2.1 inleiding
/
2.2 menselijk gedrag
-Menselijk gedag is:
1. Gevoelens, gedachten, waarnemingen, meningen en bewegingen
2. Uitdrukkingen van denken, vinden en voelen
3. Alles wat mensen doen of juist niet den
-Kortom gedrag is alles wat mensen doen of juist niet doen
-Wetenschappen die zich bezig houden met het besturen van menselijk gedrag heten sociale
wetenschappen.
-De psychologie bestudeert het gedrag van mensen. Ze proberen een verklaring te geven
van het gedrag van mensen. Ook kijken ze hoe ze het gedrag kunnen beïnvloeden.
-De sociologie onderzoekt hoe de mens in groepsverband leeft en welke invloed een groep
heef top het functioneren van de mens en omgekeerd.
-De pedagogiek richt zich op de opvoeding.
-Door kennis van de sociale wetenschappen samen te voegen zijn we in staat menselijk
gedrag te verklaren en voorspellen.
2.3 gedragsaspecten
-Gedrag wordt in 3 aspecten onderscheden:
1. Motorisch aspect/kunnen
2. Cognitief aspect/denken
3. Sociaal-affectief/voelen
Motorisch aspect
-Motorische ontwikkeling is onderdeel van de lichamelijke ontwikkeling.
-Onder motorisch verstaan we het bewegen.
Cognitief aspect
-Onder cognitief aspect van het gedrag vallen: kennis, inzicht, geheugen, waarneming en
concentratie.
-Cognitieve ontwikkeling wordt ook wel verstandelijke ontwikkeling genoemd.
Sociaal-affectief aspect
-De sociaal-affectieve ontwikkeling hangt samen met de ontwikkeling van persoonlijkheid.
-Bij sociale ontwikkeling gaat het om de ontwikkeling van het sociale gedrag.
-Bij affectieve ontwikkeling gaat het om de ontwikkeling van emoties en gevoelens.
-Seksuele ontwikkeling valt bij de sociaal-affectieve ontwikkeling te maken omdat er hierbij
vooral sprake is van sociale en emotionele aspecten.
Samenhang tussen de aspecten
-De aspecten hangen samen. De dingen die we meemaken roepen gedachten op, die leiden
tot gevoelens en die vervolgens tot handelingen. Dit is een cirkel die constant rondgaat.
2.4 gedragsdeterminanten
-Factoren die ons gedrag verklaren heten gedragsdeterminanten of gedragsbepalende
factoren.
, -Gedragsdeterminanten:
1. Psychosociale factoren
*Opvoeding (gezinsfactoren en kinderrij)
*Relaties (vrienden)
*Omgevingsfactoren
*Ervaringen en emoties
2. Aanlegfactoren
*Erfelijkheid (temperament)
*Persoonlijkheid
3. Organische factoren
*Lichamelijke factoren (uiterlijke verschijnen, beperkingen en honger/dorst)
*Biochemische factoren (bijvoorbeeld medicijnen, drugs en alcohol)
*Hormonale factoren (bijvoorbeeld menstruatie)
2.4.1 Psychosociale factoren
-De omgevingsfactoren worden in 4 factoren ingedeeld:
1. Maatschappelijke factoren
2. Culturele factoren
3. De fysieke omgeving (alles behalve mensen/dieren, zoals ruimtes met sfeer)
4. Het milieu/de omstandigheden waarin iemand opgroeit
2.4.2 Aanlegfactoren
-Onder aanleg factoren vallen: erfelijkheid, temperament en persoonlijkheid.
2.4.3 Organische factoren
-Lichamelijke factoren gaat om de uiterlijke verschijning, eventuele beperkingen maar ook
om bijvoorbeeld honger of dorst.
2.5 stromingen in de ontwikkelingspsychologie
-Ontwikkelingspsychologie gaat over de normale algemene ontwikkelingen van de geest.
-Psychiatrie gaat over ziektebeelden in de geest van mensen (afwijkingen).
-Er zijn 3 stromingen in de ontwikkelingspsychologie (elke stroming belicht andere aspecten
van het leren):
1. Behaviorisme (experiment Pavlov)
2. Cognitivisme
3. Constructivisme
2.5.1 Behaviorisme
- Principes behaviorisme:
1. Gedrag is aan te leren
2. Gedrag aanleren op basis van rolmodellen en nadoen
3. Conditioneren door middel van straffen en belonen
-Bij het behaviorisme gaat het ervan uit dat mensen leren van ervaringen dat gedrag aan te
leren is. Gedrag wordt volgens hen aangeleerd door middel van conditioneren.
-De principes van het behaviorisme worden toegepast in psychotherapie. Deze theorie
noemen we dan gedragstherapie.