring en
oefening. Daardoor kan je permanente veranderingen laten zien.
Beweging is afhankelijk van: individu, taak en omgeving.
Verschil expliciet en impliciet.
Expliciet leren: het herhalen en aandacht hebben. Bijvoorbeeld rekenen, alfabet.
Impliciet leren: het automatisch leren. Bijvoorbeeld ademen, fietsen.
Cognitieve fase:
Je moet begrijpen wat je moet doen.
Strategieën nodig.
Je kunt snel vooruit gaan.
Veel variatie.
Veel aandacht nodig.
Associatieve fase:
Je weet hoe je zelf moet corrigeren.
Vooruitgang is iets langzamer.
Uitvoering wordt consistenter.
Persoon weet wat de beste strategie is.
Autonome fase:
Alles gaat automatisch.
Bepalen of mensen feedback nodig hebben. Niet alleen van de therapeut maar ook van de omgeving.
Intrinsieke feedback: feedback vanuit jezelf.
Extrinsieke feedback: feedback vanuit je omgeving.
Knowledge of performance (KP): feedback about nature or quality of performance.
Knowledge of results (KR): feedback of results.
Niet alleen het type feedback, maar ook de timing en de frequentie.
Week 1.
Preventie is één van de belangrijkste dingen om ziektes te voorkomen.
Preventie: voorkomen van ziekte en bevorderen gezonde levensstijl
Bewegingsarmoede: te weinig beweging per dag
Bewegen:
- Bevorderd gezondheid
- Verbeterd prestaties
- Verminderd overgewicht
- Ontspanning
Je kunt ziektes voorkomen door gezond te leven, genoeg sporten, gezond en gevarieerd eten. Als je
dit niet doet kost het de maatschappij geld.
Inactiviteit kan leiden tot allerlei ziektes: Hart- en vaatziekten, overgewicht, depressie, kanker etc.
Bewegen is een fundamentele functie voor het lichaam.
De fysiotherapeut is deskundig in het begeleiden van gezond bewegen bijv. door het opstellen van
trainingsprogramma’s.
Afvalproducten, (co2) zijn slecht voor je lichaam. Daarom wordt het weer uit je lijf gedrukt door de
longen, het gaat eerst nog langs je hart, (rechterkant). Dit moet om ruimte te maken voor zuurstof.
We kunnen best met een beetje minder zuurstof, maar dan maken we andere afvalstoffen.
Leren hoe je zieke mensen beter maakt, zit ook vooral ‘tussen de oren’.
Fysiotherapeut deskundige in het begeleiden van gezond bewegen bijv. door het opstellen van
trainingsprogramma’s
College Fysiotherapie.
Week 2.
Preventie:
Voorkomen van negatieve aspecten.
Preventie in gezondheidszorg:
3 niveaus:
Primair
Secundair
Tertiair
Primaire preventie:
Gedrag wat gericht is op het voorkomen van het krijgen van ziektes of aandoeningen:
Persoon
Organisatie
Gemeenschap
Secundaire preventie:
Gedrag wat gericht is op het voorkomen van de complicaties van ziektes of aandoeningen.
Tertiaire preventie:
Voorkomen dat iets onaangenaams weer gebeurd.
, Preventie fysiotherapeutisch handelen:
Bevorderen gezonde levenswijze en het voorkomen van ziekte bij gezonde personen of bij personen
met risicofactoren.
College Fysiotherapie.
Week 3.
Motorisch leren: je leert een nieuwe vaardigheid aan die vaardigheid verbeter je door ervaring en
oefening. Daardoor kan je permanente veranderingen laten zien.
Beweging is afhankelijk van: individu, taak en omgeving.
Verschil expliciet en impliciet.
Expliciet leren: het herhalen en aandacht hebben. Bijvoorbeeld rekenen, alfabet.
Impliciet leren: het automatisch leren. Bijvoorbeeld ademen, fietsen.
Cognitieve fase:
Je moet begrijpen wat je moet doen.
Strategieën nodig.
Je kunt snel vooruit gaan.
Veel variatie.
Veel aandacht nodig.
Associatieve fase:
Je weet hoe je zelf moet corrigeren.
Vooruitgang is iets langzamer.
Uitvoering wordt consistenter.
Persoon weet wat de beste strategie is.
Autonome fase:
Alles gaat automatisch.
Bepalen of mensen feedback nodig hebben. Niet alleen van de therapeut maar ook van de omgeving.
Intrinsieke feedback: feedback vanuit jezelf.
Extrinsieke feedback: feedback vanuit je omgeving.
Knowledge of performance (KP): feedback about nature or quality of performance.
Knowledge of results (KR): feedback of results.
Niet alleen het type feedback, maar ook de timing en de frequentie.